Fop-Jezus

Nederlandstalige popsterren als religieus glijmiddel. Ik vrees voor 4 en 5 mei.

Of ik The Passion had gezien, vroeg mijn vader.

‘Een soort moderne Matthäus toch?’

‘Een passiespel’, zei hij. ‘Maar met moderne Nederlandstalige liedjes.’ Hij keek er bedenkelijk bij.

Omdat ik dacht dat hij het niet helemaal scherp had, zocht ik later de website van The Passion op (waarom niet De Passie, heet Jezus nu ook Djeezus?): nummers van Marco Borsato, De Dijk, Guus Meeuwis. Zelfs Frank Boeijen kwam voorbij met het larmoyantste liedje aller tijden.

Het zal geloven in een nieuw jasje zijn, maar ik denk beatmis 2.0, en als dat klopt is het binnenkort gedaan met het geloof. Per slot van rekening kwam de secularisatie pas echt op gang toen pastoors en dominees de jeugd lokten met gitaar en tamboerijn en de boodschap werd samengevat in zoiets lichtverteerbaars als ‘Jesus is just alright with me’.

‘A spoonful of sugar helps the medicine go down’, zong M. Poppins, en dat is een waarheid als een koe. Maar als je het paasverhaal zoet maakt met populaire Nederlandstalige liedjes krijg je een antiracistische, natuurbewuste hipster-Jezus (baard! birkenstock!) die zelfs leuk is voor wie nooit een letter OT of NT heeft gelezen. En of dat nog iets met het christendom te maken heeft… Maar ik ben geen christen, dus laat duizend bloemen bloeien.

Dat gehannes met Nederlandstalige popsterren als religieus glijmiddel doet me denken aan de manier waarop Scientology gebruik maakt van Hollywood-beroemdheden. En als iets huiveringwekkend is…

Ik ben geen christen, dus laat duizend bloemen bloeien

Ik heb Going Clear, de nieuwe documentaire over Scientology, niet gezien. Een eerdere bbc-documentaire zag ik wel en bovendien heb ik in de jaren negentig persoonlijk kennisgemaakt met de enige kerk ter wereld die geloofsartikelen als trade secret bestempelt. Ik had mij in een lezing vrolijk gemaakt over het sciencefictionverhaal dat Scientology heet en had nog geen dag later een mevrouw van de kerk met de bedrijfsgeheimen aan de telefoon. En nog een keer en nog een keer. Er werd een beetje gedreigd met rechtszaken, ik zei dat ik daar wel zin in had. Zo ging het een tijdje, totdat men het opgaf en mij, ik neem aan bij wijze van zoenoffer, een in fluweel gebonden, genummerde en gesigneerde editie stuurde van een boek van oprichter en bedenker Hubbard. Ik heb moeite gedaan om het te lezen, maar dat lukte niet, en toen ik ging verhuizen belandde het op de stapel ‘Kan weg’. Daar heb ik spijt van. Ergens in Nederland woont een vuilnisman die misschien door mij bij Scientology terecht is gekomen.

Er is weinig liefde tussen mij en Scientology, maar ik word een beetje huiverig als ik op internet lijstjes zie met mensen die lid zijn. Misschien ben ik wat overgevoelig, omdat ik mijzelf wel eens op lijsten zie waarin stormfrontachtige types ‘joden in de media’ verzamelen.

Als iemand wil geloven in buitenaardse prinsen die het leven op aarde hebben gebracht, moet hij dat vooral doen. Ik vind het raar, maar dat vind ik ook van de Church of the Flying Spaghetti Monster, wier leden zich pastafarians noemen en met een vergiet op hun hoofd in het rijbewijs willen. De pastafarians willen van de vrijdag een nationale feestdag maken (want bijna weekend) en bepleiten de inname van bier. Ze zijn tegen creationisme en intelligent design. Raar, maar grappig. En dat kun je dan weer niet van scientologen zeggen. Die zijn net zo ongevoelig voor humor als gevoelig voor kritiek.

Inmiddels werd The Passion een affaire. Deelnemende artiesten mochten de nummers die ze zongen van de Mediawet niet uitbrengen, want The Passion is gemaakt met publiek geld. Onder druk van artiesten (Telegraaf) en publiek (internet) gingen de wijzen van het Commissariaat voor de Media later door de knieën en nu mag het, als er maar niet wordt verwezen naar The Passion. Niemand, natuurlijk, die de nieuwe plaat van Jeroen van Koningsbrugge in verband brengt met wat hij in The Passion zong.

Arme Jezus, weer helemaal in handen van instituties en middenstand. Je kunt overigens zeggen wat je wilt, zelfs postuum weet hij schijnheiligheid nog altijd te ontmaskeren. Die van de tollenaars van de EO, die hun heiland verpakken in de mantel van de onoprechtheid van de commerciële artiest die geen sjoege heeft van het paasverhaal. Samengevat in de paasexegese van Jeroen van der Boom: ‘Dat verraad op het laatste moment door Petrus, dat past niet bij mij. Ik zou dat nooit doen. Als er echt shit is, dan leg ik alles plat en sta ik voor je deur.’

Boeien.

Tommy Wieringa had ongelijk toen hij een column over het spektakel afsloot met: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’ Ze weten het wel, de stroopsmeerders van de EO die zingende middenstanders een fop-Jezus laat verkopen, en de zangers en zangeressen zelf voor wie Djeezus vooral heil brengt voor imago en kassa.

Ik vrees voor 4 en 5 mei. Bevrijdingsdag is nu al gereduceerd tot een vaag soort ‘vrijheid is best tof, weetjewel’, en het enige wat daarvan in het nieuws komt is welke artiest de meeste helikopterkilometers aflegt van het ene door biermerken gesponsorde festival naar het andere. Als mijn fijne neus voor extrapolatie mij niet bedriegt is 4 mei binnenkort aan de beurt. Een holocaustmusical, met Nederlandstalige artiesten in streepjespyjama’s. Misschien kunnen de vaderlandse artiesten vast Mel Brooks’ Springtime for Hitler instuderen.