profiel: Junichiro Koizumi

Flamboyant en theatraal

Zondag zijn er vervroegde verkiezingen in Japan. Premier Junichiro Koizumi wil via de stembus een mandaat krijgen voor zijn hervormingen. Wie is Koizumi? Omstanders buigen voor hem. Maar feitelijk heeft de man veel minder invloed in Japan.

TOKIO – De Japanse premier Junichiro Koizumi is een volleerd illusionist. Doordat hij de media beter bespeelt dan al zijn voorgangers is hij erin geslaagd de indruk te wekken dat, wanneer de kiezers aanstaande zondag op hem en de LPD-kandidaten stemmen, zij voor hervormingen hebben gekozen.

Reeds lang voordat hij minister-president werd had zich in zijn hoofd het idee vastgezet dat de werkelijke hervorming van Japan zou moeten beginnen met de herziening van de postspaarbank. Sindsdien is hij ervan overtuigd dat die geprivatiseerd moet worden. Hij heeft herhaaldelijk verklaard dat zijn «politieke lot» is verbonden met de poging om dit te verwezenlijken. In de vier jaar dat hij nu leiding geeft aan de Japanse regering heeft hij heel geleidelijk toegewerkt naar dit ogenschijnlijk uit het oog verloren doel, totdat het Hogerhuis op 8 augustus wetsvoorstellen verwierp die hiermee te maken hadden en die door het Lagerhuis waren aangenomen. Dit bracht Koizumi ertoe zijn eigen partij, en in feite de gehele Japanse politieke elite, uit te dagen door het parlement te ontbinden en razendsnel verkiezingen uit te schrijven.

Tijdens de huidige verkiezingscampagne hamert hij er daarom op dat zijn plan de postspaarbank te privatiseren het enige onderwerp is dat ertoe doet. Hij doet het voorkomen alsof de toekomst van Japan er van afhangt en weigert zich uit te laten over andere onderwerpen, waarvan sommige heel wat urgenter lijken te zijn.

De Japanse postspaarbank is in feite de grootste bank ter wereld. Van een werkelijke privatisering kan geen sprake zijn, omdat de activa van deze bank een enorme rol spelen in de informele kant van de Japanse economische politiek. Die informele kant – relaties en transacties die nooit kritisch zijn onderzocht en zich onttrekken aan elke wettelijke controle – is enorm belangrijk en bezorgt de Japanse economie haar bijzondere en mysterieuze kracht.

De spaartegoeden van huishoudens hebben lange tijd een van de basiselementen gevormd van wat het Japanse economische wonder werd genoemd. Hun renteopbrengst was minuscuul, maar het postkantoor heeft altijd een rente geboden die iets hoger was dan elders, waardoor deze spaarvorm de populairste werd.

De tegoeden worden beheerd door het ministerie van Financiën – een bureaucratie die de rivaal is van het ministerie van Post en Telecommunicatie. Ze werden altijd geadministreerd door het Bureau van Beheerde Fondsen en verdwenen rechtstreeks in de zaisei toyushiin, beter bekend als de «tweede begroting». Tegenwoordig volgt het geld een minder duidelijke route door andere kanalen, die bekend staan als het Fiscaal Leningen Fonds. Maar het wordt nog altijd naar goeddunken van het ministerie van Financiën toegewezen aan ontelbare overheidsinstanties die in meerderheid geen verantwoording hoeven af te leggen.

Behalve voor tal van andere doelen is deze geldstroom onmisbaar bij de instandhouding van het Japanse stelsel van staatsobligaties. Dat stelsel kan men geen markt noemen, omdat het met opzet wordt gevrijwaard van marktwerking.

De betekenis van de postspaarbank voor de overheidsfinanciën dateert uit de laatste oorlogsjaren, toen zij, samen met de zogenaamde commerciële banken, zorgde voor een ononderbroken financiering van de munitie-industrie. Deze regeling vormde de basis voor een ingewikkeld financieringssysteem dat bijdroeg aan het legendarisch snelle herstel van het naoorlogse Japan.

Nadat de wederopbouw was voltooid, werden de enorme fondsen die via de «tweede begroting» werden toegewezen, ingezet voor nieuwe doeleinden. Dit gebeurde onder leiding van hét politieke genie van het naoorlogse Japan: Kakuei Tanaka, de meest invloedrijke politicus van twee generaties die vooral grote macht uitoefende wanneer hij achter de schermen opereerde. Tanaka voerde een «le ger» aan van politici en functionarissen die door grote investeringen in de infrastructuur garant stonden voor electorale successen.

In het post-Tanaka-tijdperk heeft deze traditie Japan verrijkt met talrijke overbodige tunnels, bruggen en zesbaans snelwegen die nergens naartoe leiden of door onherbergzame berggebieden voeren. Voor veel campagnevoerende politici, vooral voor LPD-kandidaten, zijn deze stemmen lokkende overheidssubsidies niettemin nog altijd van groot belang. Vandaar dat het huidige «achtergrondverhaal» luidt dat Koizumi moet opboksen tegen gevestigde belangen binnen zijn eigen partij, waar velen niet graag zouden zien dat dergelijke cadeautjes aan de kiezers onmogelijk worden.

De «tweede begroting» is echter niet louter verspilling. Zij zorgt er ook voor dat er geld gaat naar delen van het land die anders over weinig middelen zouden beschikken om de regionale economie te stimuleren.

Maar het belangrijkste is dat de excessieve overheidsuitgaven van Japan een oplossing betekenen voor een vrijwel niet bekend en nog minder begrepen probleem van de Japanse economische politiek. Het land moet voortdurend yens produceren, als tegenwicht voor de enorme hoeveelheden dollars die het bezit en waarvoor over het algemeen geen an dere bestemming kan worden gevonden dan investeringen in de Amerikaanse economie. Het openen van rekeningen voor aannemers die het geld dat zij in theorie voor bouwprojecten ontvangen, doorsluizen naar onderaannemers – Japan telt er ongeveer een half miljoen – zorgt ervoor dat er veel yens in de economie gepompt worden.

Wanneer we de vele functies van dit systeem nagaan – waarvan sommige essentieel zijn voor de informele, buitenwettelijke wijze waarop in Japan zaken worden geregeld – is de conclusie dat het blootstellen van dit financieringsstelsel aan iets wat ook maar in de verte op een markt lijkt, beslist een revolutionaire hervorming zou betekenen. Maar het zou tevens resulteren in de ineenstorting van de bouwsector en van vitale financiële en agrarische instituties. Een ineenstorting van de Japanse financiële sector zou doen denken aan een aardbeving waarbij een tsunami Wall Street, Londen, Frankfurt en andere financiële centra onder water zal zetten.

Het zal dan ook niet verbazen dat er helemaal geen concrete plannen zijn voor wat volgens Koizumi de eerste enorme stap in de richting van een hervorming van het land zou zijn, ook al hamert hij erop dat privatisering een oplossing zou zijn voor alle andere problemen. Een snelle blik op de privatiseringsplannen van Koizumi die door het Hogerhuis zijn verworpen, volstaat. Het plan bestond uit de splitsing van het postbedrijf in vier eenheden (postbezorging, sparen, postkantoren en verzekeringen), maar niet eerder dan in 2017. In geen enkele serieuze democratie wordt beleid gemaakt met wetgeving die pas over twaalf jaar wordt geïmplementeerd. Bovendien be staat er, om te beginnen, op het terrein van grootschalige financiering geen serieuze particuliere sector. Zo hebben bijvoorbeeld de particuliere banken zich nooit echt bezig gehouden met het maken van winst. Dit mag bevreemding wekken, maar het is essentieel om te begrijpen hoe Japan in elkaar zit.

Wat speelt zich hier dan wel af? Het is een ongelooflijke show, waarvan de diepere betekenis misschien ook Koizumi zelf ontgaat.

Hoe moeten we zijn rol verklaren? Om praktische redenen beschikken Japanse premiers niet over het mandaat dat in de meeste Europese of de andere Aziatische landen bij die functie hoort. Het Japanse politieke sys teem biedt niet de ruimte, en heeft die wellicht ook nooit geboden, aan een werkelijk functionerende minister-president. Ook mi nisters hebben niet echt zeggenschap over de portefeuille die ze beheren.

Zeker, dat is nou net niet de indruk die buitenstaanders krijgen. Wie ooit Japanse mi nis ters van nabij heeft meegemaakt, moet het zijn opgevallen dat zij door hun omgeving met uitzonderlijke eerbied worden behandeld. Maar alle buigingen en strijkages staan in schril contrast met de welhaast non-existente in vloed die deze ministers uitoefenen op hun eigen ministeries, waar ze gewoonlijk worden beschouwd als niet meer dan passanten. Het is alsof al die vererende aandacht het gebrek aan daadwerkelijke macht moet compenseren.

Voor de Japanse minister-president geldt dit in nog veel sterkere mate, aangezien hij boven op de respectvolle aandacht die hij in eigen land krijgt ook nog in het buitenland wordt geëerd. In het geval van Koizumi heeft deze merkwaardige discrepantie ertoe geleid dat hij probeert grootse dingen tot stand te brengen maar daarbij de indruk wekt dat hij graag in het water springt om erachter te komen of hij kan zwemmen. Zijn initiatief inzake Noord-Korea liep op niets uit omdat hij het niet goed had doordacht en niet had ingebed in een veel omvattender strategie, die onder meer had moeten bestaan uit de bundeling van krachten – waaronder die van de media – zodat hij greep had gekregen op datgene wat hij wilde bereiken. Uiterst controversieel waren zijn koppig volgehouden bezoeken aan de Yasukuni- tempel, die door China (en Korea) werden uitgelegd als een misplaatst eerbetoon aan oorlogsleiders die daar worden beschouwd als oorlogsmisdadigers en zo doende tot een zorgwekkende verstoring van de Chinees-Japanse betrekkingen hebben geleid.

Wanneer institutionele belemmeringen iemand de macht onthouden die bij de titel van zijn functie lijkt te horen, kan hij die macht ook nooit uittesten. Ook is hij dan geneigd zich over te geven aan symbolische acties die horen bij de rituele verering door zijn omgeving. Het openbare politieke leven in Japan heeft zelden iets te maken met het werkelijke belang van de relaties en transacties van hen die de macht hebben verdeeld. Die politiek hangt van gebaren, symbolen en schandalen aan elkaar.

Dit is de omgeving waarin Koizumi gedijt. Hij is – dit is heel belangrijk – er nooit van verdacht betrokken te zijn geweest bij een schandaal. Tijdens zijn dagelijkse persconferenties toont hij zich oprecht betrokken bij allerlei dringende kwesties. Hij wekt de indruk standvastig te zijn, hoewel hij er niet in geslaagd is een nieuwe politieke koers uit te zetten. Hij is de eerste Japanse minister-president die te vens een tv-persoonlijkheid is. En hij is veel flam boyanter dan de gemiddelde Japanse politicus. Het wensdenken van veel journalisten heeft er bovendien toe bijgedragen dat hij zelfs na vier onproductieve jaren nog steeds overkomt als een hervormingsgezinde premier.

Want hervorming is wat de Japanners willen. Sinds de partijpolitieke opschudding van 1993 – toen het idee ontstond dat een fundamentele verandering van de wijze waarop in Japan de zaken werden geregeld niet alleen wenselijk maar ook mogelijk was en de oppositiecoalitie de verkiezingen won en drie jaar de regering vormde – heeft dit bijna magische begrip «hervorming» een grote aantrekkingskracht op het publiek.

Maar welke hervormingen er nu precies doorgevoerd zouden moeten worden, is nooit echt duidelijk geworden omdat de stem van de meer bedachtzame oppositionele politici vrijwel altijd verloren gaat in het tumult van de door de media gecreëerde politieke opinie.

Wat dit betreft heeft Koizumi de agenda ge volgd van de activistische ambtenaren binnen het ministerie van Financiën. Zij zijn van me ning dat ze al heel lang op hervormingen hebben aangedrongen, in ieder geval sinds ze ervan overtuigd waren geraakt dat de door Tanaka’s «leger» veroorzaakte excessieve overheidsuitgaven moesten worden ingeperkt. Het plan inzake de postspaarbank past in deze inperking en in hun streven controle te houden over de spaartegoeden.

De vraag is of het electoraat op tijd wakker wordt en doorkrijgt dat het aanstaande zondag wel degelijk een echte keus heeft. De gebeurtenissen van 1993 hebben namelijk ook geleid tot de opkomst van politici die zijn gaan begrijpen hoe ze geleidelijk hervormingen kunnen doorvoeren. De Japanse Socialistische Partij, wier voornamelijk rituele oppositie 38 jaar lang een fiasco was, is nu vervangen door een partij die is opgericht door deze hervormingsgezinde politici: de Minshuto (DJP). De meer eloquente politici van deze DJP hebben vrij goed door wat de werkelijke problemen van Japan zijn. Zij hebben het over de gigantische pensioenproblematiek – een novum voor Japanse verkiezingen – en de noodzaak iets te doen aan de verslechterende betrekkingen met de buurlanden van Japan.

Het is denkbaar dat deze groep van echte hervormers een coalitie vormt die een einde maakt aan het feitelijke monopolie dat de LDP al een halve eeuw heeft. Hierdoor zou het vooroorlogse tweepartijenstelsel opnieuw geïntroduceerd kunnen worden en zou er weer macht voor de premier opgeëist kunnen worden.

De verkiezingen van aanstaande zondag kunnen dit bewerkstelligen of voor onbe paalde tijd verijdelen. Want de oppositie moet het opnemen tegen een grootse theater voorstelling. Koizumi is in staat een behoorlijk spek takel op te voeren. Hij heeft het publiek geschokt door de (veronderstelde) harmonie binnen zijn partij op te blazen. Hierdoor heeft hij de indruk gewekt dat de grootse taak die hij zich gesteld heeft de elementaire sociale gezagsstructuur overhoop zal gooien.

Op briljante wijze is Koizumi er bovendien in geslaagd iets voor elkaar te krijgen waar alle politici naar streven wanneer zij worden ge confronteerd met grote problemen. Hij is van onderwerp veranderd. Zijn verhaal gaat nu over loyaliteit, over vastberadenheid, over volgelingen die zich tegen hun meester keren. Onderdeel van het spektakel zijn de zogenaamde «moordenaars», zorgvuldig gekozen kandidaten – tien van hen zijn op hun uiterlijk geselecteerde vrouwen – die moeten afrekenen met de dissidenten in de eigen kring.

Het is dat het nog ontbreekt aan een dramatisch liefdesverhaal, anders zou het een spectaculaire opera zijn. Koizumi is dol op opera. Hij kent de plots van heel veel opera’s. Dit is wellicht zijn beste eigen productie. Door hard op te treden tegen tegenstanders binnen zijn eigen LPD laat hij het publiek geloven dat hij strijdt tegen gevestigde belangen. Maar wanneer hij de verkiezingen wint, zullen die belangengroepen in werkelijkheid, en waarschijnlijk onbedoeld, juist hun greep op de Japanse politiek prolongeren.

Uit het Engels vertaald door Rob Hartmans