In premiere

FILM Harry Potter and The Half-Blood Prince

Het Vaticaan heeft er de zegen over uitgesproken; gerespecteerde recensenten zijn er lovend over; in Nederland breek de film alle records, bijvoorbeeld die voor de meeste bezoekers op één dag; en in Alkmaar, waar ik de film noodgedwongen zag, zijn oma, opa, vader en moeder en vooral heel veel tieners vanuit alle hoeken uit de wijde omgeving naar de dorpsbioscoop getrokken om te kijken naar Harry Potter en de Halfbloed Prins.


En wat was het dáár een feest. Zelden een zaal zo enthousiast tijdens een film meegemaakt, met een sfeer die wisselde van ademloze spanning tot losbandig gillen van genot. Valt er dan nog iets analytisch te zeggen over deze nieuwste cinematografische versie van het werk van J.K. Rowling?
Om mee te beginnen: bijzonder is dat een schrijver haar personages gelijk laat opgroeien met haar lezers, een lijn die mooi te zien is in de ontwikkeling van haar debuut, het eenvoudige, Roald Dahl-achtig geschreven kinderboek Harry Potter and the Sorcerer’s Stone (1997), tot het epische karakter van de latere, donkere romans waarin meer volwassen horror, Buffy-stijl, overheerst. Rowlings literaire veerkracht is knap, maar dat houdt tegelijk in dat de makers van de films haar niet kunnen bijbenen. Ze proberen het ook nauwelijks. Daarom worden de boeken zo conservatief verfilmd. In de vorige aflevering, de door David Yates geregisseerde Harry Potter and the Order of the Phoenix heeft men nog iets van innovatie geprobeerd door sommige scènes in 3D te draaien. Dat ging redelijk, maar verder had die film weinig om het lijf. De van oorsprong Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarón, die recent het meesterlijke Children of Men maakte, lukte het als enige maker om een eigen stempel op een Potter-film te drukken. Zijn Harry Potter and the Prisoner of Azkaban (2004) is een verademing na de eerste twee, door Chris Columbus (Home Alone) geregisseerde verfilmingen. Cuarón geeft aan de Potter-wereld een donkere, gevaarlijke sfeer. Vreemd is dat hij geen navolging krijgt.
Ook niet in Halfbloed Prins. Regisseur Yates probeert het wel met een soort zilveren, bijna sepia textuur, die tamelijk sterk doet denken aan de visuele stijl van Peter Jackson in zijn Tolkien-films. Daar houdt de overeenkomst trouwens niet op. De confrontatie tussen professor Perkamentus en Harry in de grot, waar een deel van Voldemorts ziel ligt opgesloten, is mooi en spannend gefilmd, maar teleurstellend is dat de wezens die de twee tovenaren vervolgens aanvallen allemaal op haar na op Gollem lijken. Hommage? Of luiheid? Dat laatste, vrees ik. Een gemiste kans. Rowling beschrijft de scène toch heel anders en véél beter: ‘… white heads and hands were emerging from the dark water, men and women and children with sunken, sightless eyes were moving toward the rock: an army of the dead rising from the black water’.
Nog een minpunt is dat dit soort actiescènes en de romantische verhaallijnen, waarvan er inmiddels veel zijn – gelukkig, want dat geeft de personages diepte – niet naadloos in elkaar overlopen. De verschijning van de Dooddoeners, gespeeld door onder anderen de altijd verrukkelijke Helena Bonham Carter, komt bijvoorbeeld eerder over als plichtmatig dan als ingegeven door dramatische noodzaak.
Niettemin, het Vaticaan, vooraanstaande filmcritici en de dolenthousiaste Alkmaarse boeren en boerinnen hebben niet helemaal ongelijk. Harry Potter and the Half-Blood Prince ís spannend en goed gemaakt en je verveelt je geen moment. En wanneer de eindtitels verschijnen, wil ik dolgraag weten hoe het afloopt. Dat is heel wat. Op naar de boekwinkel.

Nu te zien, overal