Vredesmissie in Zuid-Afghanistan strijdt met Taliban

Flink doorbijten

De Navo-missie ISAF in het zuiden van Afghanistan komt aan wederopbouw nauwelijks toe. Navo-militairen, ook Nederlandse, leveren nog steeds verhitte gevechten met Taliban-strijders. ‘Iedereen heeft onderschat hoe sterk de Taliban zijn.’

‘Een week in de hel’ staat boven een landkaartje van Afghanistan, vorige week gepubliceerd in de Britse krant The Telegraph. De zuidelijke provincies Helmand en Kandahar zijn uitvergroot. De plekken waar Britse militairen sneuvelden staan aangegeven met venijnige sterretjes. Negentien doden en zeventien zwaargewonden in minder dan een week.
In Afghanistans zuidelijke provincies heeft de Navo eind juli het bevel overgenomen van de Amerikanen. De Navo-troepen staan een andere aanpak voor dan de voornamelijk Amerikaanse eenheden, die op weinig subtiele wijze jacht maken op terroristen onder de noemer Operation Enduring Freedom. Niet voor niets heet de Navo-missie isaf, wat staat voor International Stabilisation and Assistance Force. De Navo wil de bevolking voor zich winnen, en losweken van de Taliban, zodat de democratisch gekozen regering van president Karzai haar macht kan vestigen in het roerige zuiden, waar de Taliban-beweging van radicale soennitische studenten haar oorsprong heeft. ‘Deze oorlog is niet te winnen met militaire middelen’, benadrukte zowel de Britse isaf-commandant generaal David Richards als de Amerikaanse mariniersgeneraal James Jones, de hoogste Navo-militair, half juni in Kandahar tegenover De Groene Amsterdammer.

Maar de isaf-activiteiten van de laatste anderhalve maand lezen als een bloederig verslag van grote en kleine veldslagen. Voor structurele opbouwactiviteiten zijn grote delen van het zuiden nog altijd, ook na bijna vijf jaar Operatie Eeuwige Vrede, te onveilig. Britse, Canadese en Nederlandse militairen zijn er verwikkeld in hevige gevechten met Taliban-strijders. Er zijn inmiddels drie strijdtonelen te onderscheiden: Uruzgan, Kandahar en Helmand.

In Uruzgan, de provincie waar Nederlandse Navo-eenheden opereren, hebben commando’s twee maal de aanval ingezet tegen Taliban-strijders in de Baluchipas. Bij de eerste gevechten zouden ‘tientallen’ Taliban zijn omgekomen, bij het laatste treffen eind juli maakte defensie melding van achttien gesneuvelde strijders. Sindsdien zijn er geen zware gevechten meer gemeld. Wel kwamen tot drie keer toe Nederlandse patrouilles onder vuur, waarbij aan Nederlandse kant één militair gewond raakte en een onbekend aantal Afghaanse strijders omkwam.

In de provincies Kandahar, onder Canadese controle, en Helmand, waar de Britten hun troepen hebben gestationeerd, blijft het echter onrustig. De Canadezen zijn op 2 september een uitgebreid offensief begonnen in het Panjwali-district in Kandahar, waar Taliban-strijders de dienst uitmaakten. Operatie Medusa, de grootste in de geschiedenis van de Navo, verloopt niet zo voorspoedig als gehoopt. De Canadezen moeten alle zeilen bijzetten om de Taliban het hoofd te bieden. Tot afgelopen maandag werden zes Canadezen tijdens de gevechten gedood, waarmee het totaal aantal Canadese gesneuvelden op 32 komt. Volgens de Navo is het dodental onder de vijandelijke strijders in Kandahar inmiddels gestegen tot boven de vijfhonderd.

Ook de Britten leveren strijd in hun provincie, Helmand. Britse commandanten geven schoorvoetend toe dat ze fouten hebben gemaakt. Niet alleen hebben ze de kracht en het fanatisme van hun tegenstanders onderschat, ze hebben bovendien kleine groepen militairen in levensgevaarlijke posities gebracht. De Britse hoofdmacht van meer dan drieduizend man is gelegerd op een grote basis in Helmand. Ten noorden daarvan zijn steunpunten ingericht, vaak slechts bemand door een dertigtal soldaten. Daarvandaan, zo was het idee, zou de bevolking gemakkelijk bereikbaar zijn.

Dertig Britten op een kluitje, die kunnen we aan, redeneerden de Taliban. De vooruitgeschoven posten werden aangevallen met mortieren en raketwerpers. Soms werden ze bestormd. Steeds sloegen de Britten de aanvallen af, soms wel drie keer per dag. Sommige bases konden niet meer bevoorraad worden. Een groep soldaten die terugkeerde van een ontzet steunpunt werd verbijsterd gadegeslagen door hun strijdmakkers in het goed beveiligde basiskamp. Ze waren bebaard en sterk vermagerd. Een Britse korporaal zei in The Telegraph: ‘Iedereen heeft onderschat hoe sterk de Taliban zijn. Ze bleven maar komen, ze hebben duidelijk geen rekruteringsprobleem. Ik heb twee keer gediend in Irak, maar zoiets als dit had ik nooit meegemaakt.’

De rampzalige strategie van vooruitgeschoven posten kostte zestien Britse militairen het leven. Kapitein Leo Docherty, assistent van een hoge Britse commandant in Zuid-Afghanistan, noemde de Britse aanpak ‘completely barking mad’: ‘We zeiden dat we het anders zouden doen dan de Amerikanen die dorpen bestookten en bombardeerden, en vervolgens deden we precies hetzelfde. Zulke grote gevechten zijn zinloos en verergeren de situatie alleen maar. Al die mensen die hun huizen vernietigd zagen en hun zoons gedood, zullen zich tegen ons keren.’ Hij kon vrijuit spreken. Uit protest had hij ontslag genomen uit het leger, voordat hij naar de pers stapte.

Nederland heeft ervoor gekozen in Uruzgan met zijn 1400 troepen slechts twee bases te bemannen, in Tarin Kowt en Deh Rawood, die elk goed zijn beveiligd. isaf hanteert de inktvlekstrategie, een vinding van generaal Richards, waarbij de inktvlek staat voor een gebied dat veilig gemaakt is door isaf-troepen. Maar waar de Britten snel wilden werken, en vanuit hun hoofdkamp vele kleine inktvlekjes wilden verspreiden, doet Nederland het rustig aan. Alleen commando-eenheden begeven zich diep in de provincie. De bulk van de gevechtstroepen breidt heel langzaam het gebied uit waarbinnen ze patrouilleert.

Volgens defensiespecialist Rob de Wijk is dat een verstandige aanpak. ‘Het lijkt of er niets gebeurt’, zegt hij, ‘maar het Nederlandse provinciale reconstructieteam in Tarin Kowt is wel degelijk bezig met projecten.’ Provinciale reconstructieteams vormen in elke provincie het centrum van waaruit opbouwwerkzaamheden plaatsvinden, bedoeld om de levensomstandigheden van de bevolking te verbeteren en het lokale Afghaanse bestuur te ondersteunen. Nederland heeft in de aanloop naar de missie sterk benadrukt dat het anders te werk wil gaan dan de Amerikanen en dat de nadruk op wederopbouw dient te liggen. In de kamerbrief van eind december, waarin de missie wordt toegelicht, staat echter dat ‘offensieve veiligheidsoperaties’ nodig kunnen zijn om stabiliteit en veiligheid te bieden. Dat betekent: vechten. Daaraan had volgens De Wijk in de openbare uitlatingen van sommige politici meer ruchtbaarheid gegeven mogen worden. De Wijk: ‘“We doen het voor de mensen, we gaan wederopbouwen”, zei Balkenende. Daarmee deed hij geen recht aan de risico’s die eerder zo helder waren geschetst in de informatie aan de Tweede Kamer.’ Over de gevechten van de Britten en Canadezen maakt hij zich geen grote zorgen: ‘We wisten dat dit ging gebeuren. Natúúrlijk testen de Taliban de vastberadenheid van de Navo. Het is nu flink doorbijten. Tot nu toe gaat het niet slecht. Het zijn geïsoleerde schermutselingen waarin relatief weinig slachtoffers vallen aan isaf-kant en heel veel bij de Taliban. Die zijn niet echt in een overwinningsstemming.’

Bert Koenders, buitenlandwoordvoerder van de pvda-fractie in de Tweede Kamer, is er minder gerust op. De pvda bekeek de Uruzgan-missie kritisch en gaf er te langen leste haar steun aan, waardoor de operatie ondanks tegenstand van SP, GroenLinks en regeringspartij d66 toch breed werd gedragen in het parlement. ‘Wij hebben begrepen dat er offensieve veiligheidsoperaties zouden worden uitgevoerd als die echt nodig waren. Nu lijkt het erop dat isaf met operatie Medusa nog voor de winter zo veel mogelijk Taliban wil doden. Ik vraag me af of je daarmee de bevolking voor je wint. Er worden ook boerenzoons gedood.’ Ook de verplaatsing van honderd Nederlandse militairen van Uruzgan naar een basis in de provincie Kandahar zit hem niet echt lekker. De Nederlanders nemen tijdelijk de basis over, zodat de Canadese troepen die er gelegerd waren, kunnen deelnemen aan operatie Medusa. Koenders: ‘Er is afgesproken dat slechts in noodgevallen Nederlandse troepen zullen worden ingezet buiten Uruzgan. isaf heeft een troepentekort, maar het kan niet zo zijn dat het ene gat met het andere wordt opgevuld. Ik wil weten wat voor gevolgen dit heeft voor onze mogelijkheden in Uruzgan. Het gevaar bestaat dat we meegezogen worden in de gevechten.’ Koenders zal aanstaande maandag minister Kamp van Defensie om uitleg vragen.

Ook over de uitlatingen van minister Kamp in weekblad Elsevier wil Koenders het fijne weten. Kamp zei dat Nederland de Afghanen actiever moet gaan helpen bij de drugsbestrijding. Bert Koenders is het niet zonder meer met de minister eens: ‘De opium financiert zowel de Taliban als de bevolking. Je moet oppassen dat je de mensen niet hun bestaanszekerheid ontneemt. De drugsmaffia moet hard worden aangepakt, maar we moeten geen oogsten gaan vernietigen. Dan jagen we mensen tegen ons in het harnas.’

Rob de Wijk heeft ‘uit eerste hand’ vernomen dat in ‘hoge Navo-kringen’ grote zorg bestaat over de aanpak van de papaverteelt. De Afghaanse regering, bijgestaan door de Amerikaanse Drug Enforcement Agency, richt zich voornamelijk op vernietiging van de papaveroogst, die voor kleine boeren de enige inkomensbron vormt. Compensatieprogramma’s die voorzien in schadeloosstelling van de boeren en de mogelijkheid alternatieve gewassen te telen, komen nauwelijks van de grond. Daardoor neemt de haat jegens de regering toe. ‘Binnen de Navo groeit het besef dat de VS met hun vernietigingsbeleid een groot probleem vormen’, zegt De Wijk. ‘Er moet iets gedaan worden aan de papaverteelt, want die speelt de Taliban in de kaart, maar wel zonder dat je de bevolking in de armen van de opstandelingen drijft. Misschien is het wat om jaarlijks de hele oogst op te kopen en te verbranden.’

De Amerikanen voelen de bui al hangen: Nederland loopt weer eens uit de pas. In een rapport opgesteld door de onderzoeksafdeling van het Amerikaanse Congres over de isaf-missie wordt Nederland neergezet als grootste criticaster van het Amerikaanse overzeese detentiebeleid en als onwillig om troepen te leveren voor gevechtsmissies. De Congresleden wordt geadviseerd de pvda niet te vertrouwen, nu er verkiezingen naderen. ‘Mocht de pvda terechtkomen in een coalitie met een partij of partijen die tegen de Nederlandse missie zijn, dan is het mogelijk dat de Nederlandse troepen worden teruggetrokken.’

Bert Koenders: ‘Er is met ons niet gesproken door de opstellers van dit rapport. Wij denken zo niet. We steunen de missie zoals die is verwoord in de kamerbrief. We hebben ons vastgelegd voor de volle twee jaar die de missie duurt.’