H.J.A. Hofland

Fortuyn-lessen

Zou Nederland nu een netwerk van zesbaanswegen zonder files hebben als zes jaar geleden Pim Fortuyn niet was vermoord maar minister-president geworden? Ik vroeg het me af toen ik in de Volkskrant (5 mei) het interview van Jean-Pierre Geelen met Tomas Ross las. Op het verkeersvraagstuk wordt daar niet nader ingegaan. De auteur meldt dat hij zich ‘rot heeft gelachen toen hij het eerste LPF-kabinet formeerde’. In zijn boek, De marionet, wordt Fortuyn niet vermoord. Zes jaar geleden, op de avond van de zesde mei, zit hij in Leeuwarden te eten met Hans Wiegel. Fortuyn is bang geworden dat hij na zijn fantastische opkomst ‘zijn grote bek moet waarmaken’. Hij vindt de oplossing voor het dilemma: Wiegel wordt premier, dat heeft hij altijd gewild, en hij kan toch erelid van de VVD blijven. Iedereen tevreden.

Ross had dit scenario van Theo van Gogh gehoord, het eerst niet geloofd – want ‘Theo kletste zo veel’ – maar later sprak hij Hans Dijkstal, die wist van de goede contacten tussen Fortuyn en Wiegel. Dijkstal bevestigde een en ander. Dat gaf Ross de overtuiging dat hij verder moest schrijven. Vandaar dit boek, de eerste Nederlandse _what if-_thriller.

Het klinkt overtuigend. Dat Fortuyn terugschrok voor de praktische politieke consequenties van zijn succes is geen nieuws. Zijn vrienden Harry Mens en Albert de Booij hebben dat al kort na de moord verklaard. Het heeft aan de publieke bewondering voor de hervormer geen afbreuk gedaan. Als een generaal zijn troepen tot de hoogste graad van krijgslust opzweept en dan vertrekt, wordt het desertie genoemd. De reputatie van Fortuyn is onkwetsbaar.

Nu gaat het om ‘de lessen van Fortuyn’. De eerste. Na het sterven van het poldermodel gaat het niet goed met de natie. In deze eeuw en ook al in de laatste jaren van de vorige hebben de kabinetten geprobeerd de burgerij te laten wennen aan hemeltergende stagnatie en manifeste mislukkingen: de integratie, de Betuwelijn, de HSL, de Flevolijn, de files, het onderwijs, grote bureaucratische fouten. Je kunt er een zwarte lijst van maken. Dat was zes jaar geleden ook al mogelijk. Het personeel van het oude bestel werd niet meer geloofd.

Fortuyn zag het gapende gat in de politieke markt. Hij kondigde aan dat hij alles recht zou zetten. Daarbij drukte hij zich niet uit in de Haagse taal van de omhaal, maar noemde de dingen bij hun naam. De directe verstaanbaarheid werd zijn waarmerk en de sleutel tot zijn succes. Dat is les twee. Na de moord kwamen de volgelingen van Fortuyn die alles zouden aanpakken volgens zijn gedachtegoed. De brave Mat Herben met in zijn gevolg een onguur gezelschap van rancuneuzen, opportunisten, vastgoedhandelaren, doodstraffers en een paar duidelijke psychopaten. Met zo’n gezelschap wordt het land niet gered. Dat is les drie. Na de zomer van de kogelbrieven volgde de langzame, onvermijdelijke ondergang van de LPF. Een goed onderwerp voor een musical.

Het oude bestel kwam terug, had niets geleerd, ging en gaat op dezelfde voet verder. De gevolgen daarvan zijn ernstiger omdat er (les vier) intussen een nieuw type kiezer is verschenen: niet meer trouw aan de partij en volgzaam, maar eigengereid, veeleisend, ongeduldig en bij gebrek aan politici die hem tevreden stellen in toenemende mate verbitterd. Juist deze verbittering wordt in Den Haag onderschat.

Toch, op de een of andere manier slagen ook de meeste ministers van dit kabinet er telkens weer in te doen alsof hun neus bloedt. De meeste politici zijn in verbaal opzicht krukken. Een verplichte spreekcursus voor iedereen die hier een politieke carrière wil maken zou een goede investering zijn. Steeds meer kiezers verstaan de politiek niet meer. Alleen al daardoor heeft zich langzamerhand een enorme reserve aan ontevredenheid en woede opgehoopt. Een politieke goudmijn.

Het logische gevolg is dat nieuwe aspirant-redders in het gat springen. Wilders is feitelijk niet meer dan een gewone opruier die de wind in de zeilen heeft, of misschien al heeft gehad. Zijn Fitna is een losse flodder gebleken. Het had anders kunnen uitpakken. Verdonk doet het handiger, ze verstaat het vak. Maar om je beloften te vervullen heb je personeel nodig. Heeft ze dat? Wie zullen de kamerleden van TON zijn? Zal de bureaucratie als bij toverslag van mentaliteit veranderen? Nina Brink staat achter haar, met vijftigduizend euro. Een goed begin.

De cijfers van Maurice de Hond en de Politieke Barometer laten zien dat het politieke midden gestaag verder uit elkaar wordt getrokken en nu voor het eerst, met zetels, een minderheid is. Na Fortuyn gloort nu voor het eerst weer de dageraad van de nieuwe redders, de revolutionaire amateurs.