De onderkant van Europa (9)

Força Portugal

Dat een dode lijsttrekker electoraal gezien geen handicap hoeft te zijn, weet nu ook de Partído Socialista van Portugal. De PS boekte afgelopen zondag bij de Europese verkiezingen de grootste overwinning sinds jaren. De partij behaalde 44 procent van de stemmen, goed voor twaalf zetels in het Europarlement. De coalitie Força Portugal van de regeringspartijen PSD en PP kwam niet verder dan negen zetels. De socialistische overwinning kwam drie dagen na de tragische dood van Europees lijsttrekker António Sousa Franco. De 61-jarige lijsttrekker, een hoogleraar uit Coimbra die zich de afgelopen weken als een behendige en charismatische campaigner had laten kennen, bezweek na een werkbezoek aan een hartaanval. Het gebeurde nadat hij een bezoek had gebracht aan de markt van Matosinhos bij Porto, een traditionele pleisterplaats tijdens campagnes van de PS. Twee rivaliserende plaatselijke politici van de PS hadden daar beiden een grote menigte op de been gebracht, die zorgden voor een hectische, bijna vijandige atmosfeer. Sousa Franco raakte tijdens zijn bezoek in de verdrukking en kon ternauwernood naar zijn auto worden gebracht. Enige minuten later overleed hij in de auto op weg naar het ziekenhuis aan een hartstilstand. PS-partijleider Ferro Rodrigues sprak van «walgelijke toestanden» en stelde een levenslang verbod op het uitoefenen van partijfuncties in het vooruitzicht voor de twee socialistische kemphanen van Matosinhos die voor de dood van Sousa Franco verantwoordelijk werden gesteld. Later werd bekend dat Sousa Franco kort voor zijn bezoek aan Mato sinhos al een waarschuwing had gekregen dat er «iets vreemds» op til was op de marktplaats. Typerend voor de gecompliceerde politieke verhoudingen in Portugal deden na de dood van Sousa Franco direct de nodige complottheorieën de ronde over rechtse agitatie die ten grondslag zou liggen aan de tragedie.

Direct na de dood van de lijsttrekker — die eerder actief was als minister van Economie — werd de campagne voor de verkiezingen stilgelegd. Alleen de Partido Popular Monarquico (PPM), de piepkleine splinter die streeft naar het herstel van de koninklijke macht van de hertog van Bragança, hield zich niet aan het protocol. De partij stuurde een pers bericht de wereld in met als strekking dat Sousa Franco zelf verantwoordelijk was voor zijn dood door zijn gezondheid te riskeren in de hectische campagne. Volgens de PPM was de dood van Sousa Franco het mooiste geschenk dat de politicus zijn partij had kunnen geven: de socialisten zouden electoraal profiteren van de collectieve rouw om de populaire politicus.

Die laatste voorspelling kwam in ieder geval uit. De nederlaag van de rechtse coalitie — die zich nadrukkelijk door Berlusconi’s Forza Italia liet inspireren — kent sinds 25 april 1974 geen precedent in de politieke geschiedenis van Portugal. De socialisten herstelden zich op miraculeuze wijze van de crisis die hun partij de afgelopen jaren in de greep had, met als dieptepunt de arrestatie vorig jaar van woordvoerder Paulo Pedroso als hoofdverdachte in het pedo-schandaal rondom weeshuis Casa Pia. Pedroso werd na negen maanden preventieve hechtenis onlangs van alle blaam gezuiverd, en wellicht was dat ook een factor bij de magische herrijzenis van de door Mario Soares opgerichte PS.

De coalitiepartners van Força Portugal gaven de schuld van de socialistische overwinning aan de lage opkomst bij de verkiezingen: 61,2 procent van de Portugese stem gerechtigden kwam zondag niet opdagen. Daarnaast speelde volgens analisten ook de tragische afgang van de nationale voetbal selectie tegen de Grieken een rol. De Portugese voetballers werden zaterdag het slachtoffer van een Trojaanse slachtpartij. Het bevestigde bij veel Portugezen het idee dat er iets structureel fout zit in hun land, dat nu al twee jaar van crisis naar crisis strompelt. In de woorden van commentator Miguel Sousa Tavares in O Público: «Força Portugal heeft hetzelfde probleem als het team van Scolari: het hangt aan draadjes bij elkaar.»