Fraaie valpartijen

Die Meistersinger, tot en met 30 juni in het Muziektheater te Amsterdam. De val van Mussolini, tot en met 17 juni in de Westergasfabriek te Amsterdam.
Met een driedubbel muziektheatraal spektakel bij wijze van opening bewees het Holland Festival nog eens opera-minded bij uitstek te zijn. Niet dat alle voorstellingen even geslaagd uit de bus kwamen: met name Esmee op muziek van Theo Loevendie en een libretto van Jan Blokker viel door de stijve en spanningsloze regie van Herbert Wernicke goeddeels in het water. Wernickes benadering was plausibel: tegenover de levendige, kleurrijke partituur van Loevendie meende hij een sobere, abstracte enscenering te moeten plaatsen. Maar net zoals door de ruimtelijkheid van het decor (dat met zijn hellende vlakken menig zanger een flinke spierpijn in de kuiten zal hebben bezorgd) de betrekkingen tussen de personages tenietgedaan werden, bleek de terughoudende aanpak van Wernicke een volledig ondramatisch beeld op te leveren.

Aan Loevendies partituur, waar een verdiaanse vitaliteit en schoonheid uit sprak en die door het Radio Philharmonisch met veel animo werd uitgevoerd, deed dit niets af, maar hoe het ook kan was een dag later bij de Nederlandse Opera te zien. Wagners Meistersinger, met veel liefde gedirigeerd door Hartmut Haenchen en gepresenteerd in een doordachte, smaakvolle enscenering van Harry Kupfer, was een voorstelling om je vingers bij af te likken. Kupfers Meistersinger is gesitueerd in een wanstaltig decor - een kruising tussen een loopbrug en een boom - dat uiteindelijk het meest leek op een gigantisch stuk gestold vuurwerk; voorzien van een met een rood gordijn geimproviseerde toneellijst gaf hij zijn onopgesmukte en sterk in de muziek verankerde regie een licht parodierende toon mee. Mede dank zij de voortrefffelijk zangers leverde dit een muzikaal feest op.
Deze even geslaagde als conventionele Wagner-enscenering vond een totale tegenhanger in het muziektheater van Dick Raaymakers, die zijn Val van Mussolini in de reusachtige Zuiveringshal van de Westergasfabriek presenteert. Hoewel Raaymakers in het programmaboek zijn keuze van bronnen en thematiek nauwgezet verantwoordt (de vlucht van Laurel en Hardy in de film Night Owls gaat over in de val van Mussolini, die op zijn beurt wordt overgenomen door de Mexicaanse glazenier El Vidriero uit Slauerhoffs De opstand in Guadalajara), is het voldoende te weten dat de lokatie een Hollywoodstudio betreft waar verschillende scenes c.q. valpartijen worden opgenomen.
Het publiek wandelt een paar meter hoger over een omloop en kijkt op de werkvloer neer als betrof het een leeuwenkuil. De acteurs rennen daar als ijverige werkmieren op en neer, met een ceremoniele ernst de een na de andere scene voorbereidend. Door de zware fysieke arbeid die ze leveren, de vooroorlogse big band-muziek, de ouderwetse uniformen en de ambiance van zwoegende, stampende machines dringt de associatie met de futuristische wereld van Metropolis van Fritz Lang zich op. Het gebodene zelf doet met zijn sterke geluidseffecten, spectaculaire visuele beelden en fysiek-technische inslag ook aan de Dogtroep denken.
Een essentieel verschil is echter dat Raaymakers voorstelling het niveau van acrobatiek verre overstijgt. Tenslotte gaat De val van Mussolini over vallen en vallen doet pijn. Het is een tragische handeling, die ontroerend is om te zien - zeker in slow-motion zoals hier gebeurt.
Dit idee is in grootse beelden gevat. En soms in grappige: de vlucht van Laurel en Hardy wordt gesymboliseerd door een vrouw wiens haar als door de wind recht naar achteren staat. De zogenaamde Mexico- scene, waarin El Vidriero zijn entree maakt, is te verrassend om te beschrijven, maar opeens neemt het stuk een wending die Raaymakers in staat stelt zijn liefde voor een onverbloemde kitsch in vol ornaat ten toon te spreiden.
Helaas is De val van Mussolini in dit Holland Festival het enige muzikale onderdeel dat buiten de gebaande paden treedt. Terwijl De val toch bewijst dat je je aan experimenteel muziektheater niet altijd een buil hoeft te vallen.