Filmgeweten

Ik lees al weken in een boek dat er onaantrekkelijk en onleesbaar uitziet, een dikke bundel artikelen met de in deze tijd bijna provocerende titel Movies as Politics. Geheel in strijd met het gangbare beeld van hoe een filmboek eruit moet zien, bevat het louter dichtbedrukte tekstpagina’s en geen plaatjes. In deze bijna afstotelijke academische gedaante is een mensenleven aan anti-academisch schrijven en fulmineren verstopt. De teksten zijn van de meest ijverige, eigenzinnige en erudiete schrijver over film die ik ken, Jonathan Rosenbaum dus.

Ik kreeg de drukproef van Rosenbaum zelf in Cannes. De definitieve versie zal inmiddels verschenen zijn (bij de University of California Press). Van de stukken over film van Rosenbaum verscheen eerder al een bundel met de titel Placing Movies. Het boek Movies as Politics is daar geen vervolg op. Het is een ander boek omdat het gaat om een andere selectie uit al het materiaal dat Rosenbaum de afgelopen vijfentwintig jaar heeft gepubliceerd in bladen als Film Comment, Sight and Sound en Chicago Reader. Uit dit laatste blad, Rosenbaums huidige werkgever, zijn de meer recente stukken afkomstig.
Rosenbaum heeft ervoor gekozen om de artikelen niet chronologisch maar thematisch te rangschikken. Als je de stukken dus van begin tot eind leest, spring je van de hak op de tak door de tijd. Dat is niet echt een bezwaar. De wijze van benaderen is bij Rosenbaum tamelijk consistent gebleven en de verschillen die er zijn, geven aan de opeenvolgende hoofdstukken de nodige variatie.
Als openingsstuk koos hij voor een uitvoerige bespreking (overigens zijn nagenoeg alle stukken in deze bundel uitvoerig te noemen) van Do the Right Thing van Spike Lee. Het is een artikel dat direct veel zegt over Rosenbaums specifieke manier van omgaan met film. In de eerste plaats is het een polemisch stuk. Rosenbaum analyseert het heftige debat dat rond de film plaatsvond en bepaalt tevens zijn eigen positie. Het begint met het in twijfel trekken van zekerheden en stelligheden die rond de film zijn opgetrokken. Tegenstanders van de film stelden dat in Do the Right Thing het geweld wordt verheerlijkt. Rosenbaum ging na welke scènes als gewelddadig werden omschreven en welke niet, en constateerde dat geweld tegen blanken meer in termen van geweld werd samengevat dan geweld tegen zwarten. Typerend is dat hij in een terzijde stilstaat bij het door de jaren heen veranderende gebruik van woorden als ‘blank’, 'zwart’ en 'gekleurd’, en constateert dat ook de meest correcte uitdrukking zwanger is van de ideologische vooronderstellingen. Op dit soort momenten herinnert Rosenbaum er graag aan dat hij in het sterk conservatieve en racistische zuiden van de Verenigde Staten is opgegroeid en daardoor extra gevoelig is gebleven voor discriminerende sporen.
Maar Rosenbaum keert direct weer terug naar de concrete film, om even later van daaruit weer te kunnen vertrekken naar een bespiegeling over de positie van films die zich van een afwijkende filmtaal bedienen en de weigering van veel critici om op dat afwijkende in te gaan.
Lee speelde zelf de rol van Mookie in de film. Commentatoren die het onderscheid vergaten tussen de persoon Lee en de rol die hij speelt, tikt Rosenbaum op de vingers. Evenals degenen die in de film een eenvoudige verdeling tussen goeden en slechten wilden zien. En hij richt zich niet in algemene zin tot critici. Met open vizier val hij Terrence Rafferty van de New Yorker aan, die stelde dat je de film alleen kon waarderen als je het met de teneur van Lee eens bent. Voor Rosenbaum ligt niets eenduidig, dus ook de teneur van Lee niet. In zijn bespreking van Lee’s Malcolm X moet hij constateren dat Lee zijn stijl van veelduidigheid heeft ingeruild voor betonnen Hollywood-pamflettisme. Met een verpletterende bewijslast snijdt hij dan de filmer in mootjes die hij eerder verdedigde.
Rosenbaum is meer dan het geweten van Lee. Ik kom erop terug.