Benjamin Kunkel, Indecision

Flirtend van begin tot eind

Benjamin Kunkel
Indecision
Random House, 241 blz., € 20,-
(begin september verschijnt de vertaling, Besluiteloos, bij Rothschild & Bach)

Te veel mensen om te ontmoeten, films om te zien, boeken om te lezen, plaatsen om te bezoeken, te veel merken koffie, haarstijlen, modetrends, subculturen… keuzes, keuzes, keuzes! De vrijheid heeft de moderne mens vooral grote identiteitsproblemen opgeleverd. Hoe zou het zijn als er een pil werd uitgevonden? Een medicijn tegen besluiteloosheid? Een pilletje dat ervoor zorgt dat je in al die omstandigheden dat je niet kon kiezen, voortaan standvastig kunt zeggen: ja, dit is wat ik wil.
Geweldig om met dit idee iets te zeggen over de condition humaine en in het bijzonder over de generatie die in de jaren negentig volwassen werd – of juist niet – en die op 9/11 opeens de schellen van de ogen viel. In Indecision speelt Benjamin Kunkel een mooi spel met de angsten en verlangens van die generatie. Ook 9/11 zit erin, precies op de goeie plek: de hoofdpersonen halen een nacht door op ecstasy en fantaseren over hoe ze via internet hun liefde over de hele wereld kunnen verspreiden. In het ochtendgloren kijken ze romantisch uit over de skyline van Manhattan om vervolgens vrijend in slaap te sukkelen, totdat… ze ruw ontwaken.
De Amerikaan Benjamin Kunkel is een echte literaire sensatie, zo meldden artikelen in Engelstalige kranten en weblogs. Waarmee de sensatie er vooral uit is gaan bestaan dat het een sensatie is dat er opeens berichten verschijnen dat er een sensatie is. En er is, jawel, rumour around the brand. Kunkel en de bent rond zijn literaire tijdschrift n+1 zetten zich af tegen Dave Eggers en McSweeney’s – de vorige literaire sensatie – omdat Kunkel en de zijnen wél boos zijn. Van een afstand doet dit dispuut behoorlijk kleinzielig aan – de nieuwe Nederlandse lichting literatuurwetenschappers zou wellicht zeggen: enigszins ouderwets – maar in n+1 werd zo geageerd tegen Eggers en McSweeney’s dat kranten en weblogs nu met uitgebreide vergelijkingen tussen de twee komen. Het zal allemaal wel. n+1 is op een geheel andere manier dan McSweeney’s een razend interessant tijdschrift, dat zich overigens vooral bezighoudt met opinievorming en non-fictie.
Welnu, een literaire sensatie, geen weldenkend mens verwacht in dit kwaliteitsblad nog een positieve bespreking. Toch wel. Hoewel Indecision een roman is die je ook als een grandioze mislukking zou kunnen beschouwen, sprankelt en flirt het boek van begin tot einde. En liever een boek dat grandioos de mist in gaat dan de zoveelste vlekkeloze roman met een karakterontwikkeling hier en een intellectuele gedachte daar. Nee! Lees Benjamin Kunkel, een ridder die niet alleen eventjes zijn hele generatie wil uitleggen, maar ook enkele algemene wereldproblemen, zoals armoede en milieuproblematiek, te lijf wil gaan.
Nee, natuurlijk lukt hem dat niet, dit hele verhaal sterft in de goede bedoelingen, maar Kunkel krijgt je wel mee in het onbehagen met de eigen ironie en indolentie. Met Indecision schotelt hij de hedonisten van de jaren negentig een herboren negentiger voor die zijn bestemming vindt bij een hulporganisatie in een derdewereldland. Dwight is een onschuldige, vriendelijke Amerikaanse jongen die filosofie heeft gestudeerd en werkt bij een helpdesk. Op een studentikoze etage verschanst hij zich met zielsverwanten nog even in de oude wereld: «I tried not to be reminded of the eternal endingness of everything by Ground Zero down the street.» Tot hij besluit – na een muntje opgooien – een oude liefde in Zuid-Amerika te bezoeken. Aldaar doen de pillen hun werk op het moment dat hij wordt geconfronteerd met de ellende die de westerse mens aanricht, terwijl een nieuwe liefde hem in lange betogen aantoont hoe schuldig het Westen is.
Kunkel, ook niet gek, weet dat dit niet kan. Hij weet dat je het niet kunt maken om te zeggen dat de wereld verbeterd moet worden. Het duiveltje ironie zit nu eenmaal altijd op de schouders van zijn hyperbewuste generatiegenoten mee te lezen. Of ze dat nu willen of niet! Waar de schrijver de ironie totaal afwezig laat zijn, ontstaat bizar genoeg een summum van ironie. Want wie vertrouwt goede intenties ooit nog? Maar Kunkel vecht dapper door. Met tegenzin moet je daarom aanzien dat het boek als roman uiteindelijk niet lijkt te slagen. Een plotwending zagen we wel heel erg lang aankomen. In plaats van een meer voor de hand liggend happy end is een oplossing gekozen die nogal onnavolgbaar is. Maar bovenal: we kunnen in het slot niet meer meevoelen met de hoofdpersoon en begrijpen niet meer waarom hij doet wat hij doet. Máár… is dat de schuld van de schrijver? Of komt dat door het ironische duiveltje op onze schouders?

De vierde aflevering van n+1 verschijnt eind deze maand en van de presentatie ervan zal verslag worden gedaan in dit blad