Fonteinen

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: Lonely Planet zet Friesland op plaats drie van ‘onbekende paradijzen’.

Lonely Planet zet Friesland op plaats drie van ‘onbekende paradijzen’. Ze maken zulke lijsten jaarlijks, dus je komt uiteindelijk altijd aan de beurt, volgens een scepticus op de radio, maar toch is het mooi meegenomen als middenklas-Europa, -VS en -Azië met gids in de hand langskomen. Althans, voor wie profiteert. Wie Giethoorn voor de geest haalt beseft dat zij/hij weg moet wezen en verkoopt gunstig maar met zielenpijn aan wie kansen ziet. ‘De planeet’ prees onder meer het landschap, uitgerekend op het moment dat daar volgens wandelaar Caspar Janssen in de Volkskrant weinig meer van over is dan een van kruiden, bloemen, insecten en vogels bevrijde raaigrasvlakte: ‘eenzaam stuk planeet’, inderdaad. Een jongedame die vanuit haar professie jubelde over de eervolle vermelding rechtvaardigde die in het Journaal met de vraag: ‘Waar heb je nog stranden zomaar voor jezelf?’ Dankzij haar en haar pr-machine binnenkort niet meer dus. Zij wordt voor deze werving nog betaald, maar wat bezielt die halve zolen die in interviews hun favoriete, niet door toeristen ontdekte, plekjes gratis delen? (Ik was na jaren met een vriend in De Engelse Reet oftewel De Pilsener Club, waar we vroeger met een clubje rustig leven en letteren doornamen. Meestal bij het tafeltje aan het raam waar Josef Roth ook al ongestoord werkte en dronk, als hij de reuring van De Pool en Scheltema even wilde ontlopen – een koperen plaatje eert hem. Roth zou hebben gewalgd: de ruimte nog nagenoeg gelijk aan 1936, en godlof geen muziek, maar de teringherrie van Engelsen en vooral Spaanse jongeren was niet te harden. De begripvolle ober zei bij het vervroegd afrekenen dat het gelukkig niet altijd zo was, maar dat zijn jongere collega juist genoot van nieuwsoortige ophef en vertier. Gidsen, internet, massatoerisme en jeugd beroven een oude mens van zijn laatste veilige plekken. Rest slechts Welling – dat ik hierbij dringend afraad aan ieder jonger dan 65, want die vind je er nauwelijks.)

Friesland dus, dat toch al aandacht trekt dankzij Leeuwarden Europese Culturele Hoofdstad. Een initiatief dat gans de provincie mee wil opstoten en dat Anna Tilroe (vermaard kunstcritica, schrijver, denker en buitengewoon hoogleraar) vroeg om een groots cultuurproject. Ze peinsde en ‘opeens wist ik het: het moeten elf fonteinen worden’. In de elf steden. Te ontwerpen door elf internationaal vermaarde kunstenaars of -koppels. Als daar een driedelige documentaire over wordt gemaakt – en dat is gebeurd door Roel van Dalen – dan is níet kijken geen keuze, want wat is spannender dan plannen en ontwerpen voor grote, opvallende kunstobjecten die geplaatst gaan worden in de kleinschalige ‘backyard’ van kleine luiden? En niet voor de duur van een zomer maar permanent. Bloedmooie stadjes zijn het, wier schoonheid wortelt in geconserveerd verleden en die nu verrijkt gaan worden met moderne, nee, modernste kunst. Geschenken aan een bevolking die daar in meerderheid weinig van weet en mee heeft, als ze er al niet een aperte weerzin tegen koestert – oftewel, die er niet om gevraagd heeft. Een gewaagd plan dus, dat alleen kon doorgaan bij voldoende draagkracht onder de bevolking.
Het werd een vijfjarige oorlog die Tilroe niet had voorzien, wat rijkelijk naïef is. Je kunt dat deels wijten aan de bubbel waarin de kunstwereld leeft, die kennelijk weinig tot geen benul heeft van de bubbel van dorpeling en kleinstedeling. Massacommunicatie mag alles bij elkaar lijken te brengen, de tegenstellingen blijven gigantisch; sterker, ze nemen toe zoals we hier in Friesland kunnen waarnemen, wat nog flauwe afspiegeling is van wat zich mondiaal afspeelt. Dan is dit project spannend en veilig tegelijk om naar te kijken, omdat er geen bloed vloeit. En er regelmatig te lachen valt.

‘Dear Anna, I want to be part of your dream’, mailt een kunstenares, wat bemoedigend is in die eerste fase waarin Tilroe aan een elftal wereldtoppers moet zien te komen. Daar lijkt het probleem überhaupt niet te liggen: zij is bekend in die kringen vanwege grote liefde voor kunst en makers daarvan, vanwege diepgaande kennis ook en dus zal het zelfs eervol zijn door haar uitverkoren te worden. Over honoraria komen we weinig tot niets te weten, maar een criticaster zegt dat het op ware grootte op triplex uitzagen van de twee heraldische leeuwen die Cornelia Parker in Workum wil laten verrijzen toch klein geld zou zijn geweest op een project van 2,5 miljoen (de fonteincommissie probeerde de hoogte van de dieren = de fontein te bepalen door het stapelen van kartonnen dozen op de beoogde plek, wat inderdaad behoorlijk knullig is en bepaald geen indruk geeft van hoe leeuwen er daar uitzien).
Die elf commissies, bestaand uit bewoners, zijn, hoewel soms licht kritisch (in Hindeloopen wordt Shen Yuan, Chinees-Franse beeldhouwer en installatiekunstenaar, door hen rondgeleid langs de vier door de bevolking aangewezen mogelijke locaties en krijgt ze te horen dat het wel een waterkunstwerk mag worden maar geen fontein, want dat geluid zou storend zijn voor de bewoners – en, o ja, het moet wel over de geschiedenis van het stadje gaan) toch overwegend solidair met het initiatief, Tilroe en ‘hun’ kunstenaar.
In het eerste deel, Het visioen, zondag uitgezonden, werden plan, dromen en bezwaren geëxposeerd, wat voldoende wrijving opleverde voor nieuwsgierigheid naar het vervolg. Neem Stavoren waar Mark Dion (VS) een fantasievis voorstelt met wijd geopende bek en een ring op de tong (vrouwtje van Stavoren immers). Het mag dan fantasie zijn, maar iemand stelt vast dat het dier toch echt op de kabeljauw is geïnspireerd en helaas, daar visten ze in Stavoren niet op – als het nou ansjovis was. Als de commissie met Dion aan tafel gaat zegt een nonconformistisch lid dat hij heeft begrepen dat de kunstenaar geschokt was toen hij hoorde dat iemand zijn ontwerp met Disney associeerde. Maar daar is hij zelf het niet mee eens: hij denkt eerder aan de Efteling, een Nederlands pretpark dat veel minder kitschachtig is. Dion lijkt niet echt gelukkig met deze steun.
Buiten de commissie bevindt zich een veel geduchter tegenstander. De visboer van Stavoren, die afbeeldingen van vissen verzamelt en die in zijn winkel neerzet, stelt vast dat Dion bij hem het idee voor de fontein moet hebben opgedaan en toont een beeldje dat inderdaad wat lijkt op het ontwerp: plagiaat. En als dat nou het enige zou zijn: hij neemt Van Dalen mee naar de locatie waar de kabeljauw moet komen en meet daar omtrek en hoogte af. Inderdaad gigantisch. Het VVV-kantoor wordt onzichtbaar, stelt hij vast. In deel 2, De botsing, wordt het volksverzet nog breder.

Maar om wie lach ik nou eigenlijk? In de eerste plaats af en toe om Jan Jaap van der Wal, die een conference houdt voor een groep direct betrokkenen onder wie Tilroe, waarvan stukjes door de documentaire heen zijn gesneden. Hij verwerkt daarin veel situaties die wij in de film zien voorbijkomen, dus hij zag kennelijk Van Dalens materiaal. En hij neemt zowel de Frieslandvreemde kunstelite als de nuchtere Friezen op de hak: allemaal familie immers van cultuurvernietiger Halbe Zijlstra. Net als hij lach ik om beide partijen. Maar ook om mezelf. Want ik mag dan niet bij het kunstgilde horen, ik loop toch af en toe door musea, word soms geraakt door eigentijds werk maar kan er even vaak absoluut geen chocola van maken – wat ik uiteraard als Groene-medewerker krampachtig verberg voor Fuchs, Kleijn en Van der Lint. Ik ben kortom kunstluis en dito barbaar.
Ik voel mee met Tilroe als ze zegt dat bijna alle grote kunst aanvankelijk weerstand opwekte en dat het zonder visionairen de dood in de pot zou zijn. Maar ik begrijp ook heel goed dat wie een fijn uitzicht had niet blij is met een kolossaal geval voor de deur dat zij/hij nog spuuglelijk vindt ook. Ik moet lachen als een man in Workum in een vloek en een zucht een alternatieve fontein ontwerpt (een grote paplepel, want Workumers worden ‘breibekken’ genoemd) maar vind het weer minder leuk als Anna en Cornelia via Skype daar honend over in een deuk liggen – ik vind Cornelia’s ‘uit het stadswapen bevrijde leeuwen’ ook nogal gezocht. Overigens levert de wrijving onder de Workumse bevolking nog het meeste op: genoemde lepel (die tekening blijft) maar ook een uit piemels opgebouwde fontein, die kritisch commentaar is op grote pikken in maatschappij en kunst die overal overheen pissen – en die door crowdfunding gerealiseerd is.

Deel 3 kon ik nog niet zien: Van Dalen moest er nog de onthulling van afgelopen vrijdag en een evaluatie in verwerken. Uit de krant begrijp ik dat van een ‘happy end’ gesproken kan worden: alle fonteinen zijn er gekomen. Dat is dan toch wel een klein mirakel. Dat ook nog leuke en interessante televisie opleverde. Maar ik heb het bange gevoel dat de fonteinen, bedoeld als plekken om de bevolking letterlijk en figuurlijk samen te brengen, her en der gezorgd hebben voor langdurige verdeeldheid binnen de ‘mienskip’.


Roel van Dalen, 11 Friese fonteinen, NTR, zondagen 20, 27 mei en 3 juni, NPO 2, 20.15 uur.