We liepen over de Middenweg in Heerhugowaard, ter hoogte van wat ooit café Miller’s was, toen bekend werd dat Jan Postma en Sigrid Kaag de verkiezingen hadden gewonnen. We haastten ons naar buurthuis De Hoeksteen, dat was verlicht als een discotheek. Jan leek lauw-enthousiast. Wat moeten we met Joost? vroeg Sigrid. We moeten hem een concrete taak geven, zei Jan. Op een lijstje werd achter mijn naam geschreven: minister van Volkshuisvesting. De als Viking verklede QAnon-aanhanger die bekend werd van de Capitool-bestorming slachtte een lam. Ik droeg mijn groene brogues. Terwijl we nog vergaderden kwam Marco Borsato op – niet verkleed als Jezus Christus, maar toch wisten we allemaal dat hij Christus was, vlak voor zijn hemelvaart. Hij zong ‘Afscheid nemen bestaat niet’.

Kortom, ik werd wakker en wist weer waarom ik ’s avonds laat geen tv meer moet kijken.

Kun je tevreden zijn over je eigen dromen-repertoire? Ik wist precies welk fragment mijn brein uit het onderbewustzijn had weten te hengelen, misschien wel het meest ultieme moment uit tien jaar The Passion. 2012: Danny de Munk als Christus boven op de Erasmusbrug, terwijl hij de Marco Borsato/John Ewbank-klassieker ‘Afscheid nemen bestaat niet’ zong, wit verlicht, hoog boven de donkere havenstad, zijn armen uitgestoken voor zich. Salvator mundi.

Zoek me in alles dan kom je me tegen/ fluister mijn naam/ en ik kom eraan.

Freud maakte tv nooit als massamedium mee, maar recentere psychoanalytici hebben geprobeerd zijn droomduiding toe te passen. Een van de betere verklaringen die ik kon vinden stelde dat mensen die over hun leven dromen als tv-programma een overactieve verbeelding hebben, waarbij ze hele scenario’s van consequenties doordenken voordat ze een beslissing nemen. In hun hoofden worden die scenario’s als films afgespeeld.

Je kunt ook zeggen dat het een vorm van protagonist-denken is, en daarmee een vorm van hoogmoed: ‘Wat moeten we met Joost?’ vroeg Sigrid. Betekende dat dan dat ik Omtzigt was in mijn droom?

Freud maakte tv nooit als massamedium mee

Die dag was The Passion uitgezonden vanuit Roermond, en ik was vast niet de enige die heen en weer zapte tussen Den Haag en Roermond. Politici leken het ook te doen. In de Kamer was het Kaag die in herinnering bracht dat het Witte Donderdag was, en Rutte’s lijdensweg op de Via Dolorosa begon te lijken. Omgekeerd was het Humberto Tan die als ‘Verteller’ van The Passion Pontius Pilatus introduceerde als een slim politicus, eentje die naar het volk luisterde – ‘Opportunisme en een selectief geheugen zijn van alle tijden.’ Komt bekend voor. Pilatus had ook nog eens zijn eigen doventolk.

Ik kan The Passion nooit weerstaan. Het is een surplus aan kitsch, overacting, het is te veel, te vet, elke keer weer Frank Boeijens Denk niet wit/ Denk niet zwart/ Denk niet zwart-wit! Telkens wordt het evangelie in het dagelijkse decor van een middelgrote provinciestad gepropt. Dit jaar vluchtte Petrus van Getsemane weg, een snackbar in. Hé, jij trok toch op met die Jezus? zei de friturista. Het was moeilijk om naar zijn antwoord te luisteren, omdat een aanbieding voor PATATJE JOPPIESAUS als een tekstballon boven zijn hoofd hing.

Een zojuist gekruisigde Christus zong even later een Nederlands lied dat ik niet direct herkende, totdat het me duidelijk werd dat het een vertaling was, van de introtune van Friends. Jezus was teruggebracht tot Friends. Ik vroeg me af: is Jezus een Ross, een Joey of een Chandler?

Maar tegelijk wordt dat enorme verlichte kruis door de stad gedragen, en worden voorbijgangers geïnterviewd. En iedereen heeft een verhaal, een vader of broer die is overleden, een dementerende moeder, een slepende ziekte, een verlies, een verdriet – covid. Iemand vertelt over de kracht die ze uit geloof put, iemand anders over de steun die vrienden haar geven, weer iemand anders vertelt simpelweg hoe zwaar het is.

Ondertussen gaat dat kruis door de stad en alle raar gekozen muzieknummers doen niet af aan dat symbool. Het is een vreemde reminder die je blijkbaar zo nu en dan moet krijgen, namelijk dat iedereen wel ergens in zijn leven pijn om iets heeft. Het is de grootste gemene deler. Misschien is het juist die combinatie die het een verslavende kijkervaring maakt: de schmierende muziekshow tegenover de ongeharnaste verhalen van verdriet. Het neppe lijkt er nepper van te worden, het echte alleen maar echter.

In zekere zin is dit sowieso wat een avondje zappen je voorschotelt: een droomlandschap waarin je van drama in komedie valt, van landsbelang in trivialiteit. In Den Haag vecht Rutte voor zijn politieke leven, in Roermond accepteert Christus zijn lot, op NPO 3 vraagt de Keuringsdienst van waarde hoeveel granen een meergranenbrood eigenlijk heeft. Ze bestaan allemaal tegelijkertijd door elkaar heen, als een huis zonder deuren, ze nestelen zich op dezelfde grootte in je kortetermijngeheugen.

Verre van droomduiding hebben neurowetenschappers zich gebogen over hoe de breinstam tijdens de remslaap wordt geactiveerd, de zogenaamde activation-synthesis hypothesis, die stelt dat circuits vol emoties, sensaties en herinneringen worden geprikkeld en je dromen vullen. Het probleem is dat dat inmiddels een soort lockdown-dromen oplevert, waarbij je te veel op dezelfde plek bent, te weinig nieuwe gezichten ziet en je kortetermijngeheugen zich vult met de gezichten op tv, de echte en de neppe. Ik kan niet wachten om weer eens een droom zonder Omtzigt of meergranenbrood te hebben.