Films als gedichten

Te zien tot en met 28 mei, van 11.00 tot 17.00 uur in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59. Doorlopende voorstelling van de korte films. Fenceless in Grace en Screen-play for Three: alleen om 14.00 en om 15.00 uur. Het Kunstkanaal zendt begin volgend seizoen Screenplay for Three uit.
De zee. Onmiskenbaar Hollands vanwege de grijze kleur van de lucht en het water. Uit de golven komt een zwart figuurtje omhoog. Het is een meisje met een lange zwarte jurk. Het zwarte kapje op haar hoofd, dat de haren bedekt, geeft haar een streng ouderwets voorkomen. Met ferme passen komt ze uit de zee de kijker tegemoet en passeert met een blik in de verte de camera. De beginbeelden van Bala II, een filmpje van Janneque Draisma uit 1993, zouden afkomstig kunnen zijn uit een filmpje van Maya Deren, de choreografe die eind jaren veertig experimenteerde met dans en film. Prachtige, poetische films maakte ze, waarbij ze montage gebruikte voor surrealistische sprongen in tijd en ruimte, met de bewegingen van dansers als verbindend element. De lichamen van de dansers worden via een liefdevolle kadrering en belichting tot levende sculpturen.

Net als Deren zoekt Janneque Draisma naar een unieke combinatie van film en dans. Montage is daarbij een belangrijk middel. Draisma maakt echt filmchoreografieen. Dan hoeft er niet eerst een choreografie te zijn, die vervolgens wordt opgenomen, maar is de dans beeldje voor beeldje bedacht. Via de stop-motion-techniek wordt deze ook beeldje voor beeldje opgenomen. Pas bij het afdraaien van de film ontstaat er een doorgaande, zij het wat hakkerige, beweging. Vooral bij het op spitzen trippelen van dansers heeft dat een onwezenlijk effect. In Bela II laat Draisma vier danseressen op spitzen met een bezem dansen. Het zijn net vier huisrobotjes die komen aanzoeven, vlak boven de vloer zwevend. In tegenstelling tot Maya Deren zoekt Janneque Draisma niet naar een vertaling van de driedimensionaliteit en de plasticiteit van het dansende lichaam. Camerabewegingen rond de dansers gebruikt ze nauwelijks. Ze benadert het filmbeeld als een plat schilderij. Dat is het sterkste in haar eerste filmpjes.
Dans binnen kader is de titel van een filmpje dat Janneque Draisma in 1988 maakte. Twee dansers bewegen voor een vierkante lijst die tegen de achterwand is gezet. Op de lijst zijn bloemen geprikt. Aan het einde van het filmpje (dat veertig seconden duurt) zie je de gezichten van de dansers in close-up, met eenzelfde bloem in hun mond. Het is een platte, ronde bloem, die agressief op de gezichten lijkt te plakken als een bloem in een schilderij van Magritte. In Table Kick Piece (1988) is er een vierkant met het formaat van een tafel op de achterwand geplakt. Later schuiven er twee tafels het beeld in, maar die zie je weer alleen van de zijkant. Die platheid van de beelden maakt dat je oog krijgt voor vormen, silhouetten, voor de compositie van een beeld.
Een groot verschil met de fimpjes van Maya Deren is ook de luchtige toon in Draisma’s werk. Soms is het bijna een parodie op het zware, expressionistische drama uit de tijd van de stomme film. Het is knap hoe iemand erin slaagt om werk te maken dat zo fris en modern oogt en dat toch refereert aan de traditie. Aan Draisma’s werk zie je af dat ze zich in verschillende richtingen grondig heeft geschoold: moderne dans, Rietveldacademie, klassieke mime in Parijs. In het overzicht van haar werk dat nu in Amsterdam te zien is, is haar onderzoek naar vorm en inhoud te volgen. ‘Ik zie mijn films als gedichten - nu is er al haast een bundel. Ze kunnen gewoon op reis’, zegt Draisma zelf over haar werk. Ze heeft gelijk. Dichteres is ze dus eigenlijk ook.