Finish him off

Al jaren schrijf ik af en toe aan een boek over Sartre.
Ik sprak over dit project met enkele uitgevers. Geen van hen had zin om dit boek van mij de wereld in te sturen. En ik begreep de redenen: Sartre is niet meer zo populair, integendeel. En ik heb als auteur te weinig autoriteit (lees ook: ik ben te weinig gezaghebbend) om een boek over Sartre te publiceren waar de uitgever geen verlies op lijdt.
Ondertussen wordt er in andere landen wel vlijtig over Sartre gepubliceerd. Zijn verhouding met Simone de Beauvoir heeft nu al drie dikke boeken opgeleverd en in New York woonde ik onlangs een ‘Sartre-night’ bij - eerst gingen drie filosofen iets volstrekt onbegrijpelijks over het existentialisme uitleggen en daarna kregen we een voorstelling te zien van La p… respectueuse, gespeeld door een Franse actrice, en ik wil mezelf niet op de borst kloppen, maar ik had het idee dat ik echt de enige was die het stuk min of meer kon verstaan.
Het was een genoeglijke nacht, vooral de discussies na afloop herinner ik me nog levendig.
Ik vertelde over mijn boek - Amerikanen kunnen erg enthousiast reageren - maar wat ze niet begrepen, was dat ik Sartre in gelijke mate bewonder en verafschuw. Op zijn brievenboeken en zijn literaire werk na vind ik eigenlijk niets meer goed aan hem. Ik legde mijn redenen uit en zei dat ik het juist zo aardig vond om te schrijven over een oude held op wie je bent afgeknapt, maar die je leven blijft beheersen. Waarop een van de filosofen zei: 'Yes… but… who wants to read that?’
Toen ik hem vertelde dat ik er ook geen uitgever voor kon interesseren, knikte hij heftig. Hij zou zo'n boek ook niet willen lezen. Een roman die daarover zou gaan zou hij misschien wel kunnen pruimen, maar een biografie of monografie van iemand die een hekel heeft aan zijn onderwerp… nee.
Hij zei: 'Je leest een boek om enthousiast te worden. Ik wil geen boek lezen van iemand die vroeger enthousiast was en nu niet meer. Maak Sartre af (Finish him off), schrijf een polemiek. Maar een boek over iemand die je in gelijke mate bewondert en verafschuwt lijkt me niets.’
En toch wil ik dat boek schrijven!
Het hoeft niet een dik boek te worden, ik wil dat boek schrijven zoals ik ook een boek heb geschreven over Gerard Reve. Niet het laatste woord over een auteur, maar een uitleg over de redenen waarom je van iemand hebt gehouden en er afstand van hebt genomen; tonen waarom de slijpsteen is uitgewerkt en je messen bot blijven (ik ben trouwens hierin niet origineel; de vertaler van Sartre, Frans de Haan, heeft ook al een prachtig, pittig boekje over Sartre geschreven).
Onlangs sprak ik Harry Mulisch. Ik vroeg hem of er een intellectueel was die hij bewonderde, en zonder omhaal antwoordde hij: 'Sartre. Ik denk nog wel eens als zich wat voordoet: wat zou hij ervan hebben gevonden.’
Precies!
Ik heb dat ook met Karel van het Reve en Gerard Reve.
Kopvoddentax, wat zou Sartre daarvan hebben gevonden?
Sartre - zo kan je her en der lezen - voelde zich aan het eind van zijn leven aangetrokken tot het jodendom. Zou dat zijn visie op moslims hebben veranderd? Als ik lees wat Bernard-Henri Lévy over de islam schrijft en dan besef dat hij Sartre kende en een biografie over hem heeft gepubliceerd, laat ik dat in mijn overwegingen een rol spelen.
'Je moet je eigen mening hebben en je daar niet voor schamen’, zeg ik wel eens tegen mijn dochter.
Maar ikzelf roep bij iets waarover ik niet onmiddellijk een standpunt heb de hulp in van een reeks anderen die ik soms bewonder en verafschuw in gelijke mate. Ik hou van dat gesprek.