Popmuziek: Slowthai

Focus

Slowthai © Crowns & Owls

De 26-jarige Britse rapper Slowthai was heel even de geuzenheld van progressief Groot-Brittannië toen hij in 2019 tijdens de uitreiking van de Mercury Prize optrad met een ‘Fuck Boris’-shirt. Hij had overigens ook een afgehakt hoofd in zijn hoofd, dat op Boris Johnson leek. Een paar maanden later was hij die verzetsheldenstatus weer kwijt toen hij zich seksistisch uitliet tijdens de uitreiking van de NME Awards.

Dat Slowthai zelf voor al die belangrijke muziekprijzen was genomineerd mag geen verbazing wekken: zijn debuutalbum Nothing Great About Britain (2019) is een van de opwindendste hiphopalbums van de laatste jaren, en de stuiterende single Doorman had de energie van een punknummer.

Ook de opvolger TYRON bestaat uit twee afgebakende delen: de eerste zeven nummers hebben titels in hoofdletters, en zo klinken de nummers dan ook. De tweede helft, ook bestaande uit zeven nummers maar dan met titels in onderkast, is veel rustiger van aanpak, en tekstueel introspectiever. Veelzeggend zijn ook de gasten: in de eerste helft collega-rappers Skepta en A$AP Rocky, rappers die je uitnodigt voor een feest. In de tweede helft James Blake: de man die je eerder uitnodigt voor de afterparty.

Het werkt allebei. Slowthai de Opzweper doet niet onder voor Slowthai de Bedachtzame. De beat in ‘MAZZA’ dreunt de ramen uit hun sponning, terwijl de bravoure in ‘DEAD’, waarin hij even vrolijk verwijst naar Friedrich Nietzsche als naar Harry Potter, onweerstaanbaar is. Slowthai is in de eerste helft de gecancelde rapper (zonder al te ondraaglijk veel zelfmedelijden, overigens) die worstelt met focus, door zijn adhd, zijn zwak voor drugs en de dag en nacht afleidende ruis op sociale media. Na ‘PLAY WITH FIRE’ gaat het tempo omlaag, en valt Slowthai in een ballad, en lijkt hij meer op de jonge, Britse versie van verhalenvertellers als Jay-Z en Nas dan op de rampestamper uit de vorige zeven nummers. ‘Life got me in a headlock, back and forth like a hockey puck/ Always wanted muscles, lack of strength made me headstrong’, zingt hij hier.

Sterk hierna zijn ook ‘terms’ en ‘push’, samen met de Amerikaanse singer-songwriter Deb Never. Het zijn nummers waarin de flair van Slowthai perfect in een warm melodieus bad past, waardoor hij doet denken aan het beste ingetogen werk van The Streets, in enkele opzichten zijn voorganger. Het daaropvolgende ‘nhs’ is een ode aan wrijving: ‘All the best shit’s got scratches on the surface/ What’s a flight without turbulence?/ A life without circumstance?/ Boxing without another stance?/ Country with no coat of arms?/ Estate with no dogs that bark?/ A club with no cunts who laugh at people tryna have a laugh?/ What’s life if we all get along?’

De adhd waar hij al een paar keer naar heeft verwezen, krijgt een eigen nummer in het slot, waarin hij de lichamelijke en geestelijke gevolgen bezingt. Mooie vondst in de vorm: in dit adhd-nummer rapt Slowthai kalmer dan waar dan ook.


Slowthai, TYRON