Het epicentrum van de moderne kunst

Forse erecties en dode kippen

De Biënnale is geen hoogvlieger. Toch is Venetië deze zomer een paradijs van de beeldende kunst, met dank aan de Vlamingen in de randevenementen. Jan Fabre en Koen Van den Broek presenteren en verrassen. En Jef Geys steelt de show in het Belgisch paviljoen.

NA EEN DAG STRUINEN door de paviljoenen van de Giardini moet je terug naar af om je zintuigen opnieuw op te laden. In het Belgisch paviljoen word je naar de keel gegrepen door de eigenzinnige maar warme wereld van Jef Geys.De Belgische kunstenaar en zijn team gingen op verkenning in vier steden: Villeurbanne, New York, Moskou en Brussel. Ze bakenden vier ‘kwadranten van een vierkante kilometer’ af waarop ze twaalf eetbare en medicinale planten zochten. Daar vonden ze planten die Geys schilderde, tekende, waarover hij aantekeningen maakte. Hij schreef reacties bijeen in een educatief, geordend overzicht van voor medisch gebruik aan te bevelen stedelijke begroeiing. Voor één euro kun je je het Kempens Informatieblad aanschaffen. Hierin vertelt hij uitgebreid over de ruim vijftig projecten uit zijn oeuvre.
De tentoonstelling van Jef Geys roept heftige reacties op. Is hij wel een beeldend kunstenaar? Of eerder een zeurende leraar natuurkunde? Is zijn tentoonstelling wel een tentoonstelling? Op het eerste zicht niet, maar als je je in zijn wereld laat onderdompelen staat je een geweldige trip te wachten. Geys creëert zoals zijn landgenoot Panamarenko een heel nieuw universum. Wie zich eenmaal laat betoveren, beleeft onvergetelijke momenten. Geys wordt niet voor niks ‘de vrolijke saboteur van de Biënnale’ genoemd in het internationaal vermaarde, maar in Vlaanderen uitgegeven kunsttijdschrift <H>ART.
‘Fare Mondi’ luidt het thema van de Biennale di Venezia: ‘Werelden creëren’. Artistiek directeur Daniel Birnbaum bereikt het beste resultaat met dat thema in de Arsenale (het immense gebouw van de Biënnale waar vroeger scheepstouwen werden gemaakt). Maar in plaats van hier de jonge bijen te laten gonzen, zocht hij vertrouwen bij de oudere kunstenaars. Denk aan de kapotte ruiten van Michelangelo Pistoletto. Indrukwekkend, maar het geeft je het gevoel het allemaal eerder gezien te hebben. Toch is het weer een halve Vlaming die de Arsenale redt. De in Gent wonende Kameroener Pascale Martine Tayou zorgt voor een indrukwekkende installatie met hutten, stro, video’s, schitterende en zeer angstaanjagende voodoo-poppen en diverse andere materialen. Deze overrompelende creatie doet je letterlijk en figuurlijk naar adem happen. Human Being is ronduit een meesterwerk. Alleen jammer dat Tayou al 42 jaar is. Het is toch de bedoeling dat de Arsenale een paviljoen is bestemd voor kunstenaars die zich pas internationaal affirmeren.
Op een van de eilanden naast de Arsenale fascineert vooral de solotentoonstelling van Jan Fabre. De expositie van de gerenommeerde Vlaming werd drie dagen voor de vernissage geopend omdat al te nerveuze kunstbezoekers op de houten poorten klopten. De expositie is begin dit jaar in het Kunsthaus van Bregenz getoond en wordt hier heropgebouwd. Fabre maakte een tentoonstelling die is opgevat als een menselijk lichaam. Een ontdekkingsreis van hoofd tot voeten. Daarenboven pakt Fabre hier met vijf gloednieuwe installaties uit. In Bregenz kreeg hij een heel museum tot zijn beschikking; in Venetië moet hij het stellen met twee immense opslagruimtes.
Fabre’s tentoonstelling heet voluit From the Cellar to the Attic. From the Feet to the Brain. Ze ontvouwt zich volgens de metafoor van het menselijk lichaam, met vijf installaties die respectievelijk de voeten, het geslacht, de buik, het hart en de hersenen evoceren. De bezoeker die klimt naar een kelder komt terecht in een bizarre betonnen bunker. Door het plafond priemen een paar voeten. Een betonnen muur staat op een kier. De rekken tegen de muur liggen vol munitie en in glazen bokalen staan hersenen en organen op sterk water.
De installatie in de kelder is gebaseerd op een maquette of ‘kijkdoos’ van Fabre uit de jaren tachtig. Hij had toen in Antwerpen een groep jonge Chileense kunstenaars leren kennen die illegaal in ons land verbleven. Ze leefden opeengepakt in een kelder van de rosse buurt en kwamen aan de kost als kelner of keukenhulp. Die kelder van de Chilenen, en de sfeer van onwettigheid en dreigend gevaar die hen omgaf, wilde Fabre in de installatie in Venetië weer oproepen. Ook voor de tweede installatie, Fontein van de wereld, greep hij terug naar een maquette uit zijn beginjaren. Op een bed van grafstenen ligt een pop waarin we de twintigjarige Fabre herkennen. Uit zijn jeans steekt een forse erectie en om de vijf minuten spuit daar een sopje uit. Aan de muren van de gaanderijen hangen tekeningen van de jonge Fabre waarin geslachtsdelen en lichaamsvochten hallucinaties oproepen. Ook de tekeningen van 2009 zijn aangrijpend.
Fontein van de wereld past in een oeuvre waarin lichamelijkheid een centraal thema is. Het werk is confronterend en heeft iets exhibitionistisch, maar voor Fabre is het in de eerste plaats een symbool van vitaliteit en overgave aan het leven. Tegelijk verwijst het veld van grafstenen waarop de jonge figuur is uitgestrekt ondubbelzinnig naar de dood. Op de zerken staan namen van insecten. Voor de meeste niet-Nederlandstalige bezoekers creëert Fabre zo indirect nog een vervreemding.
De derde installatie vormt een eerste hoogtepunt in de tentoonstelling. Fabre toont hier een omgekeerde kopie van het veelbesproken keverplafond uit het koninklijk paleis in Brussel. Het glanzende mozaïek van juweelkevers met zijn steeds wisselende tinten van groen, blauw en goud ligt in Venetië schuin op de grond en er is een donkere figuur toegevoegd die in het origineel ontbreekt. Het is een wassen pop van een mishandelde en geslagen neger, liggend op zijn buik en overdekt met wonden en littekens. Het is een plaagstootje naar koning Leopold II, die met veel bloedvergieten Congo inpalmde en er de rijkdom van de Congolese bodem als een ultieme buit ervoer.
Het orgelpunt is te vinden in de laatste hal. Fabre trekt er alle registers open. Een slagveld. Op de grens van dat veld ligt een reusachtig hoofd. Een lilliputter – opnieuw een beeld van Fabre zelf – is met een schop in de hersenen van de reus aan het graven. Het zonderlinge tweetal zit gevangen in een spinnenweb van loopgraven waarmee Fabre de permanente staat van oorlog in het menselijke brein wil oproepen. Het is een overweldigend beeld. Fabre is op zijn best als hij theater en beeldende kunst met elkaar kan combineren. Dan ben je de bevoorrechte getuige van zijn ware talent.

DE PRIJS VOOR het zwakste werk van heel Venetië gaat naar het paviljoen van de Verenigde Arabische Emiraten, want dit superrijke land vond er niks beter op dan de fel omstreden ex-Documenta-curator Cathérine David onder de arm te nemen. Resultaat: een gebanaliseerd toeristisch bureau, dieptepunt van de Biënnale.
De Biënnale barst uit zijn voegen en dat heeft een positief effect. Zo moeten landen die voor het eerst deelnemen hun onderkomen zoeken in de prachtige paleizen van de binnenstad. Maar de pracht en praal van de interieurs kunnen zo domineren dat de wat zwakkere werken hun acte de présence verliezen. En toch kun je ontdekkingen doen. In een randtentoonstelling in de Calle Nuova di San Agnes word je geconfronteerd met het fascinerende werk van de Vlaming Koen Vanmechelen. Hij is al jaar en dag in de weer met kippen. Het is begonnen als een weirdo-verhaal van het kweken van kippen van allerlei soorten, nu verspreid over heel de wereld. Vanmechelens kunst is uitgegroeid tot een curiosum. Koen Vanmechelen is dit jaar actief op drie fronten. Hij creëerde op het eiland van de glasblazers Murano een ‘alchemistische installatie’ met onder meer glazen urnen met as van kippen. Hij promoveerde tevens tot curator van de grote en verrassend mooie tentoonstelling Glasstress. Daar presenteert hij zelf zijn Unicorn, een totaalinstallatie die glas en een broedmachine voor kippen omvat.
Zijn meest in het oog springende realisatie bevindt zich aan de oever van het eiland Certosa. Het gaat om een reusachtige stalen kippenring met een doormeter van zes meter. Op de buitenkant van de ring staan onder meer inscripties die verwijzen naar zijn bekende Cosmopolitan Chicken Project, het kippenkweek- en kruisprogramma waarmee Vanmechelen inmiddels al jaren bezig is. De ring is een ‘landmark’, zichtbaar vanuit de voorbijvarende boottaxi’s en die blijft er minstens voor de duur van de Biënnale. Toch moeten we toegeven dat bij onze terugtocht naar de luchthaven de ‘ring’ iets van zijn aanvankelijke impact verloor. Vanmechelen moet nog scherper de grens trekken tussen kitsch en kunst.
Het belangrijkste nieuws uit Venetië is het feit dat de Franse zakenman en multimiljonair François Pinault (73), topverzamelaar van hedendaagse kunst, twee gigantische, gloednieuwe musea uitbouwde. Hij sloot een verbond met de stad Venetië en gunde zichzelf zijn museum aan de stroom, op een toplocatie: een voormalig douanegebouw pal tegenover San Marco. Het Punta della Dogana wordt ongetwijfeld hét museum van moderne kunst in Italië.
Pinault is een boegbeeld van de Franse economie. Hij maakte fortuin als eigenaar van een indrukwekkend imperium met onder meer Gucci en Yves Saint Laurent en als kunstverzamelaar geldt hij als een onbetwiste smaakmaker. Hij heeft geld, maar hij besteedt dat ook met smaak. In zijn verzameling vind je reeds werk van de Belgen Michaël Borremans en Luc Tuymans. Enkele van hun grote werken zijn prominent vertegenwoordigd in de openingsexpositie Mapping the Studio, die op twee plekken in Venetië te zien is. Het Venetiaanse stadsbestuur heeft intussen begrepen dat er nieuwe projecten nodig zijn. Anders wordt de stad een te stutten openluchtmuseum. Voorlopig is van vernieuwing nog weinig te merken, maar de renovatie van Punta della Dogana door Tadao Ando geldt als een geslaagd voorbeeld. Er is airco, het museum is het hele jaar open en als absoluut topwerk heb je het gruwelkabinet Fucking Hell van Jake & Dinos Chapman, dat liefst negen immense vitrines in beslag neemt.
Wie na dagen zwerven door Venetië geen indigestie heeft van hedendaagse kunst kan best een bezoek brengen aan In Finitum in de Palazzio Fortuny, gelegen in de binnenstad. Hier wordt een klein deel van de immense verzameling van de Belg Axel Vervoordt getoond. Een zeer geslaagde integratie van beeldende kunst in die plek. Jong en klassiek Belgisch talent zijn er evenwichtig gepresenteerd. Rik Wouters tegenover een subliem, schijnbaar onafgewerkt schilderij van Michaël Borremans. Het mooiste werk dat we van deze internationaal geprezen schilder hebben gezien. Alleen al daarvoor is het de moeite om In Finitum te bezoeken. Venetië is deze zomer het epicentrum van de moderne kunst – met dank aan de Vlamingen.

La Biennale di Venezia, 53rd International Art Exhibition, Making Worlds, t/m 22 november