Film: Spring Breakers

Fluisterende sterretjes

Drugsdealer en gangsta Alien (James Franco) zit achter een piano met de zee op de achtergrond de Britney Spears-ballade Everytime te zingen terwijl naast hem drie jonge meisjes in bikini hartstochtelijk dansen. Ze hebben roze bivakmutsen op en zwaaien met machinegeweren en riotguns. Het is net schemer, het tafereel is overgoten met de gloed van de ondergaande zon. Even tevoren vroeg Alien aan de girls welk liedje ze het liefst zouden willen horen. Een van hen antwoordde: ‘Play something fucking inspiring.’

Medium james franco spring breakers movie

De girls hunkeren naar iets om het bloed aan het borrelen te krijgen in een leven overheerst door achteloosheid. Dat lukt in Florida, misschien wel de meest vulgaire plaats op aarde. De scène heeft een wirwar aan betekenissen: de gevaarlijke, erotische symboliek van maskers en wapens gecombineerd met de dwingende authenticiteit van het liedje. Dat is vreemd, want de originele clip van Britney Spears is allerminst ernstig. Bij haar gaat het om een mierzoet nummer waarin een popdivaatje zogenaamd zelfmoord pleegt nadat haar relatie is kapotgegaan. Saaiheid troef. Maar wanneer Alien het nummer zingt, en zijn stem langzaam overgaat in die van Spears, dan verandert de emotionele connotatie van de song ingrijpend: van de oppervlakkigheid van het origineel naar iets wat echt aanvoelt en zo de melancholie creëert die ten grondslag ligt aan deze wonderbaarlijke film: Spring Breakers van Harmony Korine.

Something fucking inspiring. Een actuele strijdkreet. Zoeken naar iets van waarde. Niet dat eerder werk van Korine dat niet heeft. Gummo (1997) en Julien Donkey-Boy (1999) bieden een duistere visie op het leven van mensen in arme woonbuurten. Mooie films. Maar daarna raakte Korine, beroemd dankzij zijn script voor Larry Clarks controversiële film Kids (1990) de weg kwijt, vermoedelijk als gevolg van drugsgebruik. Een paar jaar geleden maakte hij een soort comeback met een schitterende korte film samen met de witte Zuid-Afrikaanse rappers Ninja en Yo-Landi, visueel geïnspireerd door het absurde en het monstrueuze werk van fotograaf Roger Ballen. Ze leken gemaakt voor elkaar. Ze vinden in het nihilisme een antwoord op de cultuur van de oppervlakte, van dat eeuwige knipogen dat bijvoorbeeld ook evident is in de Britney-clip waarin de diva zogenaamd dode is gewoon weer tot leven komt, guitig lachend.

Niets hiervan in Spring Breakers, verreweg Korine’s beste film. Het is een hallucinerende visie op de jeugd- en populaire cultuur waarin regisseur, personages én wij kijkers voortdurend tussen hoop en pessimisme laveren. Het verhaal gaat min of meer over vier jonge meisjes aan een niet nader genoemde universiteit in Amerika die zich opmaken voor het jaarlijkse lentefeest in St. Petersburg, Florida. Een van hen woont voordat ze vertrekt nog even een religieuze bijeenkomst op de campus bij, waar de voorganger opzwepend vraagt: ‘Are you jacked up for Jesus?’ Deze scène is cruciaal. Doorgaans fluisteren de meisjes, gespeeld door sterretjes die bekend zijn geworden in televisieseries van Disney, in een voice-over allerlei diepzinnigheden, bijna als in een film van Terrence Malick, zoals: ‘This wasn’t the dream, it can’t end this way’ of: ‘This is the most spiritual place I’ve ever been to.’ Dit zeggen ze zonder ironie, maar in de context van de film krijgen deze fluisteringen een paradoxale betekenis.

Uiteindelijk gaat Spring Breakers over de beweging van onschuld en oppervlakte naar een staat van bezieling, en verbeeldt het werk de dood van het goddelijke, archetypische kind dat alleen maar kan of wil lachen, en dat weigert ook maar een ons gewicht aan zijn glinsterende werkelijkheid toe te kennen. Korine heeft hiermee een chaotische film gemaakt waarin een tsunami van nihilisme over ons heen spoelt. Inderdaad, fucking inspiring.

Te zien vanaf 11 april