Hoe progressief is de nieuwe paus?

Francesco! Francesco!

Buonasera! De nieuwe paus maakt indruk. Heel Rome is verliefd en de superlatieven buitelen over elkaar heen. De katholieke kerk kiest de vlucht vooruit. ‘Ik wil een arme kerk – en een kerk voor de armen.’

Medium rtr3f47j

Incident in de loggia van de Sint Pieter. ‘Habemus Papam!’ heeft kardinaal-protodiaken Jean-Louis Tauran zojuist geroepen. Dan valt de roodvelours voorhang minutenlang weer dicht. Consternatie achter de gordijnen. Ceremoniemeester Guido Marini, een jonge, rabiate protégé van Joseph Ratzinger, wil de nieuwe pontifex de rode pauselijke stola omhangen. Bergoglio weert af. Marini dringt aan. ‘Doet u dat maar om’, zegt de paus volgens iemand die erbij stond, ‘carnavalstijd is over.’ Dan kachelt Franciscus het balkon op. Bij Marini kan er geen glimlach meer af; stuurs blikt hij over het Sint Pietersplein, de stijfgeborduurde stola over de arm. ‘Buonasera!’ begint Franciscus.

Nu de rook van het conclaaf is opgetrokken wordt gaandeweg duidelijk wat voor radicale keuze de kardinalen vorige week hebben gemaakt met Jorge Bergoglio, of ‘Padre Jorge’ zoals de jezuïeten-pater in Buenos Aires als vanouds nog wordt genoemd. Niet dat de eminenties in de Sixtijnse Kapel veel keus hadden anders dan de vlucht naar voren, want het pontificaat van de Duitse paus, ‘de nederige dienaar in de wijngaard van de Heer’, sleepte zich van incident naar incident, van steun aan holocaust ontkennende bisschoppen naar ruzie met de moslims, de joden en de Anglicanen. Totdat bleek dat de incidenten geen incidenten meer waren en met Vatileaks de puinhoop en het gebrek aan coördinatie in de curie naar boven kwamen. En ten slotte waren er de seksueel-misbruikschandalen, en vooral het te laat en te laks reageren daarop. Daarmee was het morele failliet van de kerk in het Westen zo goed als een feit. De werkelijk grote stap die de Duitse paus had willen zetten, de herevangelisatie van het Westen, dreigde te verzanden in een kansloze, ja lachwekkende onderneming.

Dat Benedictus door af te treden het pausschap heeft ontdaan van zijn sacrosancte humbug strekt hem tot eer. Zoals het zijn tragiek is dat zijn grootste daad bestond uit aftreden. De katholieke kerk achterlatend in haar grootste crisis sinds de Reformatie. Een mislukt pausschap. Tijd voor verandering.

In no time, vijf stemrondes, kozen de kardinalen voor een radicale breuk met het vorige pontificaat. De eerste stemronde, dinsdagavond, bleek een nek-aan-nekrace tussen de Italiaan Angelo Scola, een voorzichtige hervormer, en de behoudende Canadees Marc Ouellet, met de 76-jarige Jorge Bergoglio, in het conclaaf van 2005 Ratzingers grote tegenstrever, als goede derde. In de volgende stemronde, woensdagochtend, bleek dat Scola niet voldoende steun had om ooit een tweederde meerderheid te halen – naar verluidt wilde een groep kardinalen onder geen beding een Italiaanse insider om de bezem door de curie te halen. Veel kardinalen die op Scola hadden gestemd, gaven nu hun steun aan Bergoglio, die uitliep op Ouellet. ‘We zijn allebei Amerikanen, dus we lijken op elkaar’, zei naar verluidt daarop de Canadees, en gaf zijn steun aan de Argentijn.

Bij het tellen van de stemmen brak bij 77 – tweederde meerderheid – een luid applaus los, maar het tellen ging door. Hoe groot uiteindelijk de steun voor paus Franciscus was, is het geheim van het conclaaf – al zoemt het aantal van negentig stemmen hardnekkig door de stanza’s. ‘Het was in ieder geval meer dan voldoende’, verbreekt de Braziliaanse kardinaal Geraldo Majella Agnelo ietsjepietsje het conclaafgeheim. ‘Eerst gingen de gedachten uit naar een veel jonger iemand’, verklapt kardinaal Jean-Pierre Richard van Bordeaux, ‘maar er waren twee redenen om kardinaal Bergoglio te kiezen. Allereest was het zijn persoonlijkheid die de doorslag gaf. En het andere ding is dat we ons herinnerden dat we pausen hadden als Johannes XXIII die oud was maar beslissend voor de vooruitgang van de kerk. Dus de kwestie van de leeftijd was niet zo doorslaggevend.’

Of juist wel. Juist omdat de paus zo weinig tijd heeft, zo redeneren de hervormers, zal hij snel orde op zaken gaan stellen. En de antihervormers hopen uiteraard dat Franciscus’ pausschap te kort zal blijken om de boel omver te gooien.

‘Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft’, is een veelgehoord citaat in Rome. Het verklaart waarom veel getrouwen van de vorige paus nu weglopen met de nieuwe. Stralend staat ‘Bel Giorgo’, de good looking aartsbisschop Georg Gänswein, Benedictus’ vertrouweling en rechterhand, de geschenken aan te nemen wanneer Franciscus ’s anderendaags op wat vroeger ‘de Adoratie door de Kardinalen’ heette zo ongeveer iedere ex-collega een knuffel geeft, of vrolijke stompjes tegen borst of buik, de handen kust van heel oude en door het leven getekende kardinalen en een geel plastic polsbandje cadeau krijgt, dat hij direct om z’n pols doet. Iedereen, behalve ceremoniarius Guido Marini, schijnt zeer épaté met de nieuwe paus.

‘Hij doet me erg denken aan Máxima’, zegt een mede-jezuïet op basis van volstrekte anonimiteit. ‘Máxima gaat in de gracht zwemmen en ze weet: dit is goed voor de monarchie.’ Hij bedoelt er niets kwaads mee, haast hij zich te zeggen, want alle verhalen van eenvoud zijn waar. Iedereen die Jorge Bergoglio kent, kan het beamen: die eenvoud is écht. Ja, hij woonde als aartsbisschop van Buenos Aires niet in een paleis maar op een eenvoudig flatje. Ja, hij kookte zelf zijn potje, en ook dat van een huisgenoot slash medebroeder. Ja, hij nam bij voorkeur het openbaar vervoer. En ja: zijn bisschopsring is niet van goud maar van zilver en zijn borstkruis is als vanouds van roestvrijstaal.

‘Nee, ik ga met het busje’, zegt de paus wanneer ze hem na de balkonscène in de pauselijke limousine willen duwen, terug naar het pension Domus Sanctae Marthae. ‘We kwamen hier met z’n allen met de bus en ik ga ook terug met de bus.’ De volgende dag stapt hij in een piepklein dienstautootje, rijdt naar zijn hotel in de stad om z’n bullen op te halen en rekent af, met zijn eigen bankpas. Hij benadrukt: ‘Dit is wat priesters en bisschoppen moeten doen.’

‘Franciscus, ga en herstel mijn huis!’ In het bouwvallige kerkje van San Damiano krijgt de jonge Franciscus van Assisi een visioen waarin de gekruisigde Christus hem toespreekt en ijverig begint hij het kerkje te repareren. Totdat het de toekomstige Heilige van de Armen te binnen valt dat Christus hem wellicht vraagt de katholieke kerk als zodanig te herstellen – en te zuiveren van rijkdom, corruptie en ongerechtigheid.

Franciscus, de eerste paus met die naam. Een naam als een programma; de nood van de kardinalen moet hoog geweest zijn. Het zelfreinigend vermogen ook. ‘Het kardinalaat is een dienst, geen onderscheiding waar je over kunt opscheppen’, hield Jorge Bergoglio zijn medekardinalen voor de pausverkiezing voor. ‘IJdelheid, uiterlijk vertoon, is een houding die alles waardeloos maakt. Kijk naar de pauw: hoe prachtig ziet-ie er van voren uit. Maar als je hem van achteren bekijkt, ontdek je de waarheid.’

Die naam, onthult de paus op een persconferentie, viel hem pas in toen bleek dat hij de tweederde meerderheid had en zijn goede vriend de Braziliaanse kardinaal Claudio Hummes, een strijder voor landloze boeren, hem omhelsde en kuste en zei: ‘Vergeet de armen niet!’ ‘Dat woord is hier binnengekomen’, zegt de paus en hij tikt op z’n hersenpan. ‘De armen, de armen…’ Terwijl het tellen van de stemmen doorgaat en het applaus door de Sixtijnse Kapel dendert, denkt de paus aan de oorlogen die de mensheid teisteren. ‘Franciscus, dat is voor mij de man van de armoede, de man van de vrede. De man die houdt van de schepping en die de natuur beschermt – en op dit moment hebben we niet zo’n beste relatie met de schepping, nietwaar?’ Glimlach. De paus kijkt iedereen aan. En spreekt dan de bijkans revolutionaire woorden: ‘Een man van de vrede, een arme man – zoals ik een arme kerk wil – en een kerk voor de armen.’

‘Door Bergoglio te kiezen hebben we iemand gekozen die geen deel uitmaakt van het systeem van de Romeinse curie’, zegt kardinaal André Vingt-Trois, aartsbisschop van Parijs. ‘Hij is geen deel van het Italiaanse systeem, maar door zijn achtergrond is hij wel Italo-compatible. Als er iemand zal zijn die met recht kan doorpakken in deze situatie, is hij het.’ Hij zegt het niet met zoveel woorden, want iedereen weet het: met ‘deze situatie’ bedoelt Vingt-Trois de bezem door de curie, met name door het beruchte Instituut voor Religieuze Werken, in de volksmond de Vaticaanse bank, waar naar stellige vermoedens, zie Vatileaks, miljoenen witgewassen worden en waarin de maffia en de Italiaanse politiek onontwarbaar verstrengeld lijken.

‘Het is altijd die vermenging hier’, zegt een hoge Vaticaanse geestelijke op voorwaarde van absolute anonimiteit. ‘De vermenging van het geestelijke en het wereldlijke is hier altijd het excuus voor alles. Er lopen op die bank monseigneurs rond die maar wat doen, omdat ze het ook niet begrijpen en op financieel gebied amateurs zijn. Ze ritselen hier en ze regelen daar, die monseigneurs staan voor de decadentie van het systeem. Natuurlijk heeft iedere staat het recht op een eigen bank, maar dan wel graag professioneel, transparant en doorzichtig. De vermenging van God en Mammon is de pest van het systeem. Ik hoop dat de nieuwe paus het volhoudt en zich niet laat wegspelen.’

Zich laten wegspelen lijkt niet Bergoglio’s stijl. In de traditie van de jezuïeten-orde schuilt onder een vriendelijk uiterlijk vaak een ijzeren wil. Een ijzeren vuist in een fluwelen handschoen. ‘Hij is in staat beslissingen te nemen en daaraan vast te houden’, zegt de Australische kardinaal George Pell. ‘Argentinië is een geduchte leerschool en hij heeft zich daar bewezen.’

Als hoofd van zijn orde in Argentinië heeft Padre Jorge de jezuïeten door de donkere jaren van de militaire dictatuur geloodst. Al is hij niet onomstreden. De Argentijnse journalist Horacio Verbitsky linkt Bergoglio in zijn boek El silencio aan de verdwijning in 1976 van twee jezuïeten-priesters, Francisco Jalics en Orlando Yorio, die werkten in de sloppen van Buenos Aires. De twee jezuïeten, werkzaam in links-marxistische basisgemeenschappen, zouden zijn opgepakt en gemarteld nadat Bergoglio zijn handen van hen zou hebben afgetrokken. Bergoglio heeft het verhaal van meet af aan als laster afgedaan en volgehouden dat hij achter de schermen het leven van de twee priesters heeft geprobeerd te redden. ‘Dezelfde nacht dat ik van de ontvoeringen hoorde, heb ik actie ondernomen’, zei hij in een interview in 2005. ‘In een poging om Videla te spreken te krijgen heb ik de aalmoezenier die Videla in zijn ambtswoning de communie zou uitreiken ervan overtuigd zich ziek te melden en het lukte mij toen om zijn plaats in te nemen.’ Na de mis spreekt hij Videla onder vier ogen. Even later komen de opgepakte priesters vrij.

‘In de tien jaar dat ik deze Argentijnse pauskandidaat nu volg, hoor ik twee tegengestelde meningen’, schrijft Vaticaan-kenner en feministe Margaret Hebblethwaite in The Guardian. ‘De een ziet hem als nederig, de ander als autoritair. De een als progressief en open, de ander als conservatief en streng. Toen ik hem in 2004 in Buenos Aires ontmoette, zei hij me dat hij geen interviews gaf aan de pers, maar wel nodigde hij me uit voor een vriendelijk gesprek na de zondagsmis achter in de kerkbankjes, off the record. Hij kwam op me over als een man die niet alleen hartstochtelijk begaan was met het evangelie van de armoede, maar die ook hoogst intelligent was en zeer gecultiveerd.’ Hebblethwaite is ervan overtuigd dat de beschuldigingen van heulen met de junta vals zijn. ‘De twee priesters voelden zich verraden door Bergoglio omdat die, in plaats van hun werk te omarmen, eiste dat ze de sloppenwijk zouden verlaten. Als ze dat weigerden, zouden ze uit de jezuïeten-orde weg moeten. Toen de twee even later “verdwenen” en gemarteld werden, dachten velen dat Bergoglio de zijde had gekozen van de repressie. Maar het lijkt veel waarschijnlijker dat Bergoglio probeerde hun levens te redden.’

‘Misschien had hij niet de moed die andere priesters hadden, maar hij collaboreerde nimmer met de dictatuur’, zegt Adolfo Perez Esquivel, junta-vorser en winnaar van de Nobelprijs voor de vrede. ‘Bergoglio was geen handlanger.’

Pater Yorio is in 2000 overleden, maar pater Jalics leeft nog. Vanuit een klooster in Duitsland doet hij een verklaring uitgaan. ‘Om voor ons onverklaarbare redenen werden wij vijf maanden lang geblinddoekt en geketend vastgehouden. Ik kan geen stelling nemen aangaande de rol van pater Bergoglio in deze gebeurtenissen. Na onze bevrijding heb ik Argentinië verlaten. Pas jaren later hadden we de gelegenheid om met pater Bergoglio, die intussen tot aartsbisschop van Buenos Aires was benoemd, het gebeurde te bespreken. Daarna hebben we samen de mis gevierd en hebben we elkaar plechtig omhelsd. Ik heb me met de gebeurtenissen verzoend en beschouw ze als afgesloten. Ik wens paus Franciscus Gods rijke zegen voor zijn ambt.’

‘Vanwege dit soort zaken en door zijn botsing met de Argentijnse regering over dingen als het homohuwelijk is Bergoglio in het verleden vaak neergezet als een conservatief’, zegt Margaret Hebblethwaite. ‘Maar een ander beeld wordt geschetst door een van Bergoglio’s vrienden, de radicale feministe en katholiek Clelia Luro, die zo links in het kerkelijke spectrum staat als maar kan. Ze trouwde met een prominente katholieke bisschop, Jerónimo Podestá – een van de leiders van de progressieve hervormingen van na het Tweede Vaticaans Concilie – en men zag haar soms met hem samen de mis concelebreren – een tafereel dat de haren van iedere clericus recht overeind doet staan. Maar Bergoglio reageerde anders. Ze schreven en belden bijna wekelijks en toen Podestá op sterven lag, was Bergoglio de enige katholieke geestelijke die hem bezocht. En toen-ie was overleden de enige die openlijk erkenning gaf voor zijn grote betekenis voor de Argentijnse kerk.’

Bergoglio ziet het homohuwelijk als ‘het werk van de duivel’ en ‘een aanslag op Gods plan’, maar vindt het ‘belangrijker om respect te hebben voor alle mensen, niemand uitgesloten’. Hij lijkt condooms gerechtvaardigd te vinden om hiv-besmetting te voorkomen. Maar het gáát niet om condooms of homohuwelijk, vindt zijn biograaf Sergio Rubin, of zelfs niet om armoede. ‘Is Bergoglio een progressief, zelfs een bevrijdingstheoloog? Nee. Hij is geen derdewereldpriester. Hekelt hij het imf en het neoliberalisme? Ja. Brengt hij veel tijd door in de sloppenwijken? Ja.’ In al die dingen verschilt Franciscus niet van de gemiddelde Latijns-Amerikaanse bisschop: conservatief in de leer waar het de moraal betreft, pragmatisch op het gebied van contraceptie en radicaal op het gebied van armoedebestrijding en sociale rechten.

De agenda van reform by simplicity, zoals de bbc het noemt, zal groot zijn. Franciscus heeft hem zaterdag ingezet. De eerste grote stap zal het ontslag moeten zijn van de door velen gehate tweede man op het Vaticaan, staatssecretaris Tarcisio Bertone. Bertone wordt in hoge mate verantwoordelijk gehouden voor de chaos in de curie – en een sterke kardinaal-staatssecretaris, een soort ‘premier’ van de paus, is doorslaggevend voor het maken of breken van elk pontificaat. Met de dood van een paus – of zijn aftreden – verliezen bijna alle hoofden van de curiedepartementen hun functie per direct, totdat de nieuwe paus naar eigen goeddunken de kardinaal-prefecten en voorzitters vervangt of herbenoemt.

Het Vaticaan heeft zaterdag laten weten dat de nieuwe paus ‘de wens heeft uitgesproken’ dat hij de huidige samenstelling van de curie ‘voorlopig’ wil houden zoals ze is. Met nadruk op ‘voorlopig’. Franciscus wil terecht niet over één nacht ijs gaan, oordelen de meeste Vaticaan-watchers. Daarvoor zijn de hervormingen te ingrijpend en te ingewikkeld. Eenvoudige zaken als het vooral in Duitsland hete hangijzer van het niet ter communie mogen van gescheiden en hertrouwde gelovigen of, jawel!, het onder voorwaarden toestaan van condooms, zullen er naar verwacht wel snel doorkomen. Het afschaffen van het verplichte celibaat voor priesters is minder zeker, maar niet onmogelijk; theologisch is er geen bezwaar, in de oosterse kerken kunnen gehuwde mannen vanouds de priesterwijding ontvangen. Maar de eventuele afschaffing van de celibaatsverplichting hangt volledig af van hoe Franciscus er zelf over denkt.

Wat betreft kindermisbruik verwacht men meer openheid van de paus – en wellicht een diep en nederig excuus. Bergoglio’s naam kwam in ieder geval niet voor op de ‘Dirty Dozen’-lijst van kardinalen die misbruik van kinderen toedekten. Voor het overige zal hij het Westen moeten herevangeliseren en de onstuimig groeiende kerk in Azië en Afrika door politieke en theologische perikelen moeten loodsen. Hij zal de katholieken in Latijns-Amerika – dat met het jaar minder Latijns wordt en steeds meer protestants – moeten terugwinnen, maar wellicht wil hij dat niet, want hij is redelijk oecumenisch: ‘We zijn tenslotte allemaal christenen.’ Hij zal de banden met joden en de islam moeten aanhalen. En nee, vrouwelijke priesters zal hij nooit toelaten, geen paus zal dat doen, want dat is tegen Christus’ wil, vinden pausen. Maar misschien benoemt hij op grotere schaal vrouwen in hoge functies in de curie – iets waarmee Johannes Paulus II en Ratzinger al voorzichtig waren begonnen.

Paus kookt eigen potje. Had een vriendin. Het zit wel goed met de man. Op zondagochtend staat-ie opeens buiten, naast het kleine Sant’ Anna-kerkje waar het Vaticaan-personeel – klerken, chauffeurs, schoonmaaksters – de zondagmis pleegt te vieren. Mensen stromen naar buiten, jonge meiden zoenen hem op de wang, nonnen grijpen zijn handen. Zelfs ceremoniemeester Guido Marini, ineens opgedoken, lacht nu een beetje. ‘Francesco, Francesco!’ scandeert een menigte. ‘Viva il papa!’ Dan loopt de paus de poort uit, de straat op. De menigte gaat uit z’n dak. Gelukkig zijn er dranghekken.


Van Robert Dulmers verscheen in 2004 bij uitgeverij Meulenhoff Wachten op witte rook, over de opvolging van paus Johannes Paulus II