Kunstenaars overtreffen de materiële wereld

Floppy art & blauwe bessen

Zelfs Andy Warhol experimenteerde al met computerkunst, die voor hem zo veel mogelijk op ‘echte’ kunst moest lijken. Ook de ‘digitale’ kunstenaars in De Hallen Haarlem kijken naar de werkelijkheid, maar wel een vol kleurstoffen en smaakversterkers.

Medium 5.auerbach a red composite

‘Are you ready to paint me?’ vraagt Deborah Harry aan Andy Warhol, die naast haar plaatsneemt achter een Amiga 1000. Het is 1985 en Commodore International heeft Warhol uitgenodigd om live voor een publiek zijn eerste ‘computerportret’ te maken. Met een klik op de muis (‘Andy is selecting from the menu bar which gives you all the features of the paint system’, licht de opgewonden presentator toe) laat Warhol het haar van de zangeres vollopen met banaangeel. Een registratie van het optreden op YouTube toont de achteloosheid waar de creatie mee gepaard ging, met een onverschillige Warhol grappend achter het beeldscherm. Toch inspireerde het filmpje nieuwe-mediakunstenaar Cory Arcangel in 2011 tot een zoektocht naar de floppy’s met Warhols digitale kunstwerken, die decennialang in het archief van het Andy Warhol Museum in Pittsburgh bleken te liggen. Na uitvoerige restoratie verkondigde het museum onlangs 28 nieuwe kunstwerken aan Warhol te kunnen toeschrijven.

Het uiteindelijke portret van Deborah Harry ziet er niet wezenlijk anders uit dan een zeefdruk van Marilyn Monroe. ‘The thing that I like most about doing art on the computer is that it looks like my work’, zou Warhol hebben gezegd. Campbells.pic laat een krassige variant van het iconische soepblik zien. Van de digitale kunstwerken die nu zijn vrijgegeven, springt de Venus van Botticelli er in artistiek opzicht bovenuit. Warhol, waarschijnlijk zojuist op de copy-paste-functie gewezen, gaf haar drie ogen en bijbehorende wenkbrauwen.

De experimenten van Warhol in de computerwereld van de jaren tachtig zijn vandaag ongeïnspireerd en onbeholpen te noemen, toch reageerde de kunstwereld uitzinnig op de vondst. Criticus Jonathan Jones stelde in The Guardian dat de floppy’s Warhols status als ware held van ons digitale tijdperk bevestigen. Zijn kunst kan als voorbeeld dienen voor de tijd waarin we allemaal computers zullen zijn geworden, vindt Jones. Warhol werkte als een machine, maar wist altijd de menselijkheid in zijn werk te behouden.

Voor kunstenaars vandaag dient de computer niet enkel meer als alternatieve drager en is het internet meer dan een internationaal platform voor het uitwisselen van reproducties. Een aantal kunstenaars in een internationale groepstentoonstelling in De Hallen Haarlem laat zien dat techniek voor hen een scheppende materie is geworden. Zij maken schilderijen, sculpturen, collages, 3D-animaties en video’s in hd-formaat die inzichtelijk, en soms zelfs invoelbaar maken hoe complex de omgang met onze materiële omgeving is geworden. Sinds de tijd van Warhol hebben onze dagen zich alleen maar verder gevuld met afbeeldingen, met reproducties van fysieke objecten waar we een online leven mee leiden. Voor de kunst houdt dat in dat het oude spel van de conceptuele kunstenaar Joseph Kosuth opnieuw actueel is geworden. Zijn kunstwerk One and Three Chairs (1965) bestond uit een houten stoel, een zwart-witfoto van diezelfde stoel en de betekenis van het woord stoel, zoals deze in het woordenboek is opgenomen, uitgeschreven op de muur. Die trapsgewijze ‘vervlieging’ van het object zou vandaag moeten worden uitgebreid met een beeldscherm.

In deze complexiteit schuilt een opvallend raakvlak met de floppy art van Warhol. Gebruikte hij zijn muis om de werkelijkheid zo dicht mogelijk mee te benaderen, in het werk van de jonge kunstenaars in Haarlem zijn de digitale werkelijkheid en het echte leven amper nog van elkaar te onderscheiden. Hun kunstwerken verleiden de bezoeker met zoete kleuren en plastische vormen, vaak gepaard met zinnenprikkelende geluiden en ritmische muziek. De tentoonstelling draagt de klinische titel Superficial Hygiene: deze kunstenaars laten de werkelijkheid schitteren aan het oppervlak, als waterspiegel of horizon. Een oppervlak waar mogelijk een wereld achter schuilgaat, of eigenlijk niets meer is dan wat je ziet.

Hoe kunnen deze kunstwerken zo veel details tentoonspreiden en tegelijkertijd zo afstoten?

Verspreid over drie vitrines ligt de RGB Colorspace Atlas van de Amerikaanse kunstenaar Tauba Auerbach. De drie boeken, met in totaal 3632 gekleurde pagina’s, zijn de driedimensionale vertaling van het rgb (Rood Groen Blauw)-kleurenspectrum dat gebruikt wordt voor het weergeven van kleuren op televisie, digitale camera’s en computers. Auerbach (1981) printte eerder al boeken van de organische structuren van marmer, hout en onyx. Hoe ‘leesbaar’ zijn deze structuren, als ze worden gepresenteerd in een andere vorm? De rgb-boeken balanceren op de rand van waarneming (kleur), digitale toepassing (kleurcode) en fysieke manifestatie (vorm). De primaire kleuren liggen in het museum opengeslagen als handzame regenbogen.

De werkelijkheid waar de kunstenaars in Superficial Hygiene naar op zoek gaan, krijgt in hun werk gestalte in de vorm van herkenbare materialen en alledaagse voorwerpen. De spiegelende plassen van epoxy en afval op de vloer van Marlie Mul bijvoorbeeld en de gesmolten ‘frietbakjes’ in de steriele ijskasten van Magali Reus nodigen uit tot een nadere inspectie. Op diverse radiatoren op de bovenverdieping van het museum hangen foto’s van de rafelige uiteinden van een touw. Het zijn stockbeelden, afbeeldingen van objecten met een generieke betekenis die bij een digitale beeldbank kunnen worden aangekocht en die vaak belanden op websites en in online catalogi. De Deense kunstenaar Nina Beier (1975) maakte fysieke afdrukken van beelden uit de categorie ‘touw’, doopte deze vervolgens in de lijm en hing ze te drogen op radiatoren die ze in de zaal en aan de muren installeerde. De beplakte radiatoren markeren de overgang tussen de twee werelden; het ontzielde touw leunt als het ware op het object, een tastbaar oppervlak dat het zelf oorspronkelijk was. Op Art Basel liet Beier eens een soortgelijke botsing van dimensies plaatsvinden, maar dan in een wonderlijke performance met een hond op een Perzisch tapijt. Twee keer per uur kwam er een aangelijnde hond over de kunstbeurs aan lopen. Zijn baasje gaf het dier vervolgens het commando om in het hart van het tapijt voor dood te spelen. Doodstil ging het liggende dier op in het weelderige patroon van het textiel, een prachtig fotomoment want hond en tapijt vormden samen een zeer esthetisch geheel. Tot het dier weer levend werd, zich losmaakte uit het beeld en wegrende. Tragedy, was de titel van het optreden.

Medium 3 andy warhol venus 1985 awf

Auerbach en Beier, maar in Haarlem ook Anne de Vries en Florian Michael Quistrebert, loodsen de digitale werkelijkheid met hun kunstwerken onze fysieke wereld binnen. Het wordt complexer wanneer kunstenaars de werkelijkheid loslaten in de digitale arena: op een beeldscherm. De Britse Helen Marten (1985) bouwt meestal duizelingwekkende, eclectische installaties, maar presenteert met Orchids, or a Hemispherical Bottom een video met ‘sculpturale elementen’. Alle elementen in deze 3D-animatie glimmen en schitteren als in een glossy magazine. Blauwe bessen rollen over een keukenblad en dansen over het scherm, zo echt dat ze zo uit elkaar zouden kunnen spatten. De video test het gepolijste oppervlak van het beeldscherm uit en probeert alles wat je daarbinnen kunt vangen, zonder het te doorbreken. ‘Even the most passive of fruits might grow a nose’, zegt een stem en we zien inderdaad hoe er een neus uit een peer groeit, die vervolgens de vorm aanneemt van een waterkraan. De werkelijkheid zoals Marten die presenteert, is er een vol kleurstoffen en smaakversterkers.

Hoe deze ongemakkelijke, artificiële werkelijkheid nog een stap verder kan worden gevoerd, toont de hd-video van Ed Atkins (1982). Een parade van idiote gebeurtenissen, met hyperrealistische beelden en surround sound, voert de verleiding van het heldere beeld naar een angstaanjagende onheilspellendheid. Haarscherpe close-ups van een menselijk lichaam maken de video zo unheimisch als de sculpturen van Ron Mueck, de Australische beeldhouwer die met metershoge of juist minuscule hyperrealistische lichamen veel opzien baart.

Hoe kunnen deze kunstwerken zo veel details tentoonspreiden, een virtuositeit waar kunst eeuwenlang om is geprezen, en tegelijkertijd zo afstoten? Net nu het hoogst haalbare realisme lijkt te zijn bereikt, zouden we graag een stapje terug doen. We moeten er niet aan denken dat onze dagelijkse omgeving in zulke extreme details tot ons zou komen, dat we ieder haarzakje van elkaar zouden kunnen tellen, iedere porie van collega’s zouden moeten zien. Maar beseffen we wel dat dit de wereld is die we zelf aan het scheppen zijn? In tijdschriften, op telefoons, televisie en computers? Binnenkort zijn er al geen acteurs meer nodig, voorspelde The New Yorker onlangs (‘Pixel Perfect’). Althans niet van vlees en bloed: door middel van 3D-scans ontwerpen we gewoon zelf het geknipte personage.

In Atkins’ video verschijnt dan een chimpansee in beeld. De neus en lippen van het dier glimmen natuurgetrouw, rimpels schitteren op het scherm. De boomblaadjes die rond zijn gezicht in de lucht zweven, suggereren dat deze aap naar zichzelf kijkt in een spiegel. Jonathan Jones prees de menselijkheid in Warhols kunstwerken, maar het is juist deze jongste kunst, volop in ontwikkeling en larger than life, die over ons mensen gaat.

Het is geen toeval dat zowel Ed Atkins als Helen Marten deel uitmaakte van de hoofdtentoonstelling van de afgelopen Biënnale van Venetië, met als thema Il Palazzo Enciclopedico. ‘What is the point of creating an image of the world when the world itself has become increasingly like an image?’ vraagt de curator zich in de catalogus af. Kunstenaars als Camille Henrot, Aurélien Froment, Ryan Trecartin en Hito Steyerl trekken in hun multimediale kunstwerken alle registers open, putten uit de oppervlakkige sociale media en laten hyperrealistische objecten ontsporen op hun beeldschermen. Warhol wist beroemdheden zo te vatten in abstractie dat hun roem naadloos in zijn zeefdrukken opging. Kunstenaars van de nieuwe media tillen dat mechanisme naar een nieuw plan. Ze maken net als Warhol reproducties van onze materiële wereld, maar overtreffen deze. Het oppervlak van hun werk is gelikt, smetteloos en van een pure perfectie, maar tegelijkertijd plat als een dubbeltje. Deze nieuwe wereld is er een die te mooi is om waar te zijn, en dat geeft te denken.


Superficial Hygiene, t/m 9 juni, De Hallen Haarlem.

Beeld (1) Tauba Auerbach, RGB Colorspace Atlas, 2011, digitale offsetprinter op papier. Courtesy de kunstenaar en STANDARD (Oslo) (Vegard Kleven). (2) Andy Warhol, Venus, 1985, courtesy of The Andy Warhol Museum (The Andy Warhol Foundation for the Visual Arts, inc.).