Popmuziek

Filter zelf maar

Popmuziek: Ryan Adams is nog steeds niet van de dosering

Een journalist vroeg Ryan Adams een paar jaar geleden hoe hij dat toch deed, zoveel liedjes schrijven. Hoe dat werkte.

Toevallig dat-ie het vroeg, antwoordde Adams: hij was net deze ochtend aan een nieuw nummer begonnen en dat ging ongeveer zo. Hij pakte zijn gitaar en speelde het voor. Die avond speelde Adams in Paradiso. Het nummer, inmiddels zo goed als af, stond al op de setlist. En het concert duurde zo ontzettend lang dat veel aanwezigen het einde niet hebben meegemaakt: laatste trein, morgen weer een dag, genoeg gehoord nu wel.

Genoeg. Het is een begrip dat de dertigjarige Adams vreemd lijkt. Hij is niet van de dosering, noch van het laten rijpen. Bij Adams stromen de liedjes eruit als warme reuzel, en vervolgens brengt hij ze uit. Weinigen die dat nog bijhouden, dus is de massale aandacht die zijn albums Gold en Rock ’n Roll be geleidde inmiddels grotendeels verstomd. En lijkt het unanieme oordeel te luiden: als hij één plaat per jaar zou uitbrengen, zou dat een meesterwerk zijn. Dat is twijfelachtig, want zorgvuldigheid, tijd en budget lijken bij Adams niet kwaliteitsverhogend te werken. Dat meest succesvolle album Gold (2001) is zijn meest gelikte, en de officiële opvolger Rock ’n Roll was een regelrechte mislukking. Het was de restjesplaat Demolition waarop de mooiste nummers stonden, plus de twee Love is Hell-albums, die zijn platenmaatschappij vanwege een gevreesde verzadiging in eerste instantie niet eens wilde uitbrengen. Muzikale schetsboeken waren het, onaf in vele op zichten, maar geregeld ook van een bijna naïeve schoonheid. In alle gevallen afgewisseld met missers, of specifieker: aanzetten. Grondstoffen voor nummers, maar in Adams’ ongeduld al op plaat gezet.

Zo werkt hij, zo wíl hij werken. Werk in uitvoering, filter zelf maar. Voor de albums die hij dit jaar uitbracht – eerst de dubbelaar Cold Roses en nu Jacksonville City Nights – geldt exact hetzelfde. Maar het blijft onvoorstelbaar hoe veel nummers van Ryan Adams van een kwaliteit zijn waar menige artiest in het gunstigste geval eens in zijn carrière aan mag tippen. Met begeleidingsband The Cardinals put hij weer net zo nadrukkelijk uit de country als op zijn debuut, en speelt hij enthousiast volgens alle spelregels van het genre. Het is dat schijnbare gebrek aan gêne dat het allermooist uitpakt in ballads waarin hij ronduit gaat schmieren. Dear John, zijn duet met Norah Jones, is per saldo een tranentrekker. Tekstueel op momenten te expliciet, en al na een paar regels voldoende ellende om dat overleden kind op het eind ietwat overdadig te maken. Zou je zeggen. Tot Jones’ stem samenvalt met de falset van Adams. Geen kanttekening blijft overeind.

Er staan meer van die momenten op Adams’ nieuwe. Wanneer hij «And I can’t make you love me/ And you can’t make me stay» zingt in Silver Bullets. Een grafsteen streelt in het nevelige September. Of zijn zelfmedelijden uitvent in Don’t Fail Me Now. Momenten van pure pathos, zwarte romantiek van de meest destructieve soort. Maar ook muziek om in te verdrinken. Tot december. Dan komt zijn volgende album uit.

Ryan Adams & The Cardinals

Jacksonville City Nights

Universal