Filosofie 2

‘Is filosofie relevant voor de politiek? ’ Zo luidde een van de vragen in de filosofenenquete waarvan de resultaten in De Groene van 25 januari verschenen. Het leek een vage echo uit het ‘politiek moet’-tijdperk van omstreeks 1970. Maar dat geeft natuurlijk niet. Jammer was alleen dat Antoine Verbij in zijn commentaar de mythe in stand hield dat de Nederlandse filosofen niet aan politiek doen. ‘Er gaapt in ons land kennelijk een gigantische kloof tussenfilosofie en politiek’, schreef hij zelfs. Dat is helemaal niet waar.

Om te beginnen heeft hij er niet aan gedacht dat er onder de geenqueteerden behalve Nauta nog iemand was die zich in de partijpolitiek heeft gestort, namelijk L. M. de Rijk, die jarenlang lid van de Eerste Kamer is geweest voor de PvdA. Twee op de achttien actief in de landelijke politiek, dat is al een hoog percentage. Veel belangrijker is nog dat, als men het begrip ‘politiek’ iets ruimer opvat, er heel wat Nederlandse filosofen zijn geweest die zich in de laatste 25 jaar met enige regelmaat en intensiteit over politieke kwesties hebben uitgelaten. Ik noem, behalve Nauta en De Rijk: W. Achterberg H. Achterhuis, G. M. van Asperen, E. M. Barth, J. W. de Beus, B. Delfgaauw, S. J. Doorman, G. Harmsen en G. A. van der Wal. De lijst is ongetwijfeld niet volledig. Het gaat dus om een vrij groot deel van de toonaangevende beroepsfilosofen; Nederland slaat hiermee geen slecht figuur.
Wat het buitenland betreft verkijkt men zich nogal gauw op enkele spraakmakende prominenten zoals Russell, Sartre, Rawls of Habermas, en vergeet dan dat het gros van hun filosofen-landgenoten zich helemaal niets aan de politiek gelegen laat liggen. Ik vermoed dat de gewraakte kloof in de Verenigde Staten en in Engeland bestaat, en misschien ook wel in Frankrijk en Duitsland. Mijn stelling zou zijn dat Nederland juist een land is waar zo'n kloof er goedbeschouwd helemaal niet blijkt te zijn.
Groningen, J.J.A.MOOIJ