H.J.A. Hofland

Flexibel unilateralisme

Het bezwaar van «Europa» tegen president Bush en de zijnen is niet dat ze na elf september de «oorlog tegen het internationaal terrorisme» voeren, maar dat ze daarbij werken met een geheime agenda, en dat de inhoud daarvan weleens wisselt. Het duidelijkste voorbeeld is Irak. Begin mei lekte in Wa shington het nieuws dat het Pentagon plannen maakte voor een landoorlog tegen Saddam, waarbij aan een leger van 200.000 man werd gedacht. De Europese bondgenoten waarschuwden voor een totale ontwrichting van het Midden-Oosten. Vorige week opnieuw een lek: de legertop vindt zo kort na Afghanistan zo’n operatie te gevaarlijk. De bondgenoten lezen het in de krant.

Met het Amerikaans-Russische verdrag tot vermindering van het aantal kernkoppen (van 6000 tot 2200 in 2012) moeten we natuurlijk blij zijn. Maar is het een «historische overeenkomst» waarmee de Koude Oorlog definitief is afgelopen? Dat niet. Het feitelijk einde kwam dertien jaar geleden met de val van de Muur. Elf jaar geleden is de Sovjet-Unie opgeheven. Dit verdrag vervangt alle andere tot het beperken van de kernbewapening. Daarmee is voor de Verenigde Staten de weg vrij om verder te werken aan het ruimteschild dat het land onkwetsbaar moet maken voor raketaanvallen. Intussen is een nieuwe generatie tactische kernwapens in aantocht. In het onlangs uitgelekte Nuclear Posture Review wordt gemeld dat daarmee eventueel een preventieve oorlog tegen een schurkenstaat kan worden gevoerd. De Amerikaanse strategie en de wapenontwikkeling staan op de helling. Het hele complex wordt principieel herzien. Daarmee wordt het perspectief van een buitenlandse politiek zonder bondgenoten geopend.

Israël en Palestina staan plotseling weer veel lager op de agenda. Dat Sharon de terroristische infrastructuur ging opheffen, had eerst de stille zegen van de president. Toen Sharon het al te drastisch aanpakte, gaf Bush het bevel tot terugtrekken en stuurde Colin Powell. Zijn missie mislukte, en wat er ook werd verwoest, in ieder geval niet deze infrastructuur. Het aantal zelfmoord acties neemt weer toe. Of de Amerikaanse regering nu een nieuwe politiek ontwikkelt, weten we niet.

De president komt in dit werelddeel op bezoek met een charmeoffensief. In de Rijksdag houdt hij een «magistrale redevoering». Van Amerikaans unilateralisme is geen sprake. De Navo is onmisbaar. Zijn we vergeten dat onderminister van Defensie Paul Wolfowitz nog geen twee maanden geleden zei dat er «flexibele coalities» moesten komen? Is dat denkbeeld weer afgevoerd? Niemand weet het.

Het doel van deze reis is niet Europa maar Moskou. De vriendschap tussen Bush en Poetin wordt steeds warmer. Over de bestrijding van het terrorisme zijn ze het eens. En misschien nog belangrijker: de Amerikanen gaan de Russen helpen bij de bouw van alles wat met olie te maken heeft: havens, spoorlijnen, raffinaderijen. Als het zo doorgaat wordt Rusland een betere vriend van Amerika dan alle oude kameraden van de Navo.

Zo’n bondgenootschap is klassiek en normaal. Het is gebouwd op beider nationaal belang. Daarbij verdwijnen ethische bezwaren. Dat Poetin geen vriend is van de vrije media, dat het geweld in Tsje tsjenië doorgaat, dat hij zijn buurman Loekatsjenko, de laatste dictator van Europa steunt, dat is allemaal van de tweede orde.

Wat kwam president Bush eigenlijk in Europa doen? Dat zullen we pas later weten, als hij weer een paar weken in Wa shington is. Als de warme dampen van de charme zijn opgetrokken, blijft over wat er al was: flexibel unilateralisme.