Fish & chips

P.F. THOMÉSE
J. KESSELS: THE NOVEL
Contact, 240 blz., € 16,95

Net als in zijn vorige roman, Vladiwostok!, verblijft P.F. Thomése in zijn nieuweling in het schemergebied tussen hilariteit en banaliteit. Hij is een van de weinige schrijvers die je vermoeid kan laten zuchten om de zoveelste te gewilde platte grap, over tieten, neuken, et cetera, onderwerpen die na je twaalfde toch iets van hun instant-humor verliezen, en die je zes zinnen later weer hardop doet lachen om diezelfde onderwerpen en om de dan toch originele invalshoek. J. Kessels: The Novel is zo’n operette van ouwe-jongens-krentenbroodbravoure, een spervuur van flauwe grappen over fellatio en cunnilingus, dan weer leuk, dan weer plaatsvervangend beschamend.
Het verhaal begint met: ‘Het begon allemaal met zo’n telefoontje waar ik niet echt op zat te wachten. “Spreek ik met P.F. Thomése, de beroemde schrijver?”’ Het boek komt met de mededeling dat J. Kessels echt bestaat, waarschijnlijk net zo echt als de P.F. Thomése die we hier in actie zien – dat wil zeggen: het doet er niet toe, dit is een roman, met personages, een roman die niet op waarheid getoetst hoeft te worden.
Misschien is dit een statement. Ooit verzette Thomése zich tegen autobiografische fictie, totdat zijn pasgeboren dochtertje overleed, waar hij vervolgens Schaduwkind (2003) over schreef dat een bestseller werd, en daaruit afgeleid Izak (2005). Misschien dat hij nu, door een totaal ongeloofwaardige over the top-Thomése op te voeren, daar weer de spot mee wil drijven.
Misschien. Met J. Kessels: The Novel presenteert hij een roman die zo expliciet entertainment is dat hij lijkt te suggereren dat je er niet te lang over na moet denken. De beller is Berend de Braaij, die Thomése nog kent uit zijn jeugd als zoon van de snackbarhouder uit zijn dorp, en die vraagt of Thomése en zijn goede vriend J. Kessels hem willen helpen met het zoeken naar zijn vermiste zwager, die zich waarschijnlijk ergens in Hamburg ophoudt.
Kessels en Thomése willen wel en gedrieën blazen ze in hun Toyota Kamikaze over de Autobahn naar Hamburg. Berend proberen ze te lozen, ze vinden hem een walgelijke boekhouder met een ‘anusachtig mondje’: ‘Hij zweette als een afgebakken bamischijf (…) ik herkende zijn vader in hem, hele generaties frituurvet kwamen in hem tot leven.’ Blijven over twee eind-veertigers/begin-vijftigers in een Duitse stad die curryworsten eten en grosse Bier bestellen terwijl ze zich in een topless-bar aan de meisjes vergapen en over Bundesliga-voetbal en country & western-zangers neuzelen. Wat volgt zijn aanvaringen met een Turkse pooier en opdringerige hoertjes en een lijk in de kofferbak van de Kamikaze, een waanzinnige NAC-supporter.
Het is een krankzinnig verslag, in de beste traditie van Hunter S. Thompson. Niet ontoevallig, want de roman is opgedragen aan Pulp/ Beat/Gonzo-personages Hank Chinaski, Dean Moriarty, Kinky Friedman en Hunter Thompson zelf. J. Kessels functioneert voor Thomése zoals Dr. Gonzo dat voor Thompson deed: als verbale sparringpartner en verlengstuk van zijn eigen ziel tegelijk.
We lezen hier dus Pulp en Thomése maakt dat waar. Het adjectief kut vliegt zo vaak over het papier dat het iets pathologisch lijkt. Er is een overdaad aan zinnen als: ‘Voor je het wist was je in de beenschroef genomen en werd je kop afgeklemd, waarna je hele gezicht door goed getrainde schaamlippen op vaginaal-ambachtelijke wijze vacuüm werd gezogen.’
Dit is wel/niet leuk (doorhalen wat voor uw gevoel van humor niet van toepassing is).
Maar net als in Vladiwostok! (2007) zitten de onderliggende thema’s opgesloten in die vuige taal. In Vladiwostok! waren de twee hoofdpersonen actief in de politiek en zodoende ongelooflijke praatjesmakers; ze verkochten zichzelf – aan de kiezer en aan hun minnaressen – door eindeloos te ouwehoeren. In J. Kessels: The Novel ligt in al dat gemijmer over seks het verdriet van Thomése (of tenminste het personage Thomése), want het is precies waar hij naar verlangt. Niet eens zo zeer uit geiligheid, maar omdat de midlife nadert en het leven niet meer zo spannend is als het ooit was: ‘Als neuken, pijpen, etc. niet al lang hadden bestaan, dan waren wij ook niet op het idee gekomen.’ Het voornaamste lustobject is B.B., de nattedroomvrouw uit zijn jeugd, de dochter van de snackbareigenaar die hij verlekkerd in de gaten hield vanachter de flipperkast: ‘De onvoorstelbare, opblaasbare cafetariaspecialiteit van een B.B., één plus één is twee, borsten en billen in het kwadraat, tegelijk optelsom en vermenigvuldiging, waar je kwartjes in kon gooien zonder dat de gleuf ooit gevuld zou raken, een onnavolgbare permutatie die alleen in de preliminaalste masturbatiefantasieën concreet had kunnen bestaan.’
Maar is die taal genoeg? Thomése doet zo zijn best die taal vitaal te houden dat het eigenlijk te veel wordt om te lang achter elkaar te lezen. Die extra dimensie die je in Vladiwostok! geïnteresseerd hield in de personages, is hier weggecijferd. Maar goed, het is Pulp, dus meer dan de zinnen moet je niet verwachten.
J. Kessels: The Novel wordt deze week integraal, verspreid over vijf werkdagen, afgedrukt in nrc.next. Als iemand fish & chips in de krant wikkelt, zou dat mooi aansluiten op alle frituurwaren die in het boek de revue passeren.