Florentine Rost van Tonningen-Heubel (1914-2007)

Omdat ze onze favoriete rechtsextremist was, maakte het naoorlogse Nederland Florrie Rost van Tonningen steevast belangrijker dan ze in werkelijkheid was.

Het is fijn als het kwaad, extreemrechts in dit geval, zich aan de spelregels houdt. Dat is precies wat Florrie Rost van Tonningen haar leven lang deed. De Zwarte Weduwe beantwoordde aan alle bruine clichés. Geboren op 14 november 1914 in Amsterdam als jongste kind van een half-Duitse bankier werd ze in de jaren dertig aanhanger van de nationaal-socialistische beweging. Kort na de Duitse inval trouwde ze met SS’er Meinoud Rost van Tonningen, NSB-kopstuk en tijdens de oorlog president van de Nederlandse Bank. Nadat Meinoud vlak na de oorlog het duizendjarige rijk had ingeruild voor de eeuwige jachtvelden, bleef zijn vrouw hem en de nationaal-socialistische idealen trouw, tot aan haar eigen dood afgelopen zaterdag. Voor jongere neonazi’s stond de deur van haar villa in Velp altijd open. En inderdaad, zoals de journalisten die al die tijd eveneens de deur platliepen niet nalieten te vermelden, daar had ze zich omringd met portretten en een buste van de führer.

De Zwarte Weduwe belichaamde voor het grote publiek de link tussen de Duitse bezetting en de nieuwe rechts-extremisten. Dat schept helderheid over goed en fout. En dat wordt gewaardeerd in een samenleving die dolgraag antifascistisch wil zijn, maar waarin een flink deel van de burgers wel graag klaagt over de buitenlandse buurman. De weduwe Rost van Tonningen kon dan ook haar leven lang op warme belangstelling van de kant van de media rekenen. Bij haar geen twijfels, geen ambivalenties. Zo willen wij weldenkende mensen dat rechtsextremisten zijn: herkenbaar en met een duidelijke connectie naar verkeerd gedrag tijdens de oorlog. In het geval van jongere neonazi’s kunnen daar nog een kale kop en op de bomberjack gespelde runentekens aan toegevoegd worden. Dat het nazisme as we know it in Nederland juist vanwege de opzichtige link met de bezetting nooit meer een politiek gevaar zal vormen, hoogstens een niet te onderschatten dreiging op straat, doet er in dat verband niet toe.

Met Fortuyn en Wilders is een heel nieuwe stroming ontstaan op rechts. Bij deze populisten geen stiekem gedweep met Hitler of Mussolini en geen antisemitisme. Daardoor kunnen zij wél electorale munt slaan uit breed levende sentimenten als nationalisme, gevoelens van onveiligheid en afkeer van immigratie en Islam, iets waar traditioneel extreemrechts keer op keer niet in slaagde.

Binnen die nieuwrechtse kringen had iemand als Rost van Tonningen vanzelfsprekend geen enkel aanzien. Haar invloed was de laatste decennia zelfs binnen de radicale scène bescheiden. Neonazi’s bezochten huiskamerbijeenkomsten, haar bibliotheek stond voor hen open en via het in de jaren tachtig opgerichte ‘Consortium De Levensboom’ verspreidde ze wat scholingsmateriaal. De media maakten Florrie Rost van Tonningen belangrijker dan ze was. In feite ging het om een vrouw die, in de woorden van haar zoon Grimbert, na de oorlog ‘als een soort medium namens mijn vader en anderen’ sprak. ‘Een grote achterban heeft zij nooit bezeten, het leek meer op een kleine geïsoleerde sekte, die haar als een soort “ziener” vereerde, maar waarvan het belang onnoemelijk is overdreven.’

Links:
Interview met Florrie Rost van Tonningen in De Groene Amsterdammer