Fopspeen

De PvdA neigt naar meer macht voor Europa, de VVD naar minder. Als de burger straks maar weet wat de praktische gevolgen zijn.

Kort na de verkiezingen kreeg demissionair staatssecretaris voor Europese Zaken, de cda’er Ben Knapen, de vraag of zijn opvolger het makkelijker zou krijgen dan hij het had gehad. Dat makkelijker sloeg op het niet opnieuw gaan regeren met de gedoogsteun van de anti-Europese pvv van Geert Wilders, zoals het eerste kabinet onder leiding van vvd’er Mark Rutte wél heeft gedaan.

Wat Knapen antwoordde, wordt nog wel eens vergeten als het over de Europese Unie gaat: dat het Europa-beleid van het nu demissio­naire kabinet-Rutte twee jaar lang vorm heeft gekregen met de steun van de welhaast zekere nieuwe coalitiepartner van de vvd, de pvda, en daarnaast met die van d66. Met de gedoog­partner had het minderheidskabinet van vvd en cda geen afspraken gemaakt over Europa.

Stelde de Nederlandse regering zich onder invloed van de pvv in de afgelopen twee jaar dan niet anders op tegenover Europa? Een toeschouwer, ook of misschien zelfs wel vooral een buitenlandse toeschouwer, is geneigd de kleur van de omgeving mee te nemen in zijn oordeel over een persoon. Denigrerende uitspraken van Rutte zelf of van zijn cda-minister van Financiën, Jan Kees de Jager, over zuidelijke landen die kampen met grote overheidsschulden, werden uitgelegd als het apaiseren van de pvv én van kiezers die geneigd zijn te denken over de euro en Europa zoals de pvv doet. Was het dat ook of bezigt de huidige generatie politici vooral een andere taal dan hun voorgangers?

Van een opmerkelijke inhoudelijke trendbreuk bij het aantreden van het kabinet-Rutte waar het de euro en Europa betreft, kun je namelijk niet spreken. Streng op de centen en op het naleven van afspraken was Nederland ook daarvoor al. Toen zowel Duitsland als Frankrijk begin deze eeuw geen boete kreeg, terwijl ze die volgens de Europese regels wel verdienden omdat ze de norm voor het overheidstekort hadden overschreden, was het Nederland dat naar het Europese Hof stapte. Dat werd toenmalig vvd-minister van Financiën, Gerrit Zalm, door diplomaten en door de betreffende landen niet in dank afgenomen. Ook toen was er dus al buitenlandse kritiek, net als nu, op het Nederlandse gebrek aan gevoel voor diplomatieke mores en op de Nederlandse strengheid. Terwijl er toen nog van geen pvv sprake was. Wilders was zelfs nog lid van de vvd.

Destijds was er ook nog geen sprake van een eurocrisis. Inmiddels tobben de eurolanden daar al enkele jaren mee. Europese top na Europese top moeten regeringsleiders of staatshoofden beslissingen nemen die verder gaan dan de vraag of een euroland met een te hoog overheidstekort een boete moet betalen. Onder druk van de crisis worden stappen gezet die leiden tot… En dat is dus de grote vraag, leiden tot wat?

De stap die op de Europese top van vorige week is gezet, is die richting een bankenunie. Daarvoor moet nu eerst het juridisch raamwerk komen, daarna wordt het Europese toezicht op de banken, ook die in Nederland, dan in praktijk gebracht. De Nederlandse inzet op de top van vorige week zou je als vertrouwd kunnen typeren: zo streng mogelijk. Dus nu niet snel een bankenunie om de Spaanse overheid te helpen hun noodlijdende banken met Europees geld te redden.

Rutte verdedigde die opstelling met een verwijzing naar de snelle invoering van de Europese Monetaire Unie: als de eurolanden daar twintig jaar geleden langer over hadden doorgedacht, was ze nu veel ellende bespaard gebleven. Dan waren ze er óf niet aan begonnen óf ze hadden toen al veel verder gaande stappen genomen richting een begrotingsunie of mogelijk een politieke unie.

Na afloop van de recente top werd Rutte gevraagd of er niet stiekem werd getimmerd aan een politieke unie. Hij zei geen ja, maar ook geen nee. Hij noemde daarentegen de term politieke unie een fopspeen. Volgens hem zuigt iedereen eraan en komt er geen smaak meer uit. Oftewel: iedereen verstaat er wat anders onder. Dat is binnen Nederland al zo, laat staan als je daar politici uit de overige eurolanden bij haalt.

Welke bevoegdheden hebben landen in een politieke unie zelf nog en wat dragen ze over? Komt er een sterkere Europese regering? Wordt dat een gekozen Europese Commissie, gecontroleerd door het Europees Parlement? Of komt het zwaartepunt te liggen bij de Europese raad van ministers, dus bij de lidstaten, en hoe worden de nationale parlementen daar dan bij betrokken?

De vvd tendeert naar het laatste, de pvda meer naar het eerste. De vvd zegt steevast geen behoefte te hebben aan vage vergezichten. De pvda gebruikt dat soort woorden niet, maar schetst zelf ook geen vergezicht. Als je echter stap na stap zet, komt een vergezicht uiteindelijk dichterbij en wordt het scherper. Dus ontkom je er niet aan na te denken over bij welk vergezicht je uit wilt komen. Dat je die uitkomst stap voor stap wilt benaderen, voorkomt wel dat te gemakkelijk over praktische zaken heen wordt gestapt, kan laten zien wat verdere Europese integratie concreet inhoudt en maakt bijsturen mogelijk.

Aan een nieuwe bewindspersoon voor Europese Zaken moet dus niet de vraag worden gesteld of er stiekem aan een politieke unie wordt gewerkt. Dat leidt maar tot fopspeen­antwoorden. Maar wel welk doel het nieuwe kabinet met Europa voor ogen heeft, wat de praktische gevolgen daarvan zijn voor de burger, de kiezer en het Nederlands en het Europees Parlement. Bovenal is belangrijk hoe het nieuwe kabinet ervoor zorgt dat de Nederlandse burger weet dat Brusselse beslissingen mede namens hem zijn genomen. Als Europa dan een werkelijkheid is waar we mee om moeten gaan, zoals dat in Den Haag heet, zorg er dan ook voor dat de burger Europese besluiten als democratisch kan beschouwen.