OPHEFFER

Financieel materiaal

Ik kom uit een financiële familie; mijn vader werkte bij De Nederlandsche Bank en verschillende andere familieleden waren in Indië bankiers. Ik ben ‘met geld’ opgevoed, maar gek genoeg ben ik verre van rijk; ik kan er niet mee omgaan, ik kan er wel over denken.
Mijn vader is verschillende keren in zijn leven ‘berooid’ thuisgekomen. Dan had hij weer geld verloren, of verkeerd geïnvesteerd.
Vlak voor zijn dood maakte mijn vader een lijst met een paar zaken waaraan ik moest denken als het ‘om geld’ ging, want hij zag toen al dat ik met ‘financieel materiaal’ niet overweg kon.
Ik tik wat over. Dit is geschreven in februari 1985.
‘1. Koop nooit aandelen, want je weet er te weinig van. Dus zet je geld, als je geld hebt, op een spaarbank.

  1. Als je iets verdiend hebt, moet je dat op een spaarrekening zetten, en je mag maar tien procent daarvan besteden aan iets voor jezelf. Je moet dat geld zien als feelgood money. Spaar, spaar, spaar. Jij hebt nu geen spaarbankboekje, maar dat moet je wel nemen. Je moet zo min mogelijk geld in huis hebben. Ook als het slecht gaat. Want geld dat je in huis hebt, maak je op aan onnodige zaken. Je moet er altijd voor zorgen, in goede en slechte tijden, dat je moeite moet doen om iets te betalen.
  2. Bij ernstige crises het teveel aan geld in goud stoppen. Dure sieraden is ook goed, maar daar heb je geen verstand van. Denk aan mij, als het zo ver is: koop goud als je een crisis ziet aankomen. (Je moeder is de oorlog doorgekomen door de sieraden die ze had te verkopen. Dat is een wijze les.)
  3. Heb je een huis, je huis niet verkopen. Geld wordt altijd bekeken vanuit een bepaald perspectief. Zolang er een tekort aan huizen is – en dat is in Amsterdam het geval, hoef je je geen zorgen te maken, zelfs als de prijs daalt. Die trekt dan wel weer een keer op.
  4. Als de crisis aanhoudt, koop dan duurzaam materiaal. Beter schoenen te kopen die tien jaar meegaan, of twintig (zoals de mijne) dan goedkope schoenen kopen.
  5. Je zult later in je leven pakken gaan dragen. Koop twee dure pakken die lang meegaan. En vijf goedkope. Zodat je ongeveer zeven tot tien jaar onder de pannen bent met je kostuums. Denk ook aan wat je grootvader zei: als je geld wil verdienen moet je netjes gekleed zijn. Ooit een rijke sloeber gezien?
  6. Als er crisis is, moet je juist geld uitgeven, anders staat de economie helemaal stil. Dit is moeilijk. Het is je moeder nooit gelukt. Die ging bij een crisis sparen. Dat moet je niet doen. Maar je moet alleen uitgeven als je zeker weet dat er ergens nieuw geld komt. (Dus vast werk!) Daarom moet je ook diploma’s hebben. Diploma’s zijn er voor tijden van crisis.
  7. Geld zoekt altijd het laagste punt. Dus spreid je kapitaal en doe rustig aan.
  8. Je kunt in elk huishouden altijd bezuinigen. Maar je moet niet de krant wegdoen, want die heb je nodig. Wees zo goed mogelijk op de hoogte. Je kunt altijd bezuinigen op eten en luxe. Je moet nooit bezuinigen op papier (om op te werken) en op boeken (waar je iets aan hebt).
  9. Als je arm bent, moet je een huisdier nemen. Een hond of een kat. Want die bieden vermaak en dan heb je geen andere dingen nodig als televisie of boeken, waarop je dan kunt bezuinigen.’ Deze tien regels schreef mijn vader toen ik zelf vader werd.