Film

FILM Die Hard 4

Film Een schim van zichzelf

In de jaren tachtig veroverde de mega-actiefilm de wereld dankzij de Stallones en Schwarzeneggers, en niet te vergeten de Belg Jean-Claude van Damme. Het aftuigen van slechteriken door gespierde helden op de maat van spectaculaire explosies raakte een zenuw bij mensen met uiteenlopende achtergronden. Maar hoe deze universele aantrekkingskracht te verklaren? Het heeft veel te maken met een onderbuikgevoel, waarbij het met regelmaat neerschieten van bad guys een visceraal effect ressorteert soortgelijk aan de ‘beloning’ die de speler van moderne first-person-shooter-_videogames krijgt. De actiefilms van de jaren tachtig zijn deprimerende films – op enkele uitzonderingen na, waarvan _Die Hard (1988) van John McTiernan het beste voorbeeld is. Een vaardig scenario en schitterende actiechoreografie gecombineerd met fijne maatschappelijke satire, humor en subtiele popculturele referenties maken dit zelfs tot een van de beste Amerikaanse films van die tijd.

Door het succes werd Die Hard onvermijdelijk een franchise, zodat er algauw twee vervolgfilms kwamen, Die Hard 2: Die Harder (1990, Renny Harlin) en Die Hard: With a Vengeance (1995, John McTiernan). Nu is er een vierde film, getiteld Die Hard 4: Live Free or Die Hard (Len Wiseman). Alle films hebben doorgaans dezelfde verhaallijn: een New Yorkse agent, John McClane (Bruce Willis), neemt het tegen wil en dank op tegen allerlei terroristische bendes. Ondanks de formulewerking bereiken de vervolgdelen nooit het niveau van het origineel, maar blijven ze steken in het jaren-tachtigstramien van de zielloze schietfestijnen van Stallone en Schwarzenegger.

Het originele Die Hard daarentegen is een verrukkelijke mix van rampenfilm, western, actiekomedie en maatschappelijke satire. Net als Don Siegels subversieve Dirty Harry (1971) is McTiernans film blatant antiautoritair. Geen enkel personage met gezag brengt het er goed van af, van de televisienieuwslezer tot de fbi-agenten die zich naar een wolkenkrabber in Los Angeles haasten waar agent John McClane moederziel alleen tegen horden gijzelnemers strijdt. En dat hij het zo moeilijk heeft met de ‘terroristen’ maakt de film zo charmant. Anders dan Stallone/Schwarzenegger is Willis een everyman in een complexe wereld waarin hij, eindelijk, een verschil kan maken.

McClane’s politiek is interessant. De gangbare lezing van de jaren-tachtigactiefilms is dat ze bijna allemaal reaganeske geweldsfantasieën zijn. Die Hard, het origineel, is dat zeker niet. Neem een gesprek waarin terrorist Hans (Alan Rickman) McClane voor een ‘John Wayne’ uitmaakt die High Noon naspeelt. Waarop McClane hem corrigeert door te zeggen dat niet Wayne de hoofdrol in High Noon speelt, maar Gary Cooper. High Noon is een film uit 1952 van Fred Zinneman waarin sherif Gary Cooper de hulp van dorpsbewoners inroept in zijn strijd tegen booswichten. Deze film vervulde Howard Hawks met zoveel walging – hij vond Coopers personage een zwakkeling – dat hij vlak daarna de klassieker Rio Bravo met John Wayne maakte, waarin Wayne geen seconde iets van huivering of angst laat zien. Het is duidelijk dat John McClane dichter bij Gary Cooper dan bij John Wayne staat. Of bij Roy Rogers, de zingende cowboy voor wie McClane naar eigen zeggen een zwak heeft! Wat de Grey Fox (Hawks) ongetwijfeld in zijn graf zal doen omdraaien. Punt is: net als Cooper laat McClane zien dat hij bang is. Dat maakt hem menselijk. En geloofwaardig. En een rebel in de hardwarewereld van Stallone/Schwarzenegger en Reagan.

In het nieuwste Die Hard zijn de diepere lagen afwezig die het origineel tot een klassieker maken. Live Free or Die Hard is een slechte, videogame-achtige film vol rechttoe, rechtaan actie. Arme John McClane is anno 2007 slechts een schim van zijn oude zelf.

Die Hard 4 draait overal. Die Hard: Die Harder en With a Vengeance zijn opnieuw uit op dvd