Foxcatcher

Foxcatcher is de voortreffelijke derde film van de Amerikaanse regisseur Bennett Miller, die eerder Capote (2005) en Moneyball (2011) maakte. Het vertelt het waar gebeurde verhaal van de miljonair John du Pont die in de jaren tachtig de Amerikaanse worstelkampioenen Mark Schultz en zijn iets oudere broer Dave rekruteerde om hen op zijn landgoed in Pennsylvania te ‘trainen’ voor de Olympische Spelen.

Medium film

Het eindigde in 1996 in een tragedie toen Du Pont op bezoek ging bij Dave en hem zonder waarschuwing doodschoot.

De dubbelzinnige relatie tussen Du Pont (Steve Carell) en Mark (Channing Tatum) vormt de kern van het verhaal. Allebei zijn ze buitenbeentjes. Du Pont is een rijkeluiszoon die verborgen gevoelens van haat jegens zijn moeder (Vanessa Redgrave) koestert. Zij is de matriarch, symbool van oud geld gecreëerd en in stand gehouden door een imperium dat aan het begin van de negentiende eeuw werd opgericht toen de eerste Du Ponts vanuit Frankrijk naar Amerika kwamen en in Delaware een buskruitfabriek oprichtten. John du Pont erfde alles, ook de vernietigende effecten van een leven hermetisch afgesloten van de rest van de wereld. Op zijn zestiende ontdekte hij dat zijn moeder jarenlang zijn beste vriend had betaald om zijn beste vriend te zijn. Wanneer hij op latere leeftijd Mark benadert met het aanbod hem te trainen bij een op te richten trainingscentrum voor Amerikaanse worstelaars is het net alsof hij niet beter weet: net als zijn moeder koopt hij een vriendschap. Ook Mark ziet de perverse aard van deze relatie niet; voor hem biedt het mecenaatschap van de eenzame miljonair een gulden gelegenheid om eindelijk uit de schaduw van zijn broer Dave te treden.

In Foxcatcher – zo heet het Du Pont-landgoed – is de psychologie van de driehoeksverhouding tussen John, Mark en Dave bepalend, maar het werk heeft een diepere laag waarin verschillende ideologische en culturele werelden frontaal op elkaar botsen. John personifieert de elite, Mark en Dave zijn het volk. Johns moeder gruwt van dat worstelen. John dwingt haar naar een training te komen. Haar reactie: ‘Ik vind de worstelsport niets. Dat is zo laag.’

Voor Mark is de hoge wereld van de Du Ponts onbereikbaar. Als hij door de bossen bij de boerderij rent komt hij bij een hek dat de grens vormt tussen het worstelcentrum en de paardenfokkerij van de moeder. Verder kan hij niet. Het tafereel dat hij van verre aanschouwt lijkt bevroren in de tijd, een kopie van de daguerreotypieën die hij in zijn huisje op de boerderij bestudeert waarop te zien is hoe de Du Ponts generaties lang leefden. Wrang is dat John met zijn vriendschap en steun aan de gebroeders Schultz onbewust in opstand komt tegen dit elitarisme. Misschien zoekt hij verlossing in de ‘lage’ wereld van het worstelen. Zijn falen is dat hij zich die wereld toe-eigent, zoveel dat hij werkelijk denkt een bondscoach te kunnen zijn ook al heeft hij nauwelijks technisch inzicht in de sport. Want vanzelfsprekend is alles en iedereen te koop, zelfs Mark, een gezinsman die aan het begin van de film nog symbool staat voor de puurheid van de worstelsport.

Het geld en de culturele arrogantie van de elite corrumperen de onschuld van de sporters uit de lagere middenklasse waaruit de Schultz-broertjes stammen. Het einde van Foxcatcher is ondraaglijk triest. Weg is de klassieke schoonheid van het worstelen, ooit beoefend door helden en halfgoden. Wat we nu hebben dankzij John du Pont is de stank van de kooi, de special-effectsport van wwe, World Wrestling Entertainment, Incorporated.


Te zien vanaf 19 februari


Beeld: Channing Tatum als Mark Schultz in Foxcatcher (A-film)