Flotteurtje

Wat een vindingrijke diersoort wij zijn, ontdek je vooral wanneer je een defect aan je toilet hebt. Ik heb er eentje die zit ingebouwd in de badkamer, het hele mechanisme onzichtbaar achter tegels, wat wel zo prettig is, totdat er een lekkage optreedt.

Met loodgieters heb ik geen buitengewoon goede ervaringen, en de meest recente vertegenwoordiger van dit gilde die bij mij over de vloer kwam, heeft mijn oordeel niet bijgesteld.

‘Het is het flotteurtje’, oordeelde hij na drie keer doortrekken. ‘Luister maar, hij loopt over.’ Hij drukte nogmaals het mechaniek in en maande met opgestoken vinger tot stilte. In uiterste concentratie stonden we over mijn wc-pot gebogen, alsof het een radio was met slechte ontvangst maar met een bericht van levensbelang.

En ineens, na het vullen, hoorde ik een stroompje in een hoger register. ‘Dat is overloop door de valpijp’, lichtte de jongen toe, op fluistertoon, ‘en maar nu…’ Hij legde zijn oor tegen het tegelwerk. ‘Nu druppelt het… dit klinkt anders…’

‘Oké, helder. Dus dat ding, dat eh…’

‘Flotteurtje…’

‘Dat flotteurtje functioneert niet meer naar behoren, en dus stroomt er water over de rand’, vatte ik samen. ‘Een kwestie van een nieuw flotteurtje erin schroeven, kortom. Fijn, dan ga ik intussen in de kamer hiernaast verder met het schrijven van literaire meesterwerken, en geeft u mij maar een seintje als het flotteurtje op de plaats van bestemming is aangekomen.’

‘Nou, zo simpel is het misschien ook weer niet. Ik wil voor alle zekerheid toch de pot eraf schroeven. Misschien dat je aanhechtingsrubber ook naar z’n grootje is.’

Aldus geschiedde, waarbij de jongen ook nog wat van mijn badkamertegels brak.

Nee, met mijn aanhechtingsrubber was niets mis. ‘Het probleem is alleen’, zei hij, oog in oog met mijn rioolgat, ‘dat ik dat flotteurtje van dit merk niet één twee drie bij me heb. Dat moet ik bestellen.’

Ik zuchtte. Drie dagen zonder toilet op de bovenste verdieping gingen voorbij. Op de vierde dag, ik was net druk bezig literaire meesterwerken te schrijven, belde de jongen me op.

‘Ah’, riep ik verrast. ‘Het flotteurtje is gearriveerd?’

‘Niet echt. Kijk, het probleem is dat dat merk van u niet meer geleverd wordt. Nu schijn je bij een bouwmarkt wel een universeel flotteurtje te kunnen kopen, maar wij kunnen die er niet in zetten, want wij kunnen er geen garantie op geven.’

‘Maar wat kunnen jullie dan wel?’

‘Het hele inbouwreservoir vervangen. Dan moeten we natuurlijk wel eerst wat slopen…’

‘Slopen? Voor één zo’n kutflotteur?’ Ik maakte een eind aan het gesprek en vloekte hevig rond het moment van ophangen.

Kutflotteur is een heerlijk scheldwoord, ontdekte ik. Het bekte zo lekker dat ik me voornam het voortaan ook bij andere gelegenheden in te zetten. Hé, kun je niet uitkijken, kutflotteur (in het verkeer). Ach, wat weet jij nou van literaire meesterwerken, kutflotteur (tegen recensenten). Jaja, schrijf eerst zelf maar eens zo’n literair meesterwerk, dan praten we wel weer verder, kutflotteur (tegen eminente collega’s in het café).

Tegen wil en dank ben ik inmiddels een specialist op het gebied van inbouwtoiletten. Zo begrijp ik nu het mechaniek van de vlotter (want zo heet zo’n ding, mijn malafide loodgieter wilde alleen maar duur doen met z’n flotteur). Hoe weet een stortbak dat hij vol is? Doordat die vlotter omhoog drijft, en een hefboompje bedient en de kraan uitschakelt. Wat een uitvinding, wat een vindingrijkheid! De eenvoud is de kracht van die oplossing.

Ik had alleen wat moeite het ding eruit te krijgen. Het zat in het inbouwreservoir als een scheepje in een fles. Ook dat is op het eerste gezicht een regelrechte mind fuck: hoe komt zo’n driemaster door zo’n nauwe flessenhals? Totdat je het een keer gedemonstreerd krijgt. Opvouwbare masten en een haakje. De eenvoud is de kracht.

Een literair meesterwerk moet eigenlijk ook zo’n scheepje in een fles zijn, of zo’n inbouwreservoir van een zwevend toilet. Bij eerste lezing moet je je verbluft afvragen: hoe dóet hij dat? Hoe heeft-ie dat er allemaal in gekregen en precies op z’n plek? Hoe heeft hij zo’n heel arsenaal aan slimme technieken kunnen wegwerken achter een muur van glanzende tegels? Ja, hoe doe je dat: de eenvoud is de kracht.

Een roman als een stortbak, zullen de recensenten schrijven. Hij loopt vol, en daarna is het in één keer allemaal weg, maar blijf je wel overdonderd en gelouterd achter. Alleen als je je oor tegen het omslag legt, kun je het nog horen nadruppelen in een hoger register.