The First Total War

Finale oorlog

David A. Bell
The First Total War: Napoleon’s Europe and the Birth of Modern Warfare
Bloomsbury, 420 blz., € 35,- (importeur Penguin)

Historici zijn net mensen. Ook zij kunnen zich vaak niet losmaken van de hedendaagse hang naar het breken van records. Zodoende stellen ze dikwijls vragen als: welke denker had de meeste invloed, welk regime maakte het meeste slachtoffers, wanneer werden de eerste tekenen van een bepaald verschijnsel zichtbaar?
In de laatste categorie hebben bijvoorbeeld kerkhistorici lang gezocht naar voorlopers van de Reformatie, waarbij elke middeleeuwse priester die wel eens naast het dogmatische potje pieste, werd gezien als een wegbereider van Luther. Het concept ‘Reformatie’ werd er echter niet helderder op.

Ook met het begrip ‘totale oorlog’ lijkt iets dergelijks aan de hand. Uiteraard denken we aan Goebbels, die begin 1943 het nazistisch klapvee in het Sportpalast vroeg: ‘Wollt ihr den totalen Krieg?’ – alsof er nog iets te wollen was. De Tweede Wereldoorlog wordt inderdaad door iedereen beschouwd als een totale oorlog, waarbij niet alleen alle menselijke en militaire hulpmiddelen werden ingezet, maar ook de complete economie van de betrokken landen in dienst van de oorlog stond, terwijl er tegelijkertijd onnoemelijk veel burgerslachtoffers vielen.

Historici hebben echter geprobeerd aan te tonen dat ook eerdere oorlogen ‘totaal’ waren, waarbij vooral de Eerste Wereldoorlog, de Amerikaanse burgeroorlog en soms zelfs de Napoleontische oorlogen worden genoemd. Terecht stelt David Bell dat het begrip ‘totale oorlog’ nogal vaag is. Het gaat volgens hem niet alleen om de mate waarin een complete samenleving werd gemobiliseerd. Dan zijn er nog wel oudere voorbeelden te vinden. Volgens Bell is het begrip onlosmakelijk verbonden met de Verlichting. Tot ver in de achttiende eeuw werd oorlog gezien als iets wat betrekkelijk ‘normaal’ was. Sinds de Verlichting werd de vrede in toenemende mate gezien als de normale toestand, iets waarnaar ten koste van alles gestreefd moest worden. In een oorlog was de tegenstander dan ook niet iemand die met geweld een bepaald belang nastreefde, maar een apocalyptische macht, die de komst van de eeuwige vrede in de weg stond. Die vijand moest dus met alle macht vernietigd worden.

De Franse revolutionairen uit de jaren 1790 geloofden dat zij een oorlog voerden die een einde zou maken aan alle oorlogen. Om dit nobele doel te bereiken was massaal geweld niet alleen toegestaan, maar zelfs wenselijk. Napoleon was niet de bedenker van de totale oorlog, hij werd erin meegesleept. Helaas was hij niet de laatste.