Flarf

Hey! Are you suffering? is de titel van de vierde dichtbundel van Ton van ‘t Hof. Een gebonden boek, hardcover, geen hoge oplage en toch kost het niet meer dan € 12,95. Rara hoe kan dat? De dichter legt het hier uit. Hij publiceert zijn boeken bij zijn eigen uitgeverij Stanza. Ze worden on demand geprint en naar de lezer verstuurd door UniBook.com.

Dat doet onwillekeurig denken aan punkbands als Crass die hun eigen platen drukten met steevast op de zijkant Pay no more than xx pond and xx pennies. Sinds platenmaatschappij EMI vaandeldrager The Sex Pistols de sack gaf werd zelfbeheer een trend en het ‘Pay no more’-_opschrift een geuzenkreet. ‘EMI/ there is no reason why’ briest Johnny Rotten in het gelijknamige nummer. _Muziekkrant Oor plaatste tijdens een van hun befaamde luistertests een koptelefoon op het hoofd van wijlen André Hazes en die maakte van het gebrul niet ‘EMI’ maar ‘Who am I?’

Ton van ‘t Hof is geen schreeuwende punk en geen smartlappenzanger. Hij is ook geen eigen-beheer-dichter in de gangbare zin van het woord. Het is er niet een die traditioneler dicht dan Jacques Perk maar zichzelf definieert als dada-punk-rock'n-roll-avantgarde omdat tante telecommunicatie een stekkertje in zijn computer heeft gestoken dat hem in verbinding stelt met het wereldwijde webbes. Ton van ’t Hof is een geval apart, een categorie op zichzelf.

Hij doet me een beetje denken aan Gerrit Krol, met zijn wat stugge en vierkante logica die hij desalniettemin in gedichten weet te gieten. Van ’t Hofs eerste drie bundels zijn gebundeld in Ergens wordt lankmoedig geschoten. Verzameld werk 2001-2009. Die jaartallen duiden dan vooral de opgenomen verspreide stukken aan, zijn eerste dichtbundel stamt uit 2007. Bij dat Unibook ziet zo'n verzameld werk er meteen uit als een deel van een encyclopedie; stevig maar ook weer niet al te zwaar als je het in de hand neemt.

Ton van ’t Hof is door het internet heen gegaan. Hij stelde flarf, een bloemlezing samen. Flarf is een vorm van collage, ready-mades, in de traditie van Kurt Schwitters. De schaar en de lijmpot zijn vervangen door de cut-and-paste-functies van de computer en de krant is vervangen door de zoekresultaten van Google. Niets nieuws onder de zon, zou je kunnen denken. Tegelijk bracht Van ’t Hof met zijn flarf-bloemlezing acht dichters samen die op dat moment iets nieuws uitprobeerden en ieder hun eigen weg gevonden hebben. Willem Bongers, die werkzaam is bij deBuren, Jeroen van Rooij van De Reactor die de roman De eerste hond in de ruimte publiceerde, ze stonden erin. Flarf was vooral een komische bloemlezing. In de wetenschap dat internet de bron was van alle materiaal, waren de gedichten zowel macaber als zot.

'Koeien denken heel diep na’, schreef Ton van ‘t Hof in het gedicht Rendement in zijn eerste bundel Je komt er wel bovenop. In het artikel Pleidooi voor poëtica struikelt hij over de Dichtersgesprekken die Marjolijn de Vos voor NRC Handelsblad hield. Mark Boog (1970) was de jongste respondent en die zei expliciet geen poëtica meer te hebben dan het schuiven met woorden totdat het goed stond. 'De dichterlijke vrijheid is geen vrijbrief voor willekeurig handelen’, is het weerwoord van Van ‘t Hof. Exemplarisch voor zijn eerdere werk is Chatten met jabberwacky, waarin hij een gedicht van Charles Bernstein regel voor regel voorlegt aan een online chatrobot die een zekere mate van intelligentie vertoont. Het resultaat is dat de chatrobot, die alleen intelligent is door wat hem eerder is gevraagd, vraagt of hij het gedicht dan mag horen, niet begrijpend dat het gedicht hem zojuist is voorgelegd.

Ton van ’t Hof was als beroepsmilitair gestationeerd in Afghanistan. In zijn voorlaatste bundel Aan een ster/ she argued staat het gedicht Kamer, een weergave van alle opschriften die hij in Kandahar in zijn kamer aantrof zonder iets open te slaan. Het doet denken aan een zelfportret van een slapende man in een kamer uit een verhaal van Dirk Ayelt Kooiman, met dit verschil dat Van ’t Hof geen enkele beschrijving of omschrijving gebruikt, maar alleen teksten overneemt: opschriften van een pak tissues, shampoofles, scheermesjes, een loonstrookje, kaften van boeken en tijdschriften. Je kunt hem gerust een conceptueel dichter noemen.

Al is flarf inmiddels al weer dood verklaard, iets van de taal van ready-mades blijft het werk van Ton van ’t Hof behouden. Hij is op zoek naar de implicaties van taal en schuwt geen politiek getinte opmerkingen. Zijn nieuwe bundel Hey! Are you suffering? opent met Manifest, een in flarden uiteenwaaierend gedicht dat alleen in vorm aan het werk van F. van Dixhoorn doet denken, maar op zinsniveau allerminst. 'zorgen/ om waar/ de maatschappij/ naar toegaat’ staat tegenover het feit dat de Donald Duck de Playboy als mannenblad voorbij is gestreefd, waarbij de ‘roze lippenstift’ van Katrien wordt aangehaald. Flauwiteiten worden in volle ernst gebracht. Het lijkt op bittere ironie: ‘Dat ik ooit heb mogen spreken/ Dat is de essentie// Dat heeft iets heel optimistisch’.

Het tweede gedicht heet Aan de koene Nederlanders ene zee. Ook dat heeft de aard van een ready-made, omdat de vertelling van de reis naar de Barendszee in oud-Nederlands gesteld is. Het leest als een navertelling, maar er komen gaten in het verhaal, het hapert. Dit gedicht is zeer goed uitgewerkt en laat Van ‘t Hofs vermogen zien. Eerder schreef Esther Jansma een vergelijkbaar gedicht, Behouden Huys getiteld, in opdracht van K. Michel die als gastredacteur van Poetry International in 1995 een avond rond Nova Zembla samenstelde. Het is in grote lijnen hetzelde verhaal als dat Van ’t Hof opschrijft. Jansma publiceerde het in haar bekroonde bundel Hier is de tijd.

Wat er verder in de bundel gebeurt is wisselvallig en niet altijd even samenhangend. Leden van de staten-generaal is samengesteld door het aaneenrijgen van eerste zinnen van toespraken van de koningin, waarbij opvalt dat er geen chronologie in zit: na de aanslag op de Twin Towers volgt de uitspraak: '1992 wordt geen makkelijk jaar’. Zowel in het korte Waanzin als het lange Gedicht klinkt opvallende lyriek: ‘ik leef niet meer als ik u niet aanschouw’. Zwak is het gedicht Donkere ogen die ons onbewogen vogelen dat Van ‘t Hof in opdracht van deBuren in Brussel schreef en dat over Europa handelt: historisch en actueel een veel te breed thema. Het lijkt alsof de dichter in zijn eerste opdracht overtilt en simpelweg te veel tegelijk wil opschrijven. De agitprop en het gepropageer komen niet aan. 'Na de oorlog zal alles anders zijn./ 108 appelkruimelvlaaien/ staan klaar.’ Het gedicht eindigt zwaar op de hand: een pagina vol Euopese voornamen en dan de strofe: ‘de de wij, de burgers van Europa/ wij verlangen de wereld te te delen/ wij hebben Sehnsucht naar d'aard & dada/ wij willen ons leven in in VELEN’.

De bundel eindigt met de fragmenten Data en Uit sterven. Dat laatste geeft reminiscenties aan de mooie titel En gingen uit sterven, een dichtbundel van Hans Groenewegen, met het schitterende gedicht De mol. Enkele van de fragmenten van Van ‘t Hof kennen een rare lyriek, een mengeling van concrete en abstracte termen: 'weggezakt// water// op een dun punt/ omhuld door het ogenblik// leggen we bloemen en niets// dan tijd.’ Zoiets leest ongemakkelijk, maar intrigeert evengoed. Ton van ‘t Hof stelt grote vragen: 'waarom toch de jacht op/ god?’ en ‘is het altijd al/ een verweesde wereld vol/ bevreesde mensen/ geweest?’

Zijn keuze om zijn gedichten zelf uit te geven heeft een dubbele werking. Hij refereert wel degelijk aan de door reguliere uitgevers gebrachte literatuur, ook aan veel Amerikaanse literatuur en ook aan teksten die je eerder op internet vindt dan in de bibliotheek. Ton van ‘t Hof leest gemakkelijk andere talen, heb ik de indruk. Zijn vertalingen lijken soms ondertitels bij gedichten, waar hij zelf genoeg aan heeft om die in de oorspronkelijke taal te verstaan maar een andere lezer niet. Te hopen valt dat hij voor Georges Oppen meer de tijd neemt en er echt opnieuw gedichten van maakt. Af en toe denk ik wel dat hij baat zou hebben bij een redacteur. Het is zoals de enige slammer waarbij ik tijdens het luisteren denk: hé, dat zou ik wel eens willen lezen. Juist die heeft principieel besloten zijn teksten alleen te slammen en niet te publiceren. En dat is Sven Adriaanse. Iets dergelijk principiëels lijkt schuil te gaan achter Ton van ’t Hof en Stanza. Het spreekt uit zijn opstellen en het zweren bij internet. Je kunt niet bejaardenverenigingen verplichten rolschaatsen te dragen en eisen dat iedereen op dezelfde manier met zijn tijd meegaat. Ton van ’t Hof vertoont - het vergelijk ligt voor de hand - een wat militaireske kijk op het dichterschap. Maar ik wil wel dat zijn werk meetelt. Het werk van Ton van ’t Hof behoort tot de literatuur van nu. Dat hij buiten de reguliere uitgeverijen publiceert, zou hem niet mogen isoleren. Zijn werk is relevant voor de hedendaagse ontwikkeling van poëzie.

naar beneden kijken duurt een eeuwigheid

de eerste keer geeft dat te denken

wat ik toen deed?

_ hetzij het vuur openen_

_ of slaap anders in_

_ een vinger aan_

_ de trekker een hand_

_ op een hand_

onder de bruine mist van een winterochtend

in afghanistan

Ton van ’t Hof, Hey! Are you suffering? UniBook, 91 blz., € 12,95.Via deze link te bestellen

Ton van ’t Hof, Ergens wordt lankmoedig geschoten. Verzameld werk 2001-2009. UniBook, 296 blz., € 22,50. Via deze link te bestellen

Flarf, een bloemlezing. Samengesteld door Ton van ’t Hof. Uitgeverij De Contrabas, 140 blz., € 17,50