Kunst

Fotolijstjes

Kunst: Cadres revisités

Een schilderij zit in een lijst. Een schilderij hangt aan de muur. Maar hoe zit het met de foto, die al meer dan een eeuw functies van het schilderij overneemt? Een foto lijstje is een onopvallend ge valletje dat een foto overeind houdt op tafel en schoorsteen. Foto’s bekijk je in een boek of tijdschrift. Aan de muur plak je ze op een stuk karton of prik je ze met vier punaises vast. Maar de kunstfoto’s dringen door in musea, niet alleen in fotomusea maar ook in schilderijenzalen. Moet er dan niet ook een lijst omheen? Willem van Zoetendaal dacht van wel. Hij richtte in Parijs de tentoonstelling Cadres revisités in, Nederlandse portretfotografie gepresenteerd in historische lijsten.

Waarom in Parijs? Omdat de Nederlandse verzamelaar Frits Lugt daar aan de Custodia Stichting behalve zijn omvangrijke verzameling schilderijen, etsen en tekeningen ook negenhonderd lege schilderijlijsten schonk. Het Nederlands Instituut aan de Rue de Lille (nummer 121, metro Assemblée) is in verbouwing en daarom loop je door hun achtertuin naar het Hôtel Turgot – Turgot was minister van Financiën onder Lodewijk de Zestiende. Daar blijken in de kleinste kamer, tussen de andere kunst die daar de muren siert, 26 Nederlandse foto’s precies in 26 oude lijsten te passen.

Twaalf mannen en vijftien vrouwen fotografeerden tien mannen en vijftien vrouwen plus één steen. Opmerkelijk vond ik dat slechts een derde van de fotografen iemand van de andere sekse vereeuwigde en twee derde ie mand van de eigen sekse – waaronder slechts één zelfportret. De 26 foto’s zijn werken van levende Amsterdamse fotografen, maar aan de foto’s is die herkomst niet te zien, of er moet een «Amsterdamse stijl» bestaan. Rineke Dijkstra en Bertien van Manen worden in de wereld vast niet als typisch Amsterdams beschouwd. Je ziet foto’s uit China, Estland en Japan, portretten van een moslimmeisje, een barmitswa-jongen en een bebloede toreador, realistisch, be werkt en vaag, in zwart en in kleur, heel klein en tamelijk groot. Slechts drie keer (Kate Moss door Inez van Lamsweerde, Michael Matthews door Koos Breukel en het zelfportret van Harold Strak) gaat het om het portret van een persoon die je bij naam kent. Mooiste, en grootste, is het portet dat Céline van Balen in 1998 maakte van Yesim, een islamitische madonna in een vergulde lijst met bloemen in de hoeken en in het Latijn de spreuk «Mijn vriendin is totaal mooi».

Juist die totale on-Nederlandsheid is natuurlijk het kenmerk van de kunst in Amsterdam anno 2005, al huilen daar velen over wat zij zien als het verdwijnen van dat typisch Nederlandse kijken dat Vermeer en Mondriaan toch lijkt te kenmerken. Een cynische be zoekster zei me: «Dat is omdat in Nederland iedere fotograaf gesub sidieerd wordt.»

Gemiddeld zijn de 27 fotografen precies veertig jaar oud. De oudste is Lee To Sang, die jarenlang een fotostudio in de Albert Cuypstraat had. Hij vertelde me dat de geportretteerde Surinaamse dame in haar bontjas voor een pasfoto kwam, die dus uit het hier tentoongestelde portret gesneden werd. «Fotografeert u nog?» vroeg ik. «Nee, ik schilder nu. Met witte en zwarte verf.» De jongste is Melanie Bonajo die er niet op uit is ons te laten zien wat wij toch al zien, maar die haar modellen mishandelt op andere wijze dan wij ge wend zijn.

Wat moet ik nog over de lijsten zeggen? Het beste wat je over lijsten kan zeggen is: als wat in de lijst zit goed is, zie je de lijst niet meer. Hun effect is vergelijkbaar met wat de belichting en ophanging altijd al hebben: onopvallend maar essentieel. Na de foto’s kun je nog een keer het kamertje rondgaan om de lijsten te keuren en je erover te verbazen dat men eeuwen geleden al wist dat er ooit een photographie in zou komen. Om de lijsten te bespreken hadden er minder goede foto’s in moeten zitten.

Mocht u voor 18 december in Parijs zijn, vergeet dan niet om in het Turgot Huis in de zaal achter de tentoonstelling even de zestien jarige Hugo de Groot van Jan van Ravesteijn te bewonderen in een rondje met een middellijn van 31 centimeter. De ronde lens had natuurlijk van het begin af aan ronde foto’s kunnen maken, iets wat hier alleen Paul Kooiker deed in zijn close-up van een kalende kop, omlijst door een Louis XVI houten ronde lijst met dezelfde middellijn. Bij Lodewijk de Zes tiende was het inderdaad zijn rollende kop die de wereld liet trillen.

Cadres revisités, Nederlandse portretfotografie gepresenteerd in historische lijsten uit de Collectie Frits Lugt, Institut Néerlandais, Parijs (Hôtel Turgot, Rue de Lille 121). Tot 18 december, daarna in Haarlem (Frans Halsmuseum) en Madrid