Popmuziek: Lewis Capaldi

Finale

Lewis Capaldi © Mojo

Met de hernieuwde populariteit van vinyl komen ze wellicht terug: de mensen die een plaat kopen op basis van de hoes. Zoals er mensen ook albums kopen op basis van het platenlabel. Nog een goed criterium zou zijn: de titel. En Divinely Uninspired to a Hellish Extent, dát is een titel. Dat is er lyrisch een in het rijtje van Give Me Convenience or Give Me Death en It Takes a Nation of Millions to Hold Us Back. Maar dan minus de levenslust.

Het is de titel van het debuutalbum van Lewis Capaldi, de 22-jarige Schotse singer-songwriter die vorig jaar in Engeland een nummer 1-hit scoorde met een nummer dat de bbc ‘het grootste treurige nummer van het jaar’ noemde: Someone You Loved.

Het nummer blijkt exemplarisch voor Capaldi’s album: vaak piano-gedreven nummers met het drama van ballads, ook als ze dat niet zijn of blijven, en altijd met een centrale rol voor zijn stem, die al in de eerste seconde van het album alle aandacht opeist. Capaldi’s stem is even pregnant als dwingend: hij zingt hoog, neigt naar de mannelijke nachtegaal die een paar jaar geleden de popmuziek in bezit nam, maar is niet van de gepolijste mooizingerij: Capaldi raspt elk nummer die nachtegaal aan flarden. Meteen al in de eerste seconde van openingsnummer Grace doet hij dat. Onmiddellijk die rauwe uithaal, alsof hij begint met de finale. Het geeft Capaldi iets extreem zelfbewusts; een eigenschap die doorgaans een balanceerduel met talent aangaat, ook bij Capaldi. Luister maar naar de pianoballad One, waarin hij zijn stem laat oversturen én overslaan én snikken én moduleren. En dan moet het koor nog komen. Een klein nummer vol grote gebaren.

Dit is in die zin een klassiek debuut: de bewijsdrang spat ervan af, de aanstekelijke gretigheid, de begeestering, en met dit alles ook: het constante gevaar van overdaad. Vocale, in dit geval, want zijn arrangementen propt hij allerminst vol, hij laat zijn nummers juist aangenaam ademen. Ter zake is hij ook: compacte nummers, korte interviews. Maximaal tien seconden inleiden en dan zingt Capaldi alweer. Elke seconde intro is een seconde verloren aan nog niet zingen.

In Headspace is het alleen Lewis Capaldi en deze keer geen piano, maar een gitaar. Het nummer vult nog steeds een kamer, zoveel présence heeft Capaldi’ stem. Het is soms onuitstaanbaar en vaker onweerstaanbaar, soms zelfs tegelijk. Want liedjes schrijven, dat kan Capaldi: Maybe is een gospel van een popnummer, het gedragen Don’t Get Me Wrong een nieuwe benadering van klassieke soul.

Liefde is het thema, keer op keer, liefde in de eerste persoon enkelvoud, uiteraard vol op het orgel van de laatste en gemiste kansen, het mes in het hart en de rug, de fles binnen handbereik om te vieren of te verdrinken. En soms het kalme besef van dingen die voorbijgaan: ‘Darling, nobody said that it would last forever/ That doesn’t mean we didn’t try to get there/ I never said that we would die together’.


Lewis Capaldi – Divinely Uninspired to a Hellish Extent. Lewis Capaldi speelt 5 juli op Down The Rabbit Hole in Beuningen, 25 oktober in TivoliVredenburg in Utrecht