Buitenland

Foutjes

De 37-jarige Amerikaan Walter Gregg was in maart 1958 bankjes aan het timmeren in zijn schuur, toen een atoombom explodeerde in zijn achtertuin. ‘Het lawaai was onvoorstelbaar’, zei Gregg later. Terwijl de kluiten en stukken hout om hem heen wederkeerden naar de aarde, stelde Gregg verbijsterd vast dat zijn erf was veranderd in een 25 meter grote krater.

Op vierenhalve kilometer boven het gehucht Mars Bluff was de bom uit het laadruim van een Amerikaanse bommenwerper gevallen, toen de navigator van de vlucht zich had gebukt en zich aan de verkeerde hendel weer omhoog had getrokken – de noodontgrendeling. De bom, een zwartmetalen monster van vierduizend kilo, viel op de vloer, die zich opende als de zee voor Mozes. Gelukkig voor Gregg en zijn wijde omgeving explodeerden in Greggs tuin alleen de duizenden kilo’s ‘gewone’ explosieven in de atoombom, en niet de plutoniumkern.

Het incident in Mars Bluff, en de vele, vele andere ongelukken met kernwapens staan weer in de aandacht door het onlangs verschenen boek Command and Control van de Amerikaanse journalist Eric Schlosser. Schlosser weet hoe je een bestseller schrijft: hij deed dat eerder over de voedselindustrie en over drugssmokkel. Nu herhaalt hij zijn kunstje over kernwapens: alsof hij overal meekeek over schouders en in commandocentra, beschrijft Schlosser hoe kernwapens in vlammen opgaan, van schepen vallen of als ballast uit neerstortende vliegtuigen worden gegooid. Voor mensen met ambitie is er inspiratie genoeg: er liggen wellicht zo’n vijftig kernwapens op de bodem van ’s werelds zeeën, inclusief een waterstofbom op een kilometertje van de Spaanse zuidkust.

Het is allemaal even spannend als beangstigend materiaal, maar ook allemaal bekend. Op één geval na, een scoop die een halve eeuw teruggaat. Via een wet op openheid van archieven verkreeg Schlosser bewijs dat in 1961 een bommenwerper boven North Carolina in stukken begon te breken en een waterstofbom liet vallen. Die bom reageerde alsof hij werd afgeworpen boven een doelwit en daalde aan een parachute af. Alleen een schakelaar van een paar dubbeltjes die niet was omgezet voorkwam dat de bom afging. Deze bom zou de loop van de geschiedenis hebben veranderd: driehonderd maal zo krachtig als de bom op Hiroshima.

Ongelukken met kernwapens zijn er nog steeds

Het belang van het boek is dan ook niet dat Schlosser een beerput opentrekt, maar dat hij via zijn scoop, en via zijn meesterlijk geschreven boek, een miljoenenpubliek bewust gaat maken van de gevaren van kernwapens. Want die gevaren liggen er niet in dat vroeger mensen nu eenmaal onwetender en onhandiger waren dan nu. Het eerste kernwapen-ongeluk vond al plaats in nazi-Duitsland, in het lab van het genie Werner Heisenberg, en de ongelukken regen zich sindsdien aan elkaar. Schroevendraaiers gleden weg, bouten vielen op de verkeerde plek, T-shirts bleven haken aan schakelaars. Kernwapens zijn nu eenmaal mensenwerk, en dan zonder marge voor fouten. In de jaren tachtig begonnen wetenschappers zich bovendien te realiseren dat er misschien geen sprake was van toevallige menselijke fouten van het ‘eens-en-nooit-weer’-type. Na een hele reeks rampen te hebben bestudeerd die voortvloeiden uit triviale fouten, concludeerde de socioloog Charles Perrow dat fouten ‘normaal’ zijn in complexe systemen en onvermijdelijk.

In het geval van kernwapens werden de risico’s van deze ‘normale’ ongelukken eindeloos vergroot doordat kernwapens werden ingebed in steeds complexere systemen: namelijk in wereldwijde, geïntegreerde plannen voor een onmiddellijke tegenaanval als een aanval door de vijand werd gesignaleerd. Zo’n aanval werd al meerdere keren gedetecteerd: een vlucht ganzen, een opkomende maan, een weerraket die het noorderlicht moest bestuderen en oefentapes die per ongeluk in een computer achter­bleven, zorgden er al voor dat in de VS of in Rusland de alarmen afgingen. Alleen omdat verschillende mensen hun machines niet genoeg vertrouwden – de bijna-zelfstandige organismen die rond kernwapens zijn gebouwd – leven we nog steeds op deze aarde. ‘We ontsnapten aan een nucleaire holocaust door een combinatie van geluk, kundigheid en goddelijke interventie’, zegt een voormalig hoofd van de Amerikaanse kernmacht in Command and Control.

Helaas zijn die geïntegreerde systemen rond kernwapens intact gebleven na de Koude Oorlog. De ongelukken zijn er ook nog steeds – het incident met de weerraket was in 1995. En het aantal kernwapenlanden dijt alleen maar uit. Misschien stapt Nederland uit deze carrousel: vorige week liet minister Timmermans in New York opeens vallen dat hij van de kernwapens af wil die op vliegbasis Volkel liggen. Geen slecht idee om eens de bezem te halen door onze eigen massavernietigingswapens, als we al eens (en straks misschien nogmaals) oorlog hebben gevoerd om die van een dictator in het Midden-Oosten. Als we een groter gevaar lopen dat een kernwapen per ongeluk afgaat dan door een bewuste beslissing – en niemand kan daar na lezing van Command and Control aan twijfelen – dan is niets zo stom als volhouden dat we er wereldwijd nog ruim zeventienduizend nodig hebben. Voor onze veiligheid.


H.J.A. Hofland is afwezig