Filmleven

In de late jaren zeventig schreef de Amerikaanse filmcriticus Jonathan Rosenbaum een boek waarin hij een poging ondernam om via een soort zelfanalyse een meer algemeen beeld te schetsen van de plaats die het filmkijken in het leven van mensen in kon nemen. Een binnen het schrijven over film ongebruikelijke en experimentele onderneming die je zou kunnen vergelijken met Walter Benjamins Berliner Kindheit, Jean-Paul Sartres Les Mots en de meer autobiografische geschriften van Roland Barthes. En laat ik Eric de Kuyper hier niet vergeten. Het boek vam Rosenbaum, Moving Places, A Life at the Movies, werd door de University of California Press herdrukt als aanvulling op de uitgave van een bundel opstellen. Die bundel, Placing Movies, besprak ik hier ruim een jaar geleden. In Cannes, nu precies een jaar terug, sprak ik Rosenbaum over zijn recente boek. Ik vroeg hem naar de ontvangst ervan en toen bleek dat het nog ‘nergens’ was gerecenseerd, heb ik hem onthuld dat er minstens één kritiek bestond en ja, ik zou deze aan hem opsturen.

In Rotterdam zag ik hem weer. Hij bleek met behulp van een Nederlands lezende vriend het stukje te hebben gespeld en gaf me een exemplaar van de jarenlang onvindbare voorganger van het boek in de hoop dat ik dat ook zou waarderen. Dat is het geval. Moving Places is een hoogst origineel boek dat zeker de sporen draagt van de tijd waarin het is geschreven, maar daar niet onder lijdt. Het is een boek waarin als literair experiment diverse tijdslagen door elkaar zijn geweven, en de tijd tussen het verschijnen (in 1980) en de herdruk vijftien jaar later werkt als het ware als een extra tijdlaag binnen de structuur van het boek. Rosenbaum schrijft over zichzelf in de derde persoon. Over Jonny, die als kleine jongen tijdens de jaren vijftig in de bioscopen van zijn grootvader in Alabama letterlijk opgroeit met de klassieke Hollywoodfilm. Over Jon de scholier en student in de jaren zestig, die ook buiten Alabama, al of niet onder invloed, film blijft kijken en over Jonathan de filmcriticus, die lang in Europa vertoefde en probeert van zijn leven met film zijn beroep te maken.
Jonny, Jon & Jonathan worden bepaald niet chronologisch voorgesteld. Ze zijn een soort niet-heilige drieëenheid die permanent in de tekst aanwezig is. Rosenbaum probeerde om via de film van zijn jeugd het leven in zijn jeugd te laten herleven. Zo beschrijft en analyseert hij in extenso de film On Moonlight Bay een zogenaamd gezellige musical voor de hele familie uit 1951 (van Roy Del Ruth). Met On Moonlight Bay als tijdmachine keert hij terug naar het familieleven van Jonny, maar Jonathan die in het Californië van de jaren zeventig de film op een geleende televisie terugziet, vult de herinnering aan met meer afstandelijke, algemene en ook humoristische observaties. Door deze werkwijze ontstond een tekst die zowel jeugdherinnering, sociale geschiedens als een betoog over filmkijken is.
Rosenbaums behoefte om parallel verschillende zaken en tijden aan de orde te stellen ging zover dat bepaalde delen van het boek bestaan uit naast elkaar afgedrukte tekstkolommen. Een curieus idee dat in de praktijk niet werkt omdat je nu eenmaal niet met je linker- en rechteroog apart op het zelfde moment kunt lezen. Althans ik niet. Moving Places bevat naast vele van dit soort curieuze onderdelen ook vele ontroerende beschrijvingen. Rosenbaum geeft mooie portretten van zijn grootvader en andere familieleden. Een hoogtepunt is het gedeelte waarin hij de correspondentie van Jonny met zijn moeder verwerkte toen hij lange tijd in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef. Ik ken geen ander boek waarin een filmcriticus zich zo bloot geeft als dit warme en intrigerende boek van Rosenbaum, al moet ik bekennen dat ik lang niet van alle critici zo'n boek zou willen lezen. In Moving Places koppelt Rosenbaum de filmgeschiedenis naadloos aan de autobiografie en als de auteur minder relativeringsvermogen en eruditie had gehad zou dat welllicht tot gênante situaties hebben geleid.