Flasshhh!

Teneeter speelt Een storm tot en met eind april overal in Nederland en Vlaanderen
Nee, Shakespeares Storm is het niet. Althans: niet letterlijk. Prospero heet hier Professor, zijn dochter Miranda is Meisje, de toverende bosgeest Ariel wordt verbouwd tot Spock (een personage uit Star Trek), Caliban is hier Smurf. De overige personages hebben een brutaal gekorte naam: de bedrieger Sebastiaan heet Sebas, de drinkebroer (een nar) Trinculo heet hier naar zijn meest geliefde gewoonte: Trink, drinken.

Shakespeares zwanenzang (De storm) is een boosaardig sprookje. Een afgedankte hertog (Prospero) werd ooit op een onbewoond eiland gedumpt. Hij moest daar afkicken van een tegen hem gerichte staatsgreep. Zijn toverkracht heeft hij behouden. Die buit hij nu uit. Hij maakt daaruit de ultieme storm. Dat is bij Teneeter uit Nijmegen Een storm geworden. Niet een storm in een glas water, eerder een van de denkbare stormen die een mens kan overkomen. Een anekdote waar een sprookje aan blijkt te kleven.
De elf acteurs (het vaste ensemble van Teneeter, aangevuld met aspirant-spelers van een toneelopleiding) openen de voorstelling bijna nonchalant: wij roepen iets op, het moet in uw hoofden tot klaarheid komen, we hebben dus een afspraak. Daarom stellen ze de storm (die eigenlijk de opening van het stuk zou moeten zijn) almaar uit. Die doen ze ‘straks’, met zijn elven. En wij zullen er dan van lusten. Maar ze doen hem nu nog even niet, want anders komen ze nooit meer boven het effect van die collectief verbeelde storm uit. Zeggen ze.
Vertrouw nooit een ontboezeming van acteurs! Ik geef toe, die storm, eenmaal volvoerd (hij zit op een kwartier voor het einde van de voorstelling), is mooi. Maar wat eraan voorafgaat is minstens even indrukwekkend.
Een storm is een tekst en een regie van Dirk Opstaele, een Vlaamse theatermaker die houdt van kale podia (het speelvlak is hier een schuin oplopende vloer zonder meubilair en nagenoeg zonder requisieten), en van acteurs die alles uit hun lijf trekken wat erin zit. Het is de vertelling die hier telt, de illusie. Een blikseminslag wordt verbeeld via gesis en gestamp van voeten. De zee is een arm (nee: armen) die (gestrekt) een horizon moeten verbeelden. De elf acteurs maken hun eigen geluidsdecor. De geluidsband begint pas te lopen, het orkest begint pas te spelen als de voorstelling bijna voorbij is - ook een gebaar van formaat trouwens.
Een storm is de triomf van de verbeelding op de vierkante millimeter. De acteurs hebben niks meer en niks minder dan hun lijf, en daarmee roepen ze een complete wereld op. Voorbeeld. Een liefdesscene tijdens het zoeken van mosselen in ondiep zeewater. Aanwijzing van het (onervaren) meisje aan de (eveneens onervaren) jongen: je moet de schep gericht in het zand steken, daarna zacht draaien, dan zacht omhoog trekken - en zie, daar is de mossel, en zie: zo ontstaat een diepe kus (hier 'kiss’ geheten).
Wanneer de diverse personages uit Een storm van de ene uithoek van het eiland naar de andere reizen, zetten ze met de hand hun ene been voor het andere - en voort gaat de groep, en voort gaat het spektakel. De vijf bedrijven worden gemarkeerd door donkerslagen, waarna het weer licht is - 'flasshhh’ klinkt het uit de mond van elf acteurs, en licht is het. Hier wordt niets verborgen, het gebaar stuurt de tekst, de tekst het gebaar. Dat is mooi om naar te kijken. Elf acteurs hebben de kunst van het vertellen afgekeken van Shakespeare.