Fokker heeft nog weinig reden tot feestvreugde

Daf wordt opgekocht door de Amerikaanse vrachtwagenbouwer Paccar, Fokker wellicht door het Koreaanse Samsung. De verzamelde Daf-werknemers keken op zijn zachtst gezegd afwachtend bij de mooie woorden van hun baas Cor Baan.

Geef ze eens ongelijk: hebben ze diezelfde mooie woorden uit diezelfde mond en op diezelfde plek niet ook gehoord toen Baan in 1987 de overname van British Leyland aankondigde? Woorden die drie jaar terug uitdraaiden op de bijna-ondergang van het bedrijf?
Heel wat opgeluchter zullen de Fokker-werknemers kijken als de curatoren hun komen vertellen dat de deal met Samsung rond is. Toch hebben de vrachtwagenbouwers waarschijnlijk meer reden tot vreugde dan hun collega’s in de vliegtuigbranche.
In feite kampen beide troetelkinderen van de nationale industrie met hetzelfde probleem. Ze werken op markten met een hevige internationale concurrentie. Als het met de economie even tegenzit, zakken die markten onmiddellijk in, waardoor het voortbestaan van de bedrijven in gevaar komt, plus dat van de hele infrastructuur eromheen. Het gevolg daarvan was een voortdurende schaalvergroting. Wereldwijd zijn er op die manier verbindingen tussen de belangrijkste producenten ontstaan. Zo zijn drie van de grootste Amerikaanse vrachtwagenfabrikanten - Freightliner, Mack en General Motors - in handen van Europese bedrijven, respectievelijk Mercedes, Renault en Volvo. Die samenwerking blijkt over en weer lucratief. De belangrijkste oorzaak daarvan is dat de Amerikaanse en Europese vrachtwagenmarkt gescheiden zijn. Zware trucks uit Europa rijden niet op de Amerikaanse wegen en omgekeerd evenmin. Met andere woorden, Daf kan wel profiteren van de grotere schaal, maar hoeft niet te vrezen dat Paccar de Daf in eigen land zal gaan bouwen of het dealer-netwerk in Europa wil gebruiken om hier Amerikaanse Peterbilts te slijten.
Lijken daarmee de kansen op het voortbestaan van Daf als zelfstandige truckbouwer te zijn toegenomen, heel anders is dat voor Fokker. Van gescheiden markten is geen sprake. Op het punt van schaalvergroting hebben de Koreanen ook niet veel te bieden. Samsung is een conglomeraat van allerlei activiteiten. Het concern verdient vooral geld met de produktie van geheugenchips, maar is bezig zich op allerlei nieuwe markten te begeven, waaronder die van vliegtuigen. Om op die laatste markt een kans te hebben, moeten zij in eigen land - want tegen lage loonkosten - vliegtuigen gaan bouwen. Maar daarvoor moeten zij op zoek naar een bedrijf van wie zij het kunstje kunnen afkijken. Dat zou Fokker kunnen zijn. Nu zouden er voor de Koreanen best argumenten kunnen zijn een Europese produktievestiging te handhaven. Bijvoorbeeld omdat de vliegtuigmarkt nog lange tijd vooral een westerse markt zal zijn en het handig is op die markt aanwezig te zijn. Maar daarvan is tot nu toe niets gebleken. Het Koreaanse bedrijf wil niet garanderen dat een nieuw toestel in Nederland gebouwd gaat worden. En dat laatste is in feite de enige steekhoudende reden om overheidsgeld in die overname te stoppen.