FILMFESTIVAL

Film zonder ziel

Tirza

Het is alsof regisseur Rudolf van den Berg al tijdens het draaien van het veelbesproken Tirza de resultaten onder ogen had van een nieuw onderzoek naar de stand van zaken rond Nederlandse films ‘met artistieke ambities’. Een van de onderzoeksvragen was: hoe dit soort films aantrekkelijker te maken? De respondenten stellen voor: sterkere, meer gelaagde verhalen, minder gekunsteld artistiek filmen, meer aandacht voor acteren en dialogen, meer humor en een 'betere afspiegeling van de Nederlandse samenleving en cultuur’. Aan al deze 'wensen’ geeft Van den Berg dus gehoor. Maar is Tirza daarmee ook een geweldige artistieke film? Nee.

Wel valt over Tirza, de verfilming van Arnon Grunbergs bestseller die juichend werd ontvangen op het Nederlands Film Festival (NFF), te zeggen: het is geen slechte film. Of: je hebt wel te doen met hoofdpersoon Jörgen Hofmeester. En in het verlengde hiervan: wat speelt acteur Gijs Scholten van Aschat, Nederlands beste acteur van dit moment, zijn rol toch weer steengoed. En: wat een spannende verhaalwending toch. Maar of deze film een ziel heeft? Nee.
Wat ervoor nodig is een film een 'ziel’ te geven is misschien ondefinieerbaar en werd dan ook niet onderzocht in de rapportage met de prachtige, veelzeggende titel Na Alex van Warmerdam komt er heel lang niets. De research werd gedaan op initiatief van het Binger Filmlab en producent Frans van Gestel van IDTV en gefinancierd door het Nederlands Filmfonds. De resultaten werden gepresenteerd op het NFF waar dit jaar opvallend veel 'toegankelijke’ titels te zien waren, terwijl in de komende maanden eveneens een groot aantal 'publieksfilms’ in de gewone bioscopen zal gaan draaien.
Iedereen is het erover eens dat het 'goed’ gaat met de Nederlandse film. Nieuwe werken zijn goed gemaakt en de cijfers tonen aan dat mensen deze films ook willen zien, getuige het succes van publieksfavorieten als Alles is liefde en Komt een vrouw bij de dokter. Maar hiermee is niet alles gezegd, want naast de hallelujastemming klinken ook andere geluiden, namelijk dat de Nederlandse filmkijker de 'artistieke film’ links laat liggen.

Hoe komt dat? De onderzoekers van Na Alex van Warmerdam concluderen dat Nederlandse arthousefilms in vergelijking met het buitenlandse aanbod 'op bijna alle aspecten tekortschieten’, althans volgens de respondenten in het onderzoek, gewone filmkijkers voor wie die films bedoeld zijn. Deze kijkers vinden kortom dat Nederlandse arthousefilms niet goed zijn. De bevindingen doen een ironie vermoeden. Is het publiek voor publieksfilms en dat voor arthousefilms in Nederland dan werkelijk zo strikt gescheiden? Wie naar Alex van Warmerdam gaat, gaan dus niet naar pak ’m beet Alles is liefde? En andersom? Men vindt Alles is liefde goed; de film werd door duizenden gezien en bewonderd. Dat terwijl de filmhuizen leeglopen op het moment dat er iemand in een film Nederlands spreekt? Dat is tamelijk tragisch. Want Alles is liefde kan onmogelijk goed worden genoemd - simpelweg slecht gemaakt en geacteerd. Hoe is het mogelijk dat deze kijkers dat niet door hebben, dat ze niet weten of denken dat er naast Alex van Warmerdam ook nog andere geweldige Nederlandse arthousefilms zijn? Een kwestie van smaak?
Terug naar Tirza. De eerste recensies zijn jubelend, bijvoorbeeld in NRC Handelsblad dat vijf sterren toekent en mensen oproept er drie keer naartoe te gaan. Drie keer. Naar een film zonder ziel. Tirza gaat over de hel van Jörgen Hofmeester, een man van middelbare leeftijd op zoek naar zingeving en verlossing nadat zijn relatie met zijn vrouw en zijn dochter kapot is gegaan. Tirza verdwijnt. Jörgen gaat in Namibië op zoek naar haar. Daar komt hij in contact met Kaisa, een kind van negen jaar dat hem seksuele diensten aanbiedt. Met Kaisa trekt Jörgen de woestijn in op zoek naar Tirza.
Van den Berg doet er alles aan om de complexe psychologische crisis van het hoofdpersonage effectief te schetsen. Hierin slaagt hij ook wel, maar in het uitwerken en aanreiken van een bevredigende uitkomst of afloop van het verhaal faalt de regisseur, en dus ook zijn film. Veel verder dan het beschrijven van de crisis komen we niet. Want waar gaat Tirza de film precies over? Het antwoord hierop is uiteindelijk tamelijk banaal, net als een slecht gefilmde en gespeelde scène tegen het einde van de film die totaal niet past in de toon of stijl van het werk als geheel.
Tirza lijkt alles in zich te hebben om de brug tussen publieks- en arthousefilm te slaan: mooie plaatjes, complex, herkenbaar verhaal, vleugje droge humor. En toch, en toch. De vonk wil maar niet overslaan.

Te zien vanaf 30 september