Fouten maken moet

Iedere keer als ik weer een hoge onderscheiding krijg, denk ik aan Jirka. Hij was mijn beste vriend, toen dit woord voor mij nog enige betekenis had. Wij groeiden samen op. Terwijl ik inmiddels al tegen de vijftig loop, is Jirka jong gebleven, twaalf om precies te zijn.

Het geschiedde op een koude winterdag in Praag. Wij speelden, zoals gewoonlijk na schooltijd een partijtje voetbal, op het eiland S., midden in de Moldau. Vlak voordat het donker werd, stond mijn ploeg nog altijd met 2-1 achter. Jirka passeerde drie tegenstanders en bracht de bal voor het open doel. Daar stond ik, klaar om te scoren. In plaats daarvan nam ik het leder verkeerd op de slof en schoot hoog over het, uit boomstammen getimmerde, doel de bal de rivier in. Jirka aarzelde geen moment en sprong, gekleed en wel, het ijskoude water in. ‘Verrek, het is februari!’ riep hij ons toe, en waadde - met de bal - naar de oever.
Diezelfde avond kreeg hij longontsteking. Drie dagen later was hij dood.
Mijn hele verdere leven heb ik conform zijn inzet proberen te handelen. Het heeft mij, zoals u weet, geen windeieren gelegd. Ik heb vrouwen, geld en roem verzameld en ’s winters woon ik in het zonnige(St.-Tropez. Maar toch, als ik weer eens in de spotlights sta ontkom ik niet aan de gedachte: wat zou er van mij terecht zijn gekomen zonder die flater, op de dag die ik zo graag zou willen vergeten?