Toneel

Finito la commédia!

Toneel: het einde van het Internationale Theaterscholen Festival?

De afsluiting van het theaterseizoen betekende ook het einde van het internatio nale festival waarin afstuderende nieuwe lichtingen theatermakers acte de présence geven, het ITs-festival. Als het aan de hoofdstedelijke en de rijksadviseurs over de kunsten ligt, is de afgelopen vijftiende editie tevens de laatste geweest: wat hen betreft komt er geen geld meer voor het Internationale Theaterscholen Festival. Een aantal voorstellingen van het ITs reist ondertussen door naar Brussel, daarna verder Europa in, om in augustus te eindigen op het Edinburgh Festival Fringe.

Ik herinner me nog hoe het begon: als een bescheiden poging om een podium te creëren voor nieuw talent aan de Nederlandse en Vlaamse theateropleidingen. Vrij snel werden daar de hyperende sleutelbegrippen van de jaren negentig aan gehecht: grootschalig en internationaal. Het festival moest uitwaaierend concurreren met het gelijktijdig georganiseerde Holland Festival. En er moesten steeds meer nationaliteiten op de podia in en rondom de Amsterdamse Nes-straat te zien zijn. Dat aantrekken van een (te) grote broek had al iets potsierlijks. De geforceerde internationalisering leidde er steeds meer toe dat het publiek werd verleid tot het aanhoren van volstrekt onbekende teksten in het Zuid-Sloveens, om vervolgens murw gebeukt te strompelen naar een evenzeer onbekend stuk in het Pools, daartoe aangemoedigd door een enthousiast staflid van het ITs, dat in zijn of haar enthousiasme meestal alleen stond.

Want zo gaat dat. Stafleden, verantwoordelijk voor loketten als dans, toneel, mime en vooral interdisciplinair & multimediaal, reizen de wereld rond en komen terug met enthousiaste verhalen die ze via hun loket verdedigen, wat leidt tot voorstellingen waar niemand op zit te wachten. Niemand kwam ook op het idee om per festival één boeiende buitenlandse kunstopleiding centraal te stellen, van die school zo veel mogelijk te laten zien (ook proefvoorstellingen, workshops, lezingen, videopresentaties, uitwisselingen), of samen te werken met de voortreffelijke organisatie Elia, een nota bene vanuit Amsterdam geleide bond van Europese kunstvakopleidingen. Alles moest vooral groter en vooral steeds internationaler. Met als resultaat een jaarlijkse hutspot waar geen sterveling nog een touw aan kon vastknopen. En: het steeds meer terugdringen van het aandeel van de Nederlandse podiumkunst opleidingen. In de editie van dit jaar schitterde bijvoorbeeld de Maastrichtse Toneelschool door afwezigheid, wat gewoon schandalig is. Het ITs breide zodoende ijverig aan een strop waaraan het festival in 2004 uiteindelijk kon gaan bungelen.

Ik zal het maar eerlijk zeggen: van mij mogen de bestuurders het ITs om zeep helpen. De megalomane gekken die dat festival leiden hebben hun langste tijd gehad, hun kansen verspeeld, hun feestjes gevierd. Het woord is nu weer aan de podiumkunstopleidingen zelf. Steek de koppen bij elkaar en bedenk hoe je het werk van je afzwaaiende aspirant-theatermakers wil laten zien. Kies samen per jaar één inspirerende podiumkunstopleiding in het buitenland en nodig die dan in zijn totaliteit uit naar Nederland, met alles wat ze kunnen laten zien. Vraag daarvoor op bescheiden schaal Europese financiële ondersteuning aan. En noem het in godsnaam geen festival meer. Festivals zijn er voor de arrivés. Bedenk een andere titel, een ander motto. Suggestie: het korte antwoord van de Spaanse Renaissance-toneelschrijver Lope de Vega, toen hem werd gevraagd naar de essentie van theater: twee plankieren en één hartstocht.