Maarten van Buuren

Fout op fout

In de romans van Philippe Claudel herhalen de personages in het klein, op de voorgrond, wat in het groot, op de achtergrond, collectief fout is gedaan.
PHILIPPE CLAUDEL
HET VERSLAG VAN BRODECK
Uit het Frans vertaald door Manik Sarkar
De Bezige Bij, 333 blz., € 19,90

Philippe Claudel woont en werkt in Dombasle sur Meurthe, een klein stadje in Noordoost-Frankrijk tussen Nancy en Lunéville, even links van de snelweg waarover wij Nederlanders ’s zomers en masse naar het zuiden rijden. Claudel voelt zich een ‘homme du Nord’, meer verwant met België en Nederland dan met Frankrijk. De streek waar hij woont is met oorlogsverleden belast. Het enige Franse vernietigingskamp, Struthof, ligt er in de buurt. De jodentransporten op weg naar Duitsland passeerden Dombasle.

In de kritiek is nauwelijks aandacht besteed aan Claudels romantechniek. Toch ligt daar zijn meesterschap. Claudels romans zijn van de eerste tot de laatste bladzij boeiend, of misschien beter: beklemmend. Hoe doet hij dat? Het eerste wat opvalt is dat al zijn romans de plot hebben van een detective. Grijze zielen opent met de moord op de tienjarige Belle de jour. Er wordt een onderzoek gestart. Tijdens dat onderzoek sterft de beeldschone onderwijzeres Lysia Verhaereine onder verdachte omstandigheden. De verdenking valt op Destinat, een kille en wrede man die er eer in stelt om in zijn functie van openbaar aanklager verdachten de dood in te sturen. Destinat is de erfgenaam van rijke industriëlen. Hij woont in een kasteel waar de sfeer hangt van gothic novels. Miertz, de rechter van instructie, laat twee soldaten aanhouden die toevallig in de buurt waren toen Belle werd vermoord. Miertz haat Destinat, maar hij werpt de verdenking liever op twee onschuldige soldaten dan op iemand van zijn eigen stand. Vele jaren later komt de verteller (een politieagent die bij het onderzoek betrokken was) erachter wie de feitelijke moordenaar was.

De who done it speelt zich af tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog. Letterlijk achtergrond, want het stadje ligt maar enkele kilometers van het front, de loopgraven, de gifgasaanvallen. De geschiedenis met een kleine g is een aanleiding, lijkt het wel, om de lezer door het ijzingwekkende decor te voeren van de geschiedenis met een grote G.

Het verslag van Brodeck, Claudels laatste en zojuist vertaalde roman, speelt zich af volgens hetzelfde stramien. Er wordt een moord gepleegd op een man die wordt aangeduid als de ‘Ander’. Brodeck, een jood, krijgt de opdracht om de toedracht te achterhalen. Hij zet zich aan het schrijven van zijn verslag. Tegelijkertijd schrijft hij een intiem dagboek waarin hij herinneringen ophaalt aan het concentratiekamp waaruit hij onlangs is bevrijd. Er zijn met andere woorden twee verslagen van Brodeck: een officieel verslag en de onofficiële memoires die Brodeck goed verbergt, omdat het dorp hem zou lynchen als het erachter kwam dat hij gebeurtenissen aan de grote klok wil hangen die des te meer taboe zijn omdat het dorp mede schuldig is aan de holocaust. Aan het eind van de roman gooit de burgemeester aan wie Brodeck rapporteert het verslag in de kachel. Het boek dat we lezen is dus niet het ‘verslag’ van Brodeck, want dat is vernietigd, maar de geheime memoires. De titel is een woordspel. Misschien zijn die memoires het ‘eigenlijke’ verslag van Brodeck.

Brodecks opheldering van de moord op de Ander is een geschiedenis met een kleine g, het is de detective die vaart geeft aan het verhaal. De geheime memoires gaan over de geschiedenis met een grote G: de Tweede Wereldoorlog, de jodenvervolging, de vernietigingskampen. Om de toedracht van de moord te kunnen beschrijven moet Brodeck, via zijn memoires, een omweg maken langs de geschiedenis met een grote G. De voorgrondgeschiedenis over de toedracht van een moord staat, net als in Grijze zielen, ten dienste van de achtergrondgeschiedenis.

Claudel gebruikt dit procédé in bijna al zijn verhalen en romans. De voorgrondgeschiedenis in Het kleine meisje van Mijnheer Linh wordt opgehelderd door de achtergrondgeschiedenis van de massavernietiging in Cambodja en Vietnam tijdens het schrikbewind van Pol Pot. Het verslag van Brodeck vormt het sluitstuk van een trilogie waarin Claudel de drie grote tragedies van de twintigste eeuw oproept: de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog en de Killing Fields.

Hoe verhoudt de voorgrondgeschiedenis zich tot de achtergrondgeschiedenis? De constructie doet denken aan Atonement van Ian McEwan. De voorgrondgeschiedenis in deze roman gaat over het onderzoek naar een verkrachting. Er wordt een onschuldige jongen aangehouden. De feitelijke dader, een van de notabelen, gaat vrijuit. De voorgrondgeschiedenis gaat, net als Grijze zielen, over klassenjustitie. Dit kleine drama speelt zich af tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog en de nederlaag van de Engelse troepen in 1940 bij Duinkerken. De connectie tussen voorgrond en achtergrond is boetedoening. Het hysterische wicht dat de eenvoudige jongen aangaf bij de politie doet boete door afstand te doen van haar familie en haar stand, door als eenvoudige verpleegster de gewonden te helpen die terugkomen van het front en door de roman te schrijven waarin ze haar verwerpelijke gedrag opbiecht. Atonement betekent boetedoening of verzoening (The Day of Atonement is Grote Verzoendag).

Bij Claudel ligt het niet zo eenvoudig. De relatie tussen voor- en achtergrond lijkt in Grijze zielen niet meer dan anekdotisch. Twee frontsoldaten worden aangehouden op verdenking van de moord op Belle de jour. Lysia Verhaereine is naar het stadje gekomen om zo dicht mogelijk bij haar geliefde te zijn die aan het front vecht. Ze pleegt (waarschijnlijk) zelfmoord als ze hoort dat haar geliefde is gesneuveld. De gruwelen in het kleine verhaal hebben niet de functie van boetedoening voor de gruwelen van het grote oorlogsverhaal (of omgekeerd) en al helemaal niet van een verzoening. Integendeel. De schuldigen, voorzover die al zijn aan te wijzen, kolonel Matziew en rechter Miertz, allebei monsterlijk wrede mannen, ontspringen de dans en maken zelfs gebruik van de situatie. Zowel in het kleine als in het grote verhaal worden dezelfde onschuldigen geofferd. In het stadje gebeurt dat op kleine schaal (Belle de jour, Lysia, de vrouw van de verteller-politieman, hun jonge kind), aan het front op grote schaal.

In Het verslag van Brodeck gebeurt dat nog nadrukkelijker dan in Grijze zielen. De moord op de Ander en de verbanning van Brodeck zijn geen boetedoening voor het grote onrecht van de vernietigingskampen, maar integendeel een herhaling in het klein van wat zich even daarvoor in het groot heeft afgespeeld. Deze stapeling van gruwel en onrecht versterkt het ongemakkelijke gevoel dat we al kenden uit Grijze zielen.

Wat voor wereldbeeld tekent zich af in Claudels werk? De grondslag wordt gevormd door de relatie tussen individu en samenleving. Claudels hoofdpersonen zijn onschuldigen die geconfronteerd worden met gruwelen die hun bevattingsvermogen te buiten gaan. Meneer Linh staat als een kind in een wereld van boosaardige volwassenen. Alle hoofdpersonen hebben dit kinderlijk naïeve en onschuldige. Het is een trekje dat hen tot mikpunt maakt van hun omgeving. De ik in J’abandonne (Zonder mij) loopt langs een paar Joegoslavische vrouwen die in de Parijse metro zitten te bedelen op het moment dat er een man langsloopt die op de uitgestoken hand van een van de vrouwen spuugt. De ik is verbijsterd, loopt op de man toe, om hem ‘op de wang te kussen’, wordt in elkaar geslagen en daarna weggeschopt door de Joegoslavische vrouwen, omdat hij hen hindert bij het bedelen. De ik lijkt, net als de Ander uit Het verslag van Brodeck, op een lijdende Christus. De hoofdpersonen roepen de gemeenschap op om het collectieve geweten te reinigen van de misdaden waaraan ze zich door collaboratie schuldig heeft gemaakt. Maar de gemeenschap moet daar niets van weten. De Ander wordt vermoord in een soort openbare executie die sterk aan een kruisiging doet denken.

Het wereldbeeld dat zich aftekent is dat van de zondebok, van het zoenoffer. De hoofdpersonen van Zonder mij, Het kleine meisje van Mijnheer Linh, Grijze zielen en van Het verslag van Brodeck zijn zondebokken. Maar in tegenstelling tot wat we gewend zijn uit de Griekse tragedie en de Bijbel, waar het offer de functie heeft om de woede van de goden vanwege een gruwelijk misdrijf weg te nemen, vormt het offer hier een herhaling in het klein van de collectieve Fout in het groot. Fout wordt op Fout gestapeld. De verzoening blijft uit. Het is een sombere boodschap.

Op 25 april is Philippe Claudel te gast op het Internationaal Literatuurfestival Amsterdam, 16.00 uur in de Openbare Bibliotheek (telefonisch reserveren: 020-5230 801)