De Voyager Golden Record

Flessenpost of tijdscapsule

Veertig jaar geleden schoot Nasa twee gouden grammofoonplaten de ruimte in vol informatie over de mensheid, bestemd voor buitenaardse wezens. Met ook het geluid van vulkanen, hersengolven, The Beatles en Bach. Wie besloot wat erop kwam?

Nasa-werknemers met de gouden plaat Sounds of Earth bij de Voyager 1, 1977 © Corbis / Getty Images

Het heelal is ruim honderdduizend lichtjaar groot en bevat miljarden sterrenstelsels, maar vanuit het onze zijn twee ruimtevoertuigen op weg, om gevonden te worden door wie of wat er ooit op zou mogen stuiten. Zes jaar geleden werd de Voyager 1 het eerste door mensen gemaakte object dat ons zonnestelsel heeft verlaten. Vorig jaar verliet ook ‘big sister’ Voyager 2 de heliosfeer, met vijftien kilometer per seconde. Reuzenantennes op drie continenten moesten ervoor worden vergroot, maar de Voyagers sturen nog steeds een heel zwak radiosignaal naar de aarde. Als hun brandstof op is, over een jaar of tien, zweven zij in stilte verder, voor altijd.

Aan boord van elk van de Voyagers bevindt zich een exemplaar van het duurzaamste object dat ooit door mensen is gemaakt. Het is een 16,5-toeren grammofoonplaat, geëtst in koper, bekleed met goud en verzegeld in een aluminium huls. Een naald om af te spelen is bijgevoegd. Over meer dan een miljard jaar zal die plaat nog steeds afspeelbaar zijn. Er staan foto’s op, geluiden van aarde, groeten in tientallen talen, en vooral muziek – negentig minuten lang.

Die muziek, dat begreep iedereen die aan het project meewerkte, kon niet zomaar een vrijdagmiddagmix worden. Het moest dé mixtape worden van de mensheid, waarop het fenomeen muziek en de diversiteit van de mensheid te beluisteren was. In de warme zomer van 1977 luisterden, verzamelden, discussieerden en mixten een groep wetenschappers, muziekkenners, hun verloofden en hun vrienden in New York de plaat bij elkaar: zowel een boodschap aan aliens als een tijdscapsule van de jaren zeventig.

Het verhaal van de Voyager Golden Record begon een paar jaar eerder bij een nogal inferieure voorganger, de Pioneer Plaque. De ‘Pionierplaat’ was het idee van Carl Sagan, een charismatische en creatieve Amerikaanse astronoom die decennialang een van de bekendste wetenschappers ter wereld was. Een paar maanden voordat de ruimtesondes Pioneer 1 en 2 de ruimte ingeschoten zouden worden, stelde Sagan de Amerikaanse ruimtedienst Nasa voor om vergulde aluminium platen onder de sondes vast te schroeven, voor als een ruimtewezen er ooit op zou stuiten. Op de plaat moest informatie over mensen en de vindplaats van de aarde staan.

Omdat elke gram extra gewicht calculaties en afwegingen met zich meebracht, deed Nasa nogal lang over de beslissing, en kreeg Sagan pas een paar weken voor lancering een akkoord. Samen met de astronoom Frank Drake, die sinds 1960 contact probeerde te maken met buitenaardse wezens, bedacht hij wat er op de plaat moest staan. Dat was niet meer dan een kaart van het zonnestelsel met aanwijzing dat de sonde van de derde planeet van de zon kwam, plus een tekening van een naakte man en vrouw, gemaakt door Sagans vrouw Linda.

Dat ging trouwens nog bijna mis. De vrouw was anatomisch correct getekend, wat in de Verenigde Staten een storm van protest en spot losmaakte over Nasa als ‘interstellaire pornografen’. Meteen zwichtte Nasa en kreeg de vrouw in het uiteindelijke ontwerp geen geslachtsdeel maar een leeg driehoekje tussen haar benen. Haar man mocht zijn aanhangsels houden en stond naast haar met zijn hand omhoog als groet.

De Pioneers waren uiteindelijk slechts een soort testvehikels voor de verder ontwikkelde Voyagers, die gebruikmaakten van een unieke rangschikking van planeten in 1977 om langs Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus te vliegen. Opnieuw stelde Sagan het meesturen van een plaat voor. En Frank Drake kwam met een idee waarmee veel meer informatie op die plaat kon passen. Foto’s en tekeningen hoefden niet te worden geëtst, ze konden ook worden vertaald naar analoge geluidssignalen en geperst op een grammofoonplaat. Als de aliens zouden begrijpen hoe ze de plaat moesten afspelen – en als ze intelligent genoeg waren om hem te vinden, moest dat ook wel lukken – dan konden ze veel meer informatie over de aarde krijgen dan met één gecensureerde schets.

Vervolgens kwam natuurlijk de grote vraag: wat moest er op de plaat? Drake en Sagan besloten dat één zijde instructies moest bevatten over het afspelen van de plaat, over het principe van geluidsgolven, en opnieuw de kaart van het zonnestelsel. Op de andere kant kwam de groef. Na lang wikken en wegen besloten ze 115 gecodeerde foto’s te plaatsen van mensen, natuur, huizen, en steden, en een twaalf minuten durend audio-essay met geluiden van de aarde. Daarna volgden groeten in 55 talen en anderhalf uur muziek.

Sagan kreeg de taak om de muziek te selecteren. Hij betrok kunstenaar Jon Lomberg erbij en zijn vriend Timothy Ferris, een wetenschapsjournalist van het tijdschrift Rolling Stone en destijds ‘cool as f*@k’, volgens een retrospectief. De vriendschap van Ferris en Sagan draaide om muziek. ‘Hij kwam soms langs bij mijn huis in New York, een appartement met hoge plafonds, genesteld tussen Noorse esdoorns als een boomhut, en dan luisterden we naar platen’, schreef Ferris in een terugblik in The New Yorker. Ze reflecteerden op de magie van de lp, van ‘een diamant die danste langs de golvingen van een groef en een bevestigd kristal liet trillen, die een stroom elektriciteit opwekte die werd versterkt en naar de luidsprekers werd gestuurd’.

In een telefonisch gesprek, vanuit San Francisco, kijkt Ferris op die tijd terug. ‘Zodra Sagan bij me kwam met het idee van een plaat die mee zou gaan het zonnestelsel uit, zei ik meteen “ja”, ik vond het fantastisch. Het hele idee was zo ongebruikelijk en origineel. En het combineerde twee van mijn passies: muziek en de ruimte, waarvan ik altijd dacht dat het een vreemde tic van mij was. Ik kwam er pas kortgeleden achter dat veel astronomen ook muzikanten waren, zoals Michelangelo en Kepler.’

Ferris schakelde weer zijn verloofde in, met wie Sagan er uiteindelijk vandoor zou gaan. Samen met de andere teamleden begonnen ze muziekwinkels en geluidsbibliotheken af te struinen. En eindeloos te debatteren over welke nummers en welke muziek er op de plaat moesten staan. ‘Iedereen maakte zich sterk voor bepaalde stukken en over sommige hebben we lang gediscussieerd, maar er was nooit echte onenigheid’, zegt Ferris. ‘Er was zo veel geschikte muziek, we hadden wel honderd platen kunnen maken.’

© UN Photo/TsagrisUN Photo

Van meet af aan was het duidelijk dat de gouden plaat voor twee publieken werd gemaakt: een buitenaards en een menselijk. Waar de nadruk lag, verschilde van persoon tot persoon. Voor Timothy Ferris en de kunstenaar Jon Lomberg draaide het allemaal om de ruimtewezens. Ze stelden zich voor wat die van aardbewoners zouden willen weten, en hoe ze zouden interpreteren wat ze zagen en hoorden als ze de plaat luisterden en ontcijferden. En wat ze erna zouden doen. ‘In tegenstelling tot de meesten, geloofde ik helemaal niet dat aliens vriendelijk voor ons zouden zijn’, zegt Ferris.

Maar iedereen wist natuurlijk dat de kans ontzettend klein was dat er ooit een ruimtewezen een van de Voyagers zou onderscheppen, via de aanwijzingen zou begrijpen dat de plaat met 16,5 toeren per minuut moest worden rondgedraaid, de meegeleverde naald erop zou zetten, en dan over het resultaat zou contempleren. Daarom was de plaat ‘veel meer een tijdscapsule dan een boodschap in een fles’, schrijft Jonathan Scott in The Vinyl Frontier: The Story of the Voyager Golden Record, dat eerder dit jaar uitkwam.

Met name Carl Sagan, zo beschrijft Scott, was met dit aspect bezig. Sagan was als jongen van een jaar of zeven ooit bij het begraven van een tijdscapsule geweest in het Flushing Meadows-park in New York. Dat had grote indruk op hem gemaakt. Misschien zorgde dat ervoor dat hij meer op het aardse publiek was gericht dan op het buitenaardse. ‘Hij wilde per se dat de plaat mondiaal aanvoelde en niet alsof het van Amerikanen of westerlingen kwam. Hij wilde mensen op aarde het gevoel van inclusie geven’, zei Jon Lomberg in The Vinyl Frontier. Voor aliens zou dat natuurlijk weinig uitmaken, maar hier op aarde des te meer. En dat had grote gevolgen voor welke muziek er op de plaat kwam.

‘Ik denk dat de meeste mensen die van het bestaan van de gouden plaat horen, zich afvragen welke nummers erop staan en denken: dit moet wel de beste compilatie ooit zijn!’ zegt Jonathan Scott vanuit Londen. Scott is muziekjournalist, en als Sagans fascinatie voor tijdscapsules meespeelde bij zijn passie voor de Golden Record, dan is dat bij Jonathan Scott zijn passie voor het fenomeen mixtapes – die op zichzelf eigenlijk stuk voor stuk kleine tijdscapsules zijn.

De meeste discussie ging over wat als voorbeelden van ‘populaire’ westerse muziek mee zou gaan. Vooral ‘Johnny B. Goode’ van Chuck Berry kreeg veel weerstand

‘De Golden Record doet mij altijd denken aan de mixtapes die ik maakte, waar ik mezelf mee uitdrukte, waar ik mijn eigen, strakke regels voor aanhield en die simpelweg perfect moesten zijn. Als je dan hoort van een project zoals de Golden Record, denk je aan alle nummers, filmthema’s en muziekstukken die er op zouden kunnen staan. Maar toen ik de plaat voor het eerst hoorde, was ik flink teleurgesteld. Ik was jong en vond het een enorme misser. Waarom niet flink wat Black Sabbath of wat dan ook met meer beat? Maar daar ben ik van teruggekomen. Ik denk dat het team een fantastische prestatie heeft geleverd.’

Het selectieproces van de anderhalf uur muziek vormt de ruggengraat van The Vinyl Frontier. Scott loopt daarin alle overwegingen, controverses, tijdsdruk en anekdotes na met veel smaak voor het kleine detail. Teamleden die met suggesties kwamen, nieuwe tracks, met bezwaren en tegenwerpingen. Ze gingen met platen bij elkaar op bezoek, gingen uit hun dak als ze iets bijzonders vonden, spraken samen af en bespraken alles driemaal en nog eens.

In tegenstelling tot wat vaak wordt geschreven, zegt Timothy Ferris, was er nooit ruzie en ook niet veel discussie over The Beatles. Hijzelf had John Lennon gevraagd mee te doen en die was enthousiast, maar hij moest vanwege belastingperikelen de VS uit en zou niet meedoen. De Beatles-liedjes werden ook afgewezen. Volgens de legendevorming rond de Golden Record wilden de teamleden per se Here Comes the Sun op de plaat. Maar volgens Ferris vond iedereen dat nummer ‘niet het sterkste werk van The Beatles. En het leek niet waarschijnlijk dat het grapje van de titel – hoewel charmant op korte termijn – een miljard jaar leuk zou blijven.’

© UN Photo/Rice

De meeste muziek op de plaat is wat je nu onder het label ‘Wereldmuziek’ zou terugvinden, of in een antropologische collectie: panfluiten van de Salomonseilanden, een trouwlied uit Peru, doedelzakken uit Azerbeidzjan, een liefdesliedje uit China, het nachtlied van de Navajo. Er is ook een stevig contingent westerse klassieke muziek, maar in de ogen van de samenstellers waren alleen Stravinsky en Mozart daar echte voorbeelden van. De drie stukken van Bach en twee van Beethoven waren naar hun idee een soort introducties in muziek, waar ruimtewezens hopelijk de wiskundige en symmetrische patronen in zouden herkennen die hun aanwijzingen zouden geven over wat menselijke muziek is.

De meeste discussie ging over wat als voorbeelden van ‘populaire’ westerse muziek mee zou gaan. Vooral ‘Johnny B. Goode’ van Chuck Berry kreeg veel weerstand. Het nummer was door Sagans studenten gekozen, maar Sagan vond het zelf niets en een ander teamlid vond het maar ‘tienermuziek’. Later werd Sagan de grootste verdediger van het nummer, met het argument dat er nu eenmaal ‘veel tieners’ op de wereld zijn. Het andere popnummer werd ‘Dark Was the Night’ van Blind Willie Johnson. Een andere speciale vermelding verdient het Chinese liefdesliedje ‘Liu Shui’. Ann Druyan, de verloofde van Timothy Ferris, belde (de getrouwde) Carl Sagan om te vertellen dat ze iets prachtigs gevonden had, en aan het einde van het gesprek hadden ze elk afzonderlijk besloten dat de ander degene was met wie ze wilden trouwen. Een paar jaar later gebeurde dat ook.

De foto’s waren de volgende uitdaging. Opnieuw mocht de collectie van Sagan geen Amerikaans portret met wat exotische versieringen zijn, dus ook hier gingen heel wat bezoeken aan beeldbibliotheken mee gepaard, om de mens met al zijn activiteiten te laten zien. Drie zaken werden uit beeld gehouden: politiek, religie en oorlog. De eerste twee omdat die volgens Sagan een nieuwe laag van complexiteit over alles heen zouden leggen; oorlog omdat het de meerderheid beter leek om geen inhoud mee te sturen die als dreigement kon worden opgevat. Het gevolg was wel dat ruimtewezens een beeld van de mens te zien kregen, waarbij zijn meest onuitroeibare aandriften waren weggelaten.

Ann Druyan kon diezelfde gedachte niet onderdrukken toen haar hersengolven werden opgenomen, als onderdeel van de plaat. Druyan probeerde, zoals afgesproken, te denken ‘over de geschiedenis van ideeën en sociale organisatie’, maar kon haar gedachten niet onderdrukken over ‘de zorgwekkende toestand van onze beschaving en over het geweld en de armoede die deze planeet een hel maken voor zoveel van zijn inwoners’. Gelukkig kon ze ook gedachten toevoegen over hoe het was om verliefd te zijn – op Carl Sagan.

De ‘geluiden van de aarde’ leverden minder problemen op. Die werden uiteindelijk samengevoegd in een geluidsessay van twaalf minuten, chronologisch opgebouwd van een aarde vol vulkanen, via bubbelende modder en simpele levensvormen tot de mens. Alles is wel logaritmisch samengedrukt, omdat de mens anders één bliepje aan het einde zou zijn. De geluiden werden in één take aan elkaar gemixt op een mengpaneel met de afmetingen van een hutkoffer, waar Ferris en drie anderen ‘als veldhospitaal-chirurgen’ met vier paar armen door elkaar heen aan stonden te draaien en schuiven.

En ten slotte waren er groeten in 55 talen. De meeste werden uitgesproken door studenten aan de universiteit Cornell, waar Sagan lesgaf. Op 1 minuut 22 wenste Joan de Boer namens ons taalgebied ‘hartelijke groeten aan iedereen’. Daarna volgden nog Zulu, Wu, !Kung en tientallen grote en kleine talen.

Voor Jonathan Scott is dit onderdeel van zijn boek een van de mooiste. ‘Dat opnemen ging allemaal nogal gehaast’, zegt hij. ‘Ik vind het prachtig dat dit werd gedaan door gewone studenten die toevallig op Cornell zaten in de zomer van 1977. Ze mochten alles zeggen, met als enige aanwijzing dat het kort moest zijn. Wat ik zo mooi aan het verhaal vind, is dat de deelnemers van destijds die ik te pakken kreeg en interviewde allemaal hetzelfde zeiden: ze keken terug op dit vluchtige moment in hun leven als een miniem stukje tijd dat echt memorabel is geworden, omdat het voor altijd is bewaard en nu met zestigduizend kilometer per uur door de ruimte reist. Het is zo inspirerend dat zo’n klein stukje van hun leven is vastgelegd in een gouden groef en over een miljard jaar te beluisteren is. Mindblowing.’

© UN Photo/Yutaka Nagata

En toen gingen de originelen van de Golden Record de ruimte in aan boord van de Voyagers, twee ruimtesondes met de maat van een flinke koe, met als motto Per aspera ad astra (‘via moeilijkheden naar de sterren’). De Voyager 2 eerst, in een lange baan langs vier planeten en hun manen, de Voyager 1 in een kortere lijn langs twee planeten en Titan, de enige maan in het zonnestelsel met een atmosfeer en vloeistof op zijn oppervlak. Daarna reisde Voyager 2 door richting het sterrenbeeld Andromeda, waar zij over zo’n veertigduizend jaar doorheen zal reizen. Voyager 1 reist rond die tijd door het sterrenbeeld Kleine Beer.

Toen het ruimtepubliek was bediend, was het aardse aan de beurt. Dat nam iedereen tenminste aan. Maar tot verbijstering van alle medewerkers die aan het project hadden meegewerkt, bleef de Golden Record in de la. Nogal wat copyright-houders vonden het prima als hun muziek over een paar miljoen jaar wel of niet gratis door wat aliens werd beluisterd, maar hier op aarde was dat een ander verhaal. Gefrustreerd door het woud van commerciële belangen liet Carl Sagan de winkelversie varen. In 2017, bij de veertigste verjaardag van de Voyager-lanceringen en twintig jaar na Sagans dood, kwam die er alsnog. Meer dan tienduizend mensen stortten samen ruim een miljoen dollar in een fonds op Kickstarter. Ook een ondermaanse versie van de Pioneer Plaque kon ervoor worden gemaakt. Eindelijk werd de Golden Record dan toch op vinyl geperst. ‘Veertig jaar te laat’, aldus Scott.

Anno 2019 lijkt niet alleen de inhoud van de plaat, maar het hele project een soort tijdscapsule te zijn. Het idee dat we fantastische vrienden kunnen worden met ruimtewezens, dat we hun heel veel moois te brengen hebben en er een epische, interstellaire verbroedering te wachten staat als hun ruimteschip op de hei neerdaalt met de Gouden Plaat op hun grammofoon, heeft iets heerlijk gedateerds. ‘De lancering van deze “fles” in de kosmische oceaan zegt iets heel hoopvols over het leven op deze planeet’, schreef Sagan in zijn terugblik. Die woorden lijken een optimisme en een verwachting van een betere toekomst samen te vatten die verdwenen is.

Maar Timothy Ferris wil daar niets van weten. ‘We zaten toen midden in de Koude Oorlog, met supermachten die tienduizenden actieve kernwapens op elkaar hadden gericht, de milieuvervuiling was veel groter, de educatiestandaard veel lager’, zegt hij. ‘De mensheid heeft er zeker een derde aan inkomen en vermogen bij gekregen. Ik ben blij dat ik in mijn leven zoveel vooruitgang heb mogen zien.’

Ook zorgen over de naïviteit van het Golden Record-project wuift hij weg. Nogal wat mensen noemden achteraf het uitzenden van kennis over de mens plus onze locatie – met potentieel militair nut voor de ruimte-vijand – naïef en roekeloos. Timothy Ferris moet erom lachen. ‘Sinds de Tweede Wereldoorlog zenden we als planeet steeds meer radio- en radargolven uit’, zegt hij. ‘We lichten in het zonnestelsel op als een gloeiende bol. Als aliens in staat zijn de Golden Record te vinden, zullen ze al veel eerder alles hebben gezien wat we de ruimte in stralen.’

Ook Ferris kijkt op zijn deelname aan de Golden Record terug als een bijzonder moment in zijn leven. ‘Iedereen die ervan hoort, vindt het speciaal’, zegt hij. ‘Het hele idee, het verhaal eromheen, het fysieke object dat nu door de ruimte reist. Een langspeelplaat is nu natuurlijk allang verouderde technologie, maar ik ben blij dat we toen geen digitale techniek hadden. Het fysieke werk om alles op te nemen, te mixen, en in een groef te zetten geeft het extra betekenis. En geen enkel ander materiaal heeft zo’n lange levensduur als een geëtste metalen schijf. Ook de compilatie is perfect zoals die is, net als honderd andere die we hadden kunnen maken. Als ik het vandaag opnieuw mocht doen, zou ik het precies zo doen als destijds.’