MUZIEK

Fraaie kraaienzang

MUZIEK Bob Dylan

Zou Bob Dylan zelf ook wel eens moeten grinniken om het welhaast extatisch enthousiasme waarmee zijn werk door zijn volgelingen – liefhebbers klinkt hier te vrijblijvend, fans te lichtvoetig en eindig – wordt onthaald? De mythe, door de man zelf zorgvuldig geconserveerd door ook in het eerste deel van zijn autobiografie allerminst het achterste van zijn tong te tonen, doet zijn werk. Maar niet alleen dat. Vooral sinds het met een Grammy onderscheiden Time Out of Mind uit 1997 staat Dylan niet meer synoniem aan met name een groots verleden. Zoveel veerkracht en uitmuntend songmateriaal: dit was een heuse comeback. Opvolger Love and Theft klonk wat minder doelgericht, maar was niettemin een sterk album. En nu is er het derde album van de herrezen Dylan, dat in de Verenigde Staten op 1 en in Nederland op nummer 3 de albumlijsten binnenkwam – wat overigens zeker iets zegt over zijn populariteit anno 2006, ook bij jongeren (niet voor niets treedt hij dezer dagen op met onder meer de Foo Fighters en de Raconteurs, verre van het nostalgiecircuit dus), maar minstens zoveel over de digibete aard van zijn aanhang: in downloadtijden kom je met een vaste schare cd-kopers al gauw in een toptien.

Dylan zet stevig in met Thunder on the Mountain, een ronduit rock ’n rollesk nummer, dat klinkt naar de decennia waarin dat genre ontstond en zich ontwikkelde. De ronduit ouderwetse productie door Dylan zelf, maar dan onder het pseudoniem Jack Frost, draagt daaraan bij. Minder ouderwets is de tekst, waarin Dylan de 25-jarige Amerikaanse r&b/soul-zangeres Alicia Keys aanhaalt. Dylan zingt dat hij was ‘thinking about Alicia Keys’. Het gevolg van die gedachten zal voer voor speculatie blijven (zoals vele van de dylaneske, in het cd-boekje niet afgedrukte teksten): ‘I couldn’t help from crying.’

Kritiek op Dylans stem is er al sinds hij die voor het eerst gebruikte en feit is dat zijn bereik er in de loop der jaren bepaald niet groter op is geworden. Als hij ontspannen zingt, klinkt hij als een kraai, en wanneer hij zich inspant als Eric Cartman uit de cartoonserie South Park. Feit blijft echter ook dat zijn stem op z’n minst karakter heeft, en op Modern Times legt hij veel hoorbare aandacht in zijn zang, resulterend in opvallend verstaanbare teksten. In Workingman’s Blues #_2 waart de geest van Woody Guthrie rond, vooral waar de woorden van Dylan, wanneer hij de arbeidersklasse bezingt, teruggrijpen naar 1917: _‘The buyin’ power of the proletariat’s gone down/ Money’s getting’ shallow and weak’.

Sowieso klinken Dylan en zijn vijf bandleden ontspannen en geïnspireerd, zoals in het aangenaam lome Beyond the Horizon, dat in al zijn ontspannende countrysfeer nooit terugvalt in gekabbel, dankzij die fraaie inkleuring. Prachtig is het gemijmer van de 65-jarige man in When the Deal Goes Down: ‘We live and we die, we know not why/ But I’ll be with you when the deal goes down.’

Het andere hoogtepunt van het album is afsluiter Ain’t Talkin’. Verwijst de titel van het album naar Charlie Chaplins film uit 1936, expliciete verwijzingen naar de parallellen tussen Chaplins werkelijkheid en de huidige laat Dylan achterwege. Meer dichter dan activist, nog steeds, hoe graag hij door velen tot op de dag van vandaag ook in die tweede rol wordt gewenst. Maar wanneer hij in Ain’t Talkin’ wandelt door de ‘mystic garden’ des levens, stemt het uitzicht aldaar hem verre van optimistisch: ‘I am a–tryin’ to love my neighbour and do good unto others/ but oh mother, things ain’t going well.’

Bob Dylan, Modern Times

(Sony BMG)