Fopkennis van Voltaire

In de laatste Charlie Hebdo staat een tekening met ‘de balans van de dagen erna’. Met onder de voordelen: Madonna die Charlie steunt door haar slipje uit te trekken.

Onder die plussen zou je ook het feit kunnen scharen dat het werk van Voltaire de Franse boekwinkels uit schijnt te vliegen. Vermoedelijk speelt dat bekende, tot vervelens toe aangehaalde citaat een rol: ‘Ik verafschuw wat u zegt, maar zal uw recht het te zeggen met mijn leven verdedigen.’

Steeds als iemand het citaat aanhaalt (en steeds weer is de formulering net weer wat anders) is het alsof hij nog wekelijks langs de folianten struint om te verifiëren hoe die achttiende-eeuwse Fransen ook al weer dachten.

De uitspraak is apocrief, met maar één Voltaire-biografe als bron, maar Voltaire had het kúnnen zeggen, of misschien wel moeten zeggen. ‘Ik verafschuwde de cartoons tegen Mohammed en heb het recht van Charlie Hebdo om ze te tekenen tot aan mijn dood verdedigd.’ Dat zei de moslimpolitieman die in Parijs voor het redactiegebouw werd doodgeschoten. Of althans, hij had het kunnen zeggen, of misschien wel moeten zeggen.

Onwillekeurig ben ik me gaan afvragen: stel dat de Allah Akbarrende beulen straks in Woudsend of Hoofddorp de goddelijke bevelen van hun barmhartige profeet komen opvolgen, rennen wij dan massaal naar de boekwinkel voor de Ideën van Multatuli? Nee, niet heel waarschijnlijk. We hebben niet zo’n cultuur als de Fransen, bij wie bijvoorbeeld onmiddellijk een boekenkatern gevuld met reacties van prominente schrijvers op de aanslag verscheen.

Op 6 maart 2002 trok Boudewijn Büch in de uitzending van Barend Van Dorp het dodenmasker van Voltaire te voorschijn. ‘Uit mijn persoonlijke collectie dodenmaskers’, meldde hij trots. Het was de dag dat Pim Fortuyn de gemeenteraadsverkiezingen won, tevens de dag van het historische debat met Ad Melkert. Boven het dodenmasker (dat opvallend breed grijnsde) haalde Büch het bekende citaat weer aan. Pim gebruikte het namelijk ook te pas en te onpas. En Büch had het hele verzameld werk van Voltaire gelezen, alle 63 delen, alle correspondentie, en het citaat niet gevonden. ‘Als iemand een citaat gebruikt in Nederland is dat altijd fopkennis. Het is pseudo-intellectualiteit.’

Onze geroemde tolerantie komt natuurlijk ook uit ­opportunisme voort

Ik heb het complete werk van Voltaire niet in mijn kast staan, maar kon toch ook in het hele Je suis Charlie-gewoel niet achterblijven. Als intellectuele daad tegen de terreur trok ik dus het enige boekje te voorschijn dat ik over Voltaire kon vinden. Voltaire, Help! heet het toepasselijk, en het is in 1995 geschreven door France Guwy.

Een schot in de roos. Voltaire is een paar keer in Nederland geweest, het land van de persvrijheid, het land waar in de Gouden Eeuw alle verboden boeken op aarde van de persen rolden. Die Voltaire moet zich hier als een vis in het water hebben gevoeld. Dat viel wat tegen. Hij schreef: ‘Het is niet zo dat de Bataven boeken kunnen schrijven. Toen ze in de gaten kregen dat lezen een nieuwe behoefte werd van de menselijke soort, werden ze de makelaars van onze gedachten, zoals ze al de makelaars van onze wijnen waren. Gezien ze de makelaars zijn van de wereld, verkopen ze zowel de geest als de eetwaren van een andere natie.’

Dat is precies wat Boudewijn Büch bij Fortuyn zag: fopkennis, de vermeende gedachten van anderen te gelde maken, mercantiel opportunisme. Onze geroemde tolerantie komt natuurlijk ook uit opportunisme voort. Terwijl andere kolonialisten druk bezig waren de inboorlingen van hun nieuwe werelden te bekeren mochten ze van ons gewoon hun kralen en totempalen blijven aanbidden, als er maar poen viel te verdienen. Dat is een van de redenen dat onze VOC zo succesvol kon zijn.

Dat is waarom verschillende bedrijven die zaken doen met Jordanië in 2008 een advertentie plaatsten waarin ze afstand namen van de anti-islamfilm Fitna van Geert Wilders. ‘Je kunt geen zaken doen als je de geloofsovertuiging van een ander niet respecteert’, zei een Nederlandse worstenmaker. Voltaire’s blik op de Nederlanders is nog altijd actueel. We maken de persvrijheid te gelde als het ons uitkomt, en zodra er handelsbelangen op het spel staan zwijgen we beleefd, we moeten tenslotte respect hebben.

Nogmaals Voltaire: ‘In Amsterdam maakt men zich drukker om een vracht peper dan om de paradoxen van Rousseau.’

De Britse kranten waren terughoudend met het tonen van de Mohammed-cartoonvoorpagina. Ook een zeevarende, pragmatische mogendheid. Al gingen ze niet zo ver als de Amerikanen, die in paniek raakten toen het plaatje in beeld dreigde te komen, alsof er een pijpscène in Sesamstraat getoond ging worden.

Ik heb wel eens de indruk dat hoe zuidelijker je komt in Europa, hoe principiëler en gevoeliger voor eer de bevolking wordt. Om nog maar eens Voltaire aan te halen: ‘Daar waar men in Holland vraagt hoeveel ton, vraagt men in Frankrijk: staat hij goed aangeschreven aan het hof?’