Flitsgeld

Terwijl het internationale ‘casino’ reusachtige kapitalen rondpompt, kijkt de politiek schaapachtig toe. Wie begrijpt nog wat er gebeurt op de kapitaalmarkt? Valutahandelaren op hun beurt snappen niets van de economie. Alleen een nieuwe Bretton-Woods-conferentie kan de waanzin een halt toeroepen, meent bankwezenkenner Marcel Metze.
SINDS DE WALL STREET-crash van 1987 lijkt er geen eind te komen aan de onrust op de internationale kapitaalmarkten. Eind vorig jaar veroorzaakte een kleine rentestijging in de Verenigde Staten zelfs een totale ineenstorting van de obligatiemarkt. Sinds 1992 maken ook de valutamarkten de ene crisis na de andere door. Eerst werd het Britse pond - volgens sommigen door persoonlijk toedoen van de Amerikaans-Hongaarse speculant George Soros - uit het Europese Monetaire Stelsel gedrukt en een jaar later onderging een hele reeks andere Europese munten hetzelfde lot. En vorige week was de bankwereld nog maar amper hersteld van het faillissement van de Barings-bank of de dollar begon aan een vrije val.

Sinds de liberalisering van de kapitaalmarkten in de jaren tachtig zijn de internationale transacties zo in omvang en snelheid toegenomen dat ingewijden spreken van ‘flitsgeld’ en 'megabyte money’. Op de internationale valutamarkt verwisselt elke dag naar schatting duizend miljard dollar van eigenaar. Steeds meer zwakke munten vliegen op deze monetaire snelweg uit de bocht. Daarnaast neemt de handel in derivaten een hoge vlucht. Derivaten zijn termijncontracten waarmee de bezitter speculeert op de toekomstige prijsontwikkeling van goederen en waardepapieren. Opties geven de eigenaar het recht om effecten in de toekomst tegen een vastgestelde prijs te kopen of verkopen. Futures geven hetzelfde recht met betrekking tot valuta of goederenpartijen. De zogenaamde swaps geven de bezitter het recht om op een vastgestelde datum een valutaruil uit te voeren.
Zoals de deconfiture van de Barings-bank aantoont, kan de handel in derivaten zeer riskant zijn. De Nederlandsche Bank onderstreepte in zijn jaarverslag over 1993 het 'virulente karakter van de derivatenmarkt’ en waarschuwde voor 'kettingreacties uit andere landen en markten, veroorzaakt door te hoge risicoposities en te geringe regulering’. Is de internationale kapitaalmarkt een 'casino’, of zit er systeem in de waanzin?
MARCEL METZE (42) meent van niet. Hij is financieel-economisch journalist en een van de beste kenners van het bankwezen, getuige onder meer zijn boek De geur van geld (1993). Volgens hem is de invoering van een Europese munt een illusie zolang het Europese Monetaire Systeem niet naar behoren functioneert. Metze: 'Het is de vraag in hoeverre je het Europees Monetair Systeem een systeem mag noemen. In feite is er sprake van nauwelijks gereguleerde vrijhandel. De valutahandel is de hele dag door op zoek naar signalen die gevolgen voor de wisselkoersen kunnen hebben. Omdat er bij de kleinste koersverschillen al enorme bedragen worden ingezet, is het effect de laatste jaren steeds groter geworden. Door de communicatietechnologie is ook de omloopsnelheid van het geld enorm toegenomen. Men voert tegenwoordig al valutatransacties uit bij koerswijzingingen van drie cijfers achter de komma. Die transacties versterken elkaar en zo kan een munt van de ene op de andere dag onder druk komen te staan.’
Wat is de achterliggende overweging voor zulke transacties?
'De wisselkoersen zijn zogenaamd gebaseerd op het vertrouwen van de markt, maar dat vertrouwen is in werkelijkheid een hoop lucht. Het economisch inzicht van valutahandelaren is namelijk zeer beperkt. Ze zijn niet in staat een reele inschatting van de kracht van een economie te maken. Het zijn zeer gespecialiseerde lieden die de hele dag naar een beeldscherm kijken waarop koersen vermeld staan, terwijl onder op het scherm voortdurend nieuwsflitsen voorbij komen. Die flitsen zijn hun voornaamste houvast. Die oppervlakkige signalen spelen vaak een doorslaggevende rol voor de markt. Daarom hebben nieuwsdiensten grote macht. Het zou me niet verbazen als iemand er op een goed moment brood in ziet om bijvoorbeeld Reuter te manipuleren, zodat daaruit weer nieuwe voorkennisaffaires voortkomen. Het geringste signaal is al voldoende om een reactie teweeg te brengen zonder dat er verband bestaat met onderliggende economische verschijnselen.
De koersval van de dollar hangt bijvoorbeeld helemaal niet samen met het financieringstekort van de Amerikaanse overheid, zoals momenteel wordt beweerd. Als percentage van het bruto nationaal produkt is het Amerikaanse tekort veel kleiner dan het Nederlandse. En ook de Amerikaanse betalingsbalansproblemen zijn maar betrekkelijk, omdat het land zo'n enorme binnenmarkt heeft. Voor Europese landen ligt dat anders: zelfs een land als Duitsland, dat een krachtige binnenlandse markt heeft, is veel afhankelijker van internationale ontwikkelingen dan de Verenigde Staten. Een recessie of herstel van de Amerikaanse economie is in de eerste plaats afhankelijk van de binnenlandse ontwikkelingen, en zelfs als het gaat om die reele signalen zijn de reacties van de valutamarkt nog zwaar overtrokken. Waarom zou een daling van de Amerikaanse werkgelegenheid met een procent aanleiding zijn voor een koersdaling van de dollar met tien procent?’
VANWAAR DAN TOCH die vrije val van de dollar?
'Die is het gevolg van pure speculatie. Als er al sprake is van een systeem in de internationale valutahandel, dan is het die voortdurende fixatie op verandering en op crisisverschijnselen, want daaruit moet de winst worden behaald. Elke instabiliteit is in het voordeel van de markt. De handelaren zelf zeggen uiteraard dat de koersfluctuaties worden veroorzaakt door de instabiliteit van de betrokken landen, maar het is juist andersom. Grote handelaren zoals Soros hebben ook helemaal geen baat bij een Europese munt, want die bevordert juist de monetaire stabiliteit. Wil Europa ooit een gemeenschappelijke munt invoeren, dan zullen de Europese overheden eerst de speculatie onder controle moeten krijgen. Dat kan alleen maar door wetgeving, en die mag niet beperkt blijven tot de Europese context. In dat geval zou je namelijk alleen het Europese deel van de geldstroom kunnen controleren. En misschien wordt de speculatie in een Europese munt in de toekomst wel net zo interessant als de speculatie in dollars en marken van vandaag. Het probleem zal op internationaal niveau moeten worden opgelost, door een soort nieuwe Bretton-Woods-conferentie.’
Is er wel een economische ratio voor de handel in derivaten?
'Derivaten hebben niets met goederen te maken en eigenlijk ook niets met geld. Het zijn schijnwaarden. De banken voeren die derivaten zelfs op als “buiten-balansverplichtingen”, een soort kredietlijnen waarop klanten een beroep kunnen doen. Derivaten worden dus niet als balanspost opgevoerd omdat ze alleen een risico en geen krediet vertegenwoordigen. Toch zie je de laatste jaren ook in Nederland dat die buiten-balansposten explosief groeien. In 1992 maakten ze al 27,5 procent van de totale balans van de Nederlandse banken uit, terwijl de vereiste risicodekking minimaal was. Er staan eigenlijk weinig solvabiliteitseisen tegenover, terwijl de risico’s enorm kunnen zijn. Dat blijkt wel uit de 2,2 miljard dollar schuld waarmee Barings werd opgezadeld.’
Lopen Nederlandse banken hetzelfde gevaar?
'Nee, het Nederlandse bankwezen is bij uitstek conservatief en veel minder gevoelig voor zulke excessen dan de Angelsaksische banken, al is zo'n buiten-balansrisico van 27 procent natuurlijk aanzienlijk. Maar dan nog zullen Nederlandse banken een eventueel verlies veel beter kunnen dekken dan een bank als Barings. Zulke investeringsbanken bestaan hier ook niet, hoogstens als onderdeel van een veel groter conglomeraat. De Nederlandsche Bank heeft het ontstaan van investeringsbanken naar Angelsaksisch voorbeeld altijd tegengehouden. Dat is achteraf gezien heel verstandig geweest.’
Waarom gaat een gerespecteerde bank als Barings in zee met een handelaar als Nicholas Leeson, die nota bene al eens veroordeeld is wegens financiele onregelmatigheden?
'Dat heeft vooral te maken met de mogelijkheden van de moderne technologie om je te onttrekken aan elke controle. Ik heb zelf eens zo'n fraudekwestie onderzocht. Het ging om een handelaar die de ING Bank voor tientallen miljoenen had opgelicht. Zulke mensen vestigen zich in een pand met telefoonlijnen en een fax zodat ze bepaalde kapitaalbewegingen op de voet kunnen volgen. Ze creeren een netwerk van BV’s waarachter ze zich kunnen verschuilen en maken zeer geraffineerd gebruik van de moderne technologie om in korte tijd veel geld te verdienen. Dat is een vak apart.
Banken hebben vaak niets in de gaten en laten zich misleiden door zulke “onafhankelijke geesten”. Door via een paar rekeningen bij verschillende banken geld rond te pompen, maken ze een betrouwbare indruk. De meeste banken beschikken niet over de kennis om te beoordelen wat zo'n whizzkid eigenlijk uitvoert, maar uit concurrentiedwang geven ze hem het voordeel van de twijfel. En de centrale banken die het toezicht zouden moeten uitoefenen, hebben op hun beurt weer een kennisachterstand op de commerciele banken.’
HEEFT DE HANDEL in derivaten geen enkel economisch nut, ook niet doordat er een herverdeling van kapitaal plaatsvindt?
'Speculeren in derivaten heeft geen enkel nut. De handel in derivaten herverdeelt geen welvaart, schept geen werkgelegenheid en creeert geen nieuwe technologie. Voor de zogenaamde debt-equity swaps, het omzetten van schulden van derde-wereldlanden in bedrijfsaandelen in die landen, wil ik een uitzondering maken. Daar is door de banken ook flink op verdiend, maar het netto resultaat was tenminste dat de schulden beschikbaar kwamen in de vorm van investeringen.’
De derivatenhandel kan dus wel worden afgeschaft?
'Ja, maar dat is bijna onmogelijk, want het is een internationaal fenomeen. Het onttrekt zich aan het zicht en de controle van de nationale overheden. En probeer de internationale gemeenschap maar eens op een lijn te krijgen. Je zag dat al in de jaren tachtig bij de internationalisering van het bankwezen, waardoor banken gemakkelijker buitenlandse vestigingen konden openen. Aanvankelijk ontbrak elke controle daarop. Als een Nederlandse bank in het buitenland of een buitenlandse bank in Nederland een vestiging opende, dan wist niemand wie die vestiging moest controleren: de centrale bank van het moederland of die van het gastland? Daar is jaren over gediscussieerd. Twee jaar geleden heeft de Bank voor Internationale Betalingen eindelijk een paar richtlijnen opgesteld.’
En is de valutahandel te beheersen?
'De valutahandel is nog ongrijpbaarder. Valutahandelaren zijn vaak geen banken in de eigenlijke zin van het woord. Ze vallen dan niet onder de controle van de centrale banken, of ze vestigen zich in landen waar iedere effectieve controle ontbreekt.’
Eigenlijk een weerzinwekkende toestand. Terwijl een derde van de mensheid honger lijdt, schuiven wij in het Westen om niet reusachtige kapitalen heen en weer.
'Maar die verschuivingen hebben wel onvoorspelbare schokeffecten op zwakke economieen. Zelfs in Nederland wordt nu gesproken over een bijstelling van de economische prognoses na de val van de dollar. In derde-wereldlanden brengen die koersbewegingen nog meer ontwrichtingen teweeg. Het is te hopen dat er op de economische globalisering een politieke globalisering volgt die die speculatie aan banden legt. Maar voordat er op internationaal niveau wordt ingegrepen moeten er waarschijnlijk eerst ongelukken gebeuren. Zo ging het met de schuldencrisis in de jaren tachtig ook.’