FILM: Killer Joe

Fluisterende nachtmerrie

De nieuwe film van William Friedkin, een van de grote namen die de innovatie van New Hollywood in de jaren zeventig mogelijk maakte, draait na een week in welgeteld één bioscoop in Amsterdam. Elders in het land is de situatie al niet veel beter.

Dat is een gotspe. Maar enigszins begrijpelijk. De film is Killer Joe, een inktzwart staaltje southern gothic gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van dramaturg Tracy Letts waarin een woonwagenfamilie in Texas het plan opvat de moeder te laten vermoorden om geld van haar levensverzekering op te strijken. Hiertoe huren ze Joe Cooper (Matthew McConaughey) in, een detective uit Dallas die in zijn vrije tijd huurmoordenaar is. Dan raakt Joe verliefd op Dottie (Juno Temple). Zij is de dochter van de familie. En ver onder de zestien.

De bedrieglijke eenvoud van het verhaal is een wezenskenmerk van southern gothic, een stroming in de Amerikaanse literatuur met wortels in het werk van Edgar Allan Poe en later William Faulkner, Truman Capote en in onze tijd Cormac McCarthy. Maar Killer Joe valt nog het best te omschrijven als een vermenging van Tennessee Williams en Jim Thompson, twee schrijvers die duidelijk dienen als inspiratiebron voor Letts. Zijn Dottie is een herverbeelding van de verwaarloosde vrouw-meisjes van Williams die verboden erotiek uitstralen, bijvoorbeeld Baby Doll Meighan in Baby Doll, Elia Kazans film uit 1956, gebaseerd op een script van Williams. Net als Baby Doll lijkt Dottie zich terug te trekken in een wereld waarin kinderlijke onschuld soelaas biedt. Dottie is dromerig, spiritueel en telkens mijmerend over de mogelijkheid van ‘pure liefde’.

Detective Joe, ‘Killer Joe’, is een fluisterende, nachtmerrie-achtige versie van het Amerikaanse ideaal. Zijn cowboyhoed is gitzwart, maar even subversief als de hagelwitte hoed van detective Lou Ford in Jim Thompsons The Killer Inside Me (1952, recent verfilmd door Michael Winterbottom). Na Lou is ook Joe zowel seriemoordenaar als iconische gerechtsdienaar. Beiden hebben gladgeschoren gezichten en praten zacht, waardoor de dreiging alleen maar groter wordt. Ze belichamen het kwaad dat in southern gothic niet te vinden is in het bovennatuurlijke, maar in het alledaagse. Dat laatste neemt in Friedkins film de vorm aan van het uit elkaar gevallen kerngezin dat net als tijdens de Grote Depressie, het tijdperk van wasdom voor de literaire southern gothic, niet meer functioneert. De subtekst nu is de huidige economische malaise in het land van Barack Obama.

Een moreel centrum is er niet in Killer Joe. Dat blijkt vanaf het eerste, onvergetelijke moment. Het is nacht. Een auto stopt voor een woonwagen. Een jonge man stapt uit. Bij de buren blaft een hond, woedend. De jongen belt aan. Een vrouw doet open. We zien haar gezicht niet; ze is halfnaakt. De hond blaft, erger, harder, bijna moorddadig. De camera volgt de blik van de jonge man: het ontblote geslachtsdeel van de vrouw, zijn stiefmoeder.

Killer Joe is na Bug (2006), over schizofrenie en paranoia, het tweede stuk van Letts dat Friedkin verfilmt. Hiermee bewijst de 78-jarige regisseur van klassiekers als The French Connection en The Exorcist helemaal terug te zijn na een wat mindere periode in de jaren negentig. Zijn nieuwe films hebben dezelfde ondermijnende energie als die uit de jaren zeventig, maar nu lijkt Friedkin een nog duisterder weg in te slaan. Hoop is er niet, pure love is onmogelijk, corruptie is onomkeerbaar, door Friedkin verbeeld met een genadeloze pervertering van het cliché van de gezinsmaaltijd als Killer Joe aan tafel zijn handen ineen slaat in gebed en vraagt: ‘Who would like to say grace?’

Nu te zien