Commentaar: Fortuynesk Turkije

Fortuynesk signaal in Turkije

Ook Turkije kent zijn Fortuyn-effect. Tijdens de parlementsverkiezingen van zondag keerden de kiezers zich massaal af van de gevestigde politiek, die wordt geteisterd door corruptie, nepotisme en incompetentie.
De Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (ak-p) van Recep Tayyip Erdogan kan in haar eentje een regering gaan vormen. De ak-p is de opvolger van de verboden moslimfundamentalistische Partij van de Deugd. Het christelijke Westen reageerde bezorgd: «Islamisten aan de macht! De radicale islam rukt op!»
En ja, Erdogan is een oude, fundamentalistische vos. Al is hij geen aanhanger van de sharia, hij voelt wel wat voor de «moslim strijd». «De moskeeën zijn onze barakken, de minaretten onze bajonetten, de koepels onze helmen en de gelovigen onze soldaten», reclameerde hij in 1997. Het leger, de zelf benoemde hoeders van de seculiere, pro-wes terse erfenis van vader des vaderlands Ke mal Atatürk, greep in. Erdogan moest aftreden als burgemeester van Istanboel en zat vier maanden gevangen. Hij mag geen parlementariër worden, en kan dus ook geen premier zijn.
Verliest een vos ooit zijn streken? De ak-p wordt niet moe erop te wijzen dat religie een slechte basis is voor politiek, dat zij de scheiding tussen kerk en staat in stand wil houden en dat ze democratisch-conservatief is. Het CDA van Turkije dus, maar dan islamitisch geïnspireerd.
Tijdens de verkiezingscampagne zette Erdogan toenadering tot de Europese Unie boven aan de agenda. Hij wil binnen tien dagen naar de belangrijkste Europese leiders reizen, om hen te overreden op de EU-top van half december Turkije een datum te geven voor het starten van onderhandelingen over EU-lidmaatschap. Turks-Cyprus mag zich wat hem betreft zó verenigen met het Griekse deel. Een fundamentalist die onomwonden kiest voor het christelijke Europa? Erdogan heeft blijkbaar niet alleen zijn haren, maar werkelijk ook zijn streken verloren.
Het is hoe dan ook in het belang van Europa dat Turkije niet radicaliseert. Miljoenen Turken wonen en werken in EU-landen, en Turkije is Europa’s springplank naar het Midden-Oosten; een grootmacht zelfs in die zo belangrijke regio. De realistische Amerikanen sleurden de Turken dan ook de Navo binnen. Maar de door idealisme blindgeslagen Europese leiders meenden in 1997 nog dat Turkije «te weinig christelijke waarden huldigde» om kandidaat-lidstaat te zijn. Dat gebeurde pas twee jaar later.
Turkije is een merkwaardige democratie, met zijn kiesdrempel van tien procent en het leger op de achtergrond. Turkije heeft nog lang niet de mensenrechtenstandaard die de EU verlangt. Turkije kent een voortwoekerende Koerdische burgeroorlog. Maar bovenal: Turkije verkeert in crisis. Het probeert uit alle macht de krater te dichten die werd geslagen door de economische crash van vorig jaar.
De Turkse kiezers hebben een fortuynesk signaal gegeven. Niet alleen aan hun eigen, verziekte politieke elite, óók aan Europa. Blijft de Unie Turkije buitensluiten, dan zou het land wel eens «Arabischer» kunnen worden dan goed is voor Europa én de Turken.