Expositie van portretten uit de collectie van Willem van Zoetendaal

Fotokabinetten

Twee pasfoto’s. Genomen in een oogwenk en bestemd voor tijdelijk gebruik. Ze prijken op Portugese tramabonnementen uit respectievelijk 1932 en 1956. «Pessoal e intransmissivel» staat erop en ze zijn nooit gemaakt met de intentie om de wanden van een museum te sieren. Het zijn portretten zonder enige opsmuk. Momentopnamen uit een leven waar we verder niets van weten. Gezichten losgeweekt uit hun context, maar doordat de foto’s in een nieuw kader worden geplaatst, krijgen ze een andere betekenis. Ze prikkelen de verbeeldingskracht.

Dat is precies wat gastcurator Willem van Zoetendaal (1950) graag doet. Hij koos bij zijn vierde tentoonstelling in de Fotokabinetten voor een combinatie van onbekende amateurs, vak- en kunstfotografen. Rijp en groen door elkaar en toch een samenhangend geheel. Mannen, vrouwen, kinderen en lichaamshoudingen vormen thema’s waarbinnen een negentiende-eeuwse foto genomen door de schilder Breitner kan samengaan met een politiefoto uit 1944 van een Belgisch kind dat lijdt aan geheugenverlies, of met modern werk van Sara Blokland.

Ook in Den Haag is de fotografie bezig de keldergewelven te ontstijgen. Net als Amsterdam en Rotterdam wenst ook de hofstad een woordje mee te spreken als het gaat om het «schilderen met licht». Eind dit jaar biedt de vernieuwde Schamhartvleugel onderdak aan een heus fotomuseum waar Wim van Sinderen, nu nog in dienst van de Rotterdamse Kunsthal, de scepter zal zwaaien. In de tussentijd krijgt Van Zoetendaal van directeur Van Krimpen de ruimte om het medium alvast een plek te geven.

De Amsterdammer koos uit de foto’s die hij kocht van zijn eigen studenten en in achterafwinkeltjes. Vaak doelbewust, soms bij toeval. Als hoofddocent aan de hoofdstedelijke Gerrit Rietveld Academie en als galeriehouder, gastconservator en uitgever van zelf vormgegeven fotoboeken, vervult hij voor menig talent de rol van mentor en sparringpartner. Vanaf de basis iets begeleiden, inzichten overdragen en vervolgens publiek maken — kortom, hij ziet het als zijn taak dienstbaar te zijn.

Met Rineke Dijkstra was hij in Portugal toen zij portretten maakte van stierenvechters. Op één daarvan staat een jongen, zojuist weggelopen uit de arena. Het bloed op zijn overhemd kleurt wonderwel bij het motief van zijn kleding. Terwijl zijn ogen iets verraden van trots en opluchting speelt een flauwe glimlach om zijn lippen. Aan de toeschouwer de taak om de uitdrukking van de jongen te beoordelen.

Het is niet de enige foto die je uitdaagt. Alle individuen die elkaar hier bij toeval hebben gevonden, zetten aan tot zelfwerkzaamheid. Daarbij word je beïnvloed door de schikking die is aangebracht. De keuzes van de samensteller zorgen ervoor dat de technische, met veel zorg gecomponeerde foto’s van Koos van Breukel, Céline van Balen, Marijn de Jong en Anuschka Blommers — die mensen in lig gende houding fotografeert en vervolgens projecteert in een opname van een straat — kunnen samengaan met trouwfoto’s uit een familiealbum, een testfoto in een Oost-Duitse studio of een Hongaarse vrouw die aardappelen schilt.

De bewuste tramabonnementen trof de collectioneur tijdens zijn trip met Dijkstra in een winkeltje. Ze hangen op dezelfde wand als een andere intrigerende foto die is afgedrukt en bewerkt door Harold Strak, de fotografische tovenaar waarmee Van Zoetendaal vaak samenwerkt. Het is een röntgenscan van een vrachtwagen in Calais. Dit beeld verraadt de aanwezigheid van een stel verstekelingen op de drempel van hun gedroomde toekomst. Je kunt met een camera proberen iemands ziel te vangen, dwars door iemand heen proberen te kijken, maar verder dan dat kun je niet gaan.

De collectie Van Zoetendaal bestaat niet uit vintage prints zoals bij de onlangs verkochte verzameling van Manfred Heiting. Van Zoetendaal: «Het gaat me niet zozeer om de economische waarde. Het is voor mij geen vorm van geld sparen. Het zijn emoties die ik spaar. Natuurlijk spelen vorm en esthetiek mee, maar er moet een emotionele grondslag zijn.»

Er hangt een klein fotootje van een meisje met een knuffelbeer in de armen geklemd. Het is Brigitte Bardot als vijfjarige. Van Zoetendaal: «Het beeld van het kind met haar beer, dat was zo radicaal anders dan de BB die ik kende. Die foto, gekocht voor een gulden, is voor mij waanzinnig belangrijk. Hij vertegenwoordigt een emotionele waarde.»

De mens in verschillende stadia van het leven. En profil, peinzend op een stoel, uitdagend in de camera kijkend. Een portret kan een gezicht zijn, maar Van Zoetendaal kiest soms ook gewoon voor menselijke aanwezigheid in het beeld in de vorm van een kalend achterhoofd of een hand op de deurkruk. «Foto’s zijn net als een melodie die je telkens opnieuw kunt laten horen en die in een andere omgeving steeds anders klinkt. Het herhalen in een andere context is een vorm van visuele communicatie.»

Fotokabinetten: Portretten uit de collectie van Willem van Zoetendaal, Gemeentemuseum Den Haag, tot en met 8 september. GEM Fotografie nr. 2 is de kleine catalogus die de expositie vergezelt, € 9,90