De paus is geen goedheiligman met oogkleppen

Franciscus tussen de wolven

Buitenlandcorrespondent bij het Vaticaan Marco Politi verslaat sinds 1971 de wereld achter de muren als een psychologische schaakwedstrijd. De partij van paus Franciscus is de spannendste die hij ooit mocht gadeslaan.

Medium annepaus2

Om Marco Politi (68) te spreken moet je in een andere versnelling. Dat was al zo in 1996, toen de wereldwijd vertaalde bestseller Zijne Heiligheid over de Poolse paus Karol Wojtyla net uit was. Politi schreef hem samen met Watergate-journalist Carl Bernstein, maar de lezer van de toonaangevende Politi-stukken in de linkse krant La Repubblica herkende moeiteloos zijn hand in de ongeautoriseerde biografie. Bernstein was, zo wil de legende, niet de stilist van het Watergate-duo Woodward Bernstein. Wel een goede speurhond, en in die zin kon Politi hem goed gebruiken voor de reconstructie van de verhoudingen achter de schermen tussen Reagan en de Poolse paus die samen met Gorbatsjov de beslissende douw tegen de Berlijnse Muur gaven.

Ook toen al had Politi geen seconde te verliezen. Zitten, bandrecorder aan, vragen, antwoorden, wegwezen. Geen gebabbel, koffie, water of thee. Negen uur ’s ochtends in zijn studio in Mussolini’s futuristische eur-wijk is nog altijd stipt negen uur. Op het bureau ligt de laatste Politi, Francesco tra i lupi, il segreto di una rivoluzione (‘Franciscus tussen de wolven, het geheim van een revolutie’), al vertaald in het Spaans, Portugees en Frans, deze zomer volgen de Engelse en de Duitse vertalingen. Net als toen, in 1996, is de vraag onvermijdelijk: ‘Heeft de paus het gelezen, naar u weet?’ Toen, in 1996, luidde het antwoord: ‘Ik weet het niet. Ik heb het hem natuurlijk gestuurd, maar ik heb niets vernomen van gene zijde van de Tiber.’ Nu, op dezelfde vraag, volgt met een nauw verholen trots glimlachje: ‘Ja. Ik heb het hem gestuurd en hij heeft me een brief geschreven. Hij eh… kon zich vinden in mijn interpretatie.’

Voor Franciscus tussen de wolven reisde Politi af naar Buenos Aires, waar hij dankzij zijn uitstekende contacten in religieuze kringen tot diep in het Argentijnse verleden van Jorge Bergoglio kon komen. Conclusie nummer één: Bergoglio was niet ‘fout’ tijdens de misdadige Videla-dictatuur (1976-1981). En hij was meer dan een laffe burgemeester in oorlogstijd. Wel degelijk heeft hij mensen geholpen, maar hij raakte verstrikt in zijn functie, hoofd van de jezuïtische orde van Argentinië en Paraguay. Te stram en te letterlijk vatte hij zijn taak op, op een moment waarop het alleen ging om overleven, niet om hiërarchisch muggenziften. Hij was te jong en te onervaren voor een taak die onder een crimineel regime heel andere vaardigheden vergt dan recht in de leer zijn. Dat was zijn onbedoelde fout, zoals hij zelf ruimhartig heeft toegegeven.

Conclusie twee: Jorge Bergoglio is de enige paus ooit die na zijn benoeming een openbaar mea culpa heeft afgegeven over zijn gedrag in het verleden. ‘Ik nam mijn beslissingen op een veel te bruuske en persoonlijke manier… en wie zo handelt, jaagt de mensen tegen zich in het harnas. Mijn autoritaire en impulsieve manier van beslissen heeft me grote problemen opgeleverd, waaronder de beschuldiging dat ik een aartsconservatief zou zijn’, heeft Bergoglio na zijn benoeming tot paus Franciscus gezegd aan het blad La civiltà cattolica.

Politi schetst met hulp van vele getuigen in Argentinië het profiel van een man die van zijn fouten heeft geleerd, en ze uiteindelijk heeft overwonnen door diep bij zichzelf door het stof te gaan. Dat hoefde niet, Bergoglio is een aantal keer verhoord door de Argentijnse justitie na het Videla-regime en op alle fronten onschuldig bevonden. Ook heeft de Argentijnse Nobelprijswinnaar voor de vrede, mensenrechtenactivist, beeldhouwer en architect Adolfo Pérez Esquivel (in 1931 geboren, dus ‘Adolfo’ verwijst niet naar foute sympathieën) na de benoeming van Franciscus tegen de bbc verklaard: ‘Er waren bisschoppen die medeplichtig waren aan de dictatuur, maar dat geldt niet voor Bergoglio.’

Het hoefde niet, en daarom juist is het sterk, betoogt Politi in zijn boek, dat Jorge Bergoglio zijn eerste ervaring als leidinggevende openbaar als mislukt beschouwt, maar toch onmisbaar vanwege de lessen die hij eruit heeft getrokken. ‘Ik wantrouw altijd mijn eerste beslissing, het eerste dat bij me opkomt. Meestal is dat het foute. Ik weet nu dat ik moet wachten, de dingen eerst van binnen moet laten bezinken en mezelf de tijd moet gunnen om het juiste besluit te laten rijpen.’ Alweer een citaat van Bergoglio toen hij al paus was, een volstrekt ongebruikelijke manier om jezelf onder de loep te nemen voor de onfeilbare opvolger van Petrus.

Alles is ongebruikelijk aan de 78-jarige Jorge Bergoglio, en het is een plezier om het uitgelegd te krijgen in de heldere mensentaal van Marco Politi. Als ik hem vraag of hij naar de aflevering van Brandpunt heeft gekeken van 17 februari, waarin hij ook even wordt opgevoerd als ‘de expert’ (in uitzonderlijk vloeiend Engels, voor een Italiaan), schudt hij het hoofd: ‘Nee, men heeft mij de link gestuurd, maar het leek me nogal een lange lap, en er is meer te doen in het leven.’ Een klein spotlichtje flonkert in zijn ogen. Het zou kunnen zijn dat hij wel de scène heeft gezien van Fons de Poel die in de buurt van de Sint Pieter achter de Amerikaanse kardinaal Raymond Burke aan rent met zijn microfoon, luidkeels roepend: ‘What’s wrong with this pope, cardinal?’

Dit is de enige paus ooit die na zijn benoeming een openbaar mea culpa heeft afgegeven over gedrag in het verleden

Burke was de man die na de vurig door Bergoglio gewenste Familiesynode van oktober vorig jaar in de pers verklaarde: ‘De gelovigen hebben de indruk dat de moederkerk stuurloos over zee zwalkt.’ Burke was ook de man die direct na deze verklaring werd gedegradeerd van president van het Hooggerechtshof van Vaticaanstad tot ‘patroon van de orde van Malta’, lees: van Lutjebroek. Burke is de aanvoerder van de tak aartsconservatieven die Bergoglio’s manier van doen absoluut niet slikken. En hij heeft nu, als ‘patroon van de orde van Malta’, alle tijd om te konkelen in de buurt van het Vaticaan. Maar hij gaat natuurlijk niet aan een onbekende die op straat met een microfoon achter hem aan rent uitleggen hoe het zit.

Het is deze hele manier van doen die het pontificaat van Jorge Bergoglio kenmerkt. En Politi legt verfrissend de schuld bij de paus zelf. ‘Alles moest open, alles moest bespreekbaar. De kwaadwillenden hebben dat uitgelegd als een vrijbrief om als visventers op de markt hun mening rond te schetteren. Wie wilde overleven binnen het Vaticaan moest zich door de eeuwen heen toeleggen op roddel, achterklap en dolksteken in de rug, maar natuurlijk nóóit met open vizier. Nu dan ineens wel, maar ja, daar zijn ze niet op toegerust. Het resultaat is een ramp, maar een creatieve ramp. Het is de spannendste wedstrijd die ik heb mogen gadeslaan tijdens mijn carrière als buitenlands correspondent bij het Vaticaan, en we zijn nog lang niet klaar.’

In Francesco tussen de wolven legt Politi ook de strategie van Bergoglio’s tegenstanders uit. Verhuld als ‘adviezen’, als ‘bezorgdheid’, meent Jan en alleman in het priesterhabijt maar alles over de baas te kunnen zeggen. Ik begin over Antoine Bodar, van wie Marco Politi nog nooit heeft gehoord. Hij neemt het over: ‘Het maakt echt niet uit wie deze dingen zegt. Het recept is steeds hetzelfde. Voorop het feit dat de grootste ramp als paus in onze hedendaagse geschiedenis, Bergoglio’s voorganger Joseph Ratzinger, door de groep stokers nu als lichtgevend voorbeeld wordt aangedragen. Let wel: nadat hij was afgetreden. Zo kunnen we het allemaal.’

In zijn boek noemt Politi het pontificaat van Ratzinger ‘dramatisch’. En hij zwaait hem de twijfelachtige eer toe ‘éénmalig een geniale zet te hebben gedaan: aftreden in het volle bezit van zijn mentale faculteiten’. Die, zo bevestigt Politi desgevraagd, lagen op het theoretische vlak van het schaven en poetsen aan de doctrine, maar niet op dat van het runnen van de wereldkerk met 1,2 miljard gelovigen, een zevende van de wereldbevolking.

‘Benedictus XVI, of Joseph Ratzinger, was en is een geraffineerd theoreticus. Maar de vraag is: zit de wereld daar nu op te wachten? Op geraffineerde theologische/filosofische constructies? Wat is de reële verhouding tussen kerk en maatschappij vandaag? Lukt het de kerk om te spreken tot de huidige maatschappij?’

‘Moeten pedofiele priesters direct worden aangegeven bij de juridische autoriteiten? Ja natuurlijk, vindt Franciscus’

Het gekke is: de hand van de Heilige Geest – die volgens de katholieken het conclaaf stuurt – had een geniale greep gedaan, door in de regenachtige avond van 13 maart 2013 de totaal onverwachte kardinaal van Buenos Aires Jorge Bergoglio het balkon op te sturen met zijn eenvoudige ‘buonasera’ – ‘goedenavond’. Het zat meteen goed tussen de nieuwe paus en de gelovigen, en dat was hoog tijd, na de wereldvreemde Ratzinger met zijn onhandige manier van optreden. Bergoglio’s populariteit rees vanaf die avond als een komeet, ook in de rest van de wereld. Met Kerst 2013 werd hij door Time Magazine gekozen tot ‘person of the year’. Ze leken het bij het Vaticaan helemaal gesnapt te hebben, er werd overal lovend geschreven en gesproken over deze gouden greep. De hele wereld kon een voorbeeld nemen aan de dappere keuze van het Vaticaan, voorop de zieltogende politiek van het vrije Westen. En toen begon het gesputter vanuit de curie.

‘Het kiescollege van kardinalen dat voor Bergoglio heeft gekozen is inmiddels zwaar verdeeld’, zegt Politi. ‘Hij is gekozen door meer dan negentig van de 115 stemgerechtigde kardinalen, maar een deel van hen zou vandaag niet meer voor hem stemmen. Zoals ook is gebeurd bij Johannes XXIII (1958-1963), Il papa buono (‘De goede paus’), nog altijd op handen gedragen door het volk, maar binnen de curie op alle mogelijke manieren gedwarsboomd. Beiden, Franciscus en Johannes XXIII, zijn hun mandaat ver voorbij gegaan. Het mandaat van Franciscus was: de enorme puinhoop binnen de financiën van het Vaticaan op orde brengen, de ondoeltreffende, naar binnen gekeerde curie reorganiseren en een collegialer bestuur tussen paus en bisschoppen op gang brengen. Hij heeft het allemaal gedaan. Maar op een manier die nu ook weer niet de bedoeling was.’

Medium annepaus

Het is ook nooit goed. Alleen al het op orde brengen van de Vaticaan-financiën is een herculestaak waar geen enkele paus zich ooit aan heeft willen branden. Bergoglio is als een witte tornado door de onwelriekende rekeningen van de Vaticaanbank ior (Instituut voor Religieuze Werken) geraasd, heeft nota bene de internationale monitor Ernst Young ingehuurd om rekening voor rekening tegen het licht te houden, duizenden bankrekeningen van ‘onduidelijke’ of malafide – maffia – herkomst zijn met een grote bezemzwiep de bank uit gewerkt, en de financiën van het Vaticaan zijn nu op orde. Europa heeft Vaticaanstad goedgekeurd als betrouwbare financiële partner en er is net een belastingakkoord gesloten tussen de Italiaanse staat en het Vaticaan. Dat is ook nog nooit voorgekomen. Paus op paus bleef bedelen bij de Italiaanse politiek om de enorme hoeveelheid onroerend goed van het Vaticaan in Italië in de belastingvrije zone te houden, en paus op paus kreeg zijn zin, want geen enkele Italiaanse politicus durft het Vaticaan voor het hoofd te stoten.

Politi omschrijft Bergoglio’s grote schoonmaakactie binnen de financiën van het Vaticaan zeer lovend in zijn boek, maar wat ontbreekt is hoeveel het heeft gekost. ‘Veel’, zegt hij nu, ‘de balans van eind vorig jaar paste niet meer in mijn boek, maar het Vaticaan heeft er natuurlijk veel geld op verloren. Daarom is nu de zoveelste hetze gaande tegen de manier waarop Bergoglio de financiën op orde heeft gekregen, tegen de Australische kardinaal George Pell die hij heeft aangesteld om alle potjes en pannetjes van de verschillende ordes en congregaties binnenstebuiten te keren, tegen het feit dat we niet meer lekker allemaal onze eigen zaakjes mogen regelen. Pell is fysiek en mentaal een bulldozer – hij was rugbyspeler in zijn jonge jaren – en heeft met een koevoet een middeleeuws systeem à la De naam van de roos weten open te breken. Daar krijg je natuurlijk enorm veel geknepen mondjes op rood fluwelen pantoffels van. Wie aan de financiën komt, komt aan het meest delicate punt binnen iedere organisatie. Dat geldt net zo goed voor het Vaticaan als voor een multinational.’

Het andere onomstotelijke succes van Bergoglio’s nog jonge pontificaat is de pedofiliekwestie. Ook dit wordt hem binnenshuis maar mondjesmaat in dank afgenomen. Goed, er moest iets gebeuren, maar zó rigoureus was nu ook weer niet nodig. De voorbeeldcasus is de Poolse aartsbisschop Jozef Wesolowski (66) die is teruggeroepen als nuntius van de Dominicaanse Republiek na gefundeerde beschuldigingen van betaalde seks met minderjarige jongetjes. Hij is door Franciscus teruggehaald naar het Vaticaan en onder huisarrest gesteld, na het canonieke proces volgt nu het strafrechtelijke, hij is ontheven uit zijn functie en teruggebracht naar de lekenstand.

‘Nog nooit eerder gebeurd’, aldus Politi. ‘Het is bekend: pedofiliegevallen werden binnen het Vaticaan stilletjes weggemoffeld. Doofpot, diplomatiek verplaatsen, en als het weer gebeurt op een andere plek gewoon weer doorschuiven. Wesolowski was een pupil van paus Wojtyla, uiteraard. Maar de wraak van de curie is onmiddellijk. Al ruim een jaar geleden heeft Franciscus een commissie ingesteld die algemene richtlijnen moet opstellen voor hoe te handelen in geval van pedofilie binnen de gelederen van het Vaticaan. Het centrale punt is: moeten pedofiele priesters direct worden aangegeven bij de juridische autoriteiten van het land waarin ze hun misdaad hebben begaan? Ja natuurlijk, vindt Franciscus. Nee natuurlijk, vindt een robuust deel van de clerus. We hebben immers onze eigen Vaticaan-rechtspraak. Om een lang verhaal kort te maken: de commissie is van binnenuit een jaar lang geblokkeerd omdat ze “niet representatief” zou zijn. Met als gevolg dat het boegbeeld van de commissie, Mary Collins, een Ierse die als meisje is verkracht door een priester, er nu bijna de brui aan geeft. Dat is de subtiele manier om alles wat Franciscus op gang probeert te brengen te dwarsbomen.’

Omdat ze bij de curie ook niet gek zijn, wordt de kritiek op Bergoglio’s revolutionaire manier van optreden verlegd naar andere vlakken. Immers: het is publicitair niet handig om zijn doeltreffende schoonmaak op het gebied van de financiën en de pedofilie te bekritiseren. Daar valt gewoon niets op aan te merken, officieel. En dus richten de ‘adviezen’ en de ‘bezorgdheid’ zich op zijn interpretatie van het geloof, en dan vooral op de katholieke taboes: het recht van gescheiden of homoseksuele katholieken om volwaardig lid van de kerk te mogen zijn, nieuwe relatievormen zoals samenwonen zonder getrouwd te zijn, de rol van vrouwen binnen de kerk, de acceptatie en verwelkoming van de verworpenen der aarde met hun hopeloze relationele santenkraam, kortom de moderne maatschappij.

‘Ja erg hè’, glimlacht Marco Politi. ‘Toen Bergoglio voor het eerst op het balkon verscheen zei hij schertsend: “Het lijkt of mijn broeder-kardinalen de paus aan het einde van de wereld zijn gaan halen.” In werkelijkheid is het natuurlijk niet het einde van de wereld, Buenos Aires, maar juist het centrum. Dáár, in die gigantische metropolissen van Zuid-Amerika en Azië, gebeurt het op dit moment. Jorge Bergoglio is een man van de wereld. Zijn voorgangers kwamen uit het provinciale Europa van de vorige eeuw dat zichzelf tegen de klippen op als toonzetter blijft beschouwen.’

‘Franciscus’ tegenstanders zitten klaar met de stopwatch: nog even doorbijten en dan zijn we van die lastpak af’

Politi zet in zijn boek even op een rijtje wat de biotoop is van de recentste pauzen. De in het Poolse Wadowice geboren Karol Wojtyla is opgegroeid onder twee dictaturen – de nazi’s en het Oostblok – en heeft de terreur van tanks, prikkeldraad, concentratiekampen en beroving van vrijheid van nabij meegemaakt. Joseph Ratzinger heeft vanuit het venster van zijn studeerkamer in het gemoedelijke Beierse Marktl am Inn de wereldgeschiedenis heus met zorg voorbij zien trekken, maar heeft er weinig mee te maken gehad. Al hun Italiaanse voorgangers (behalve de beruchte Spaanse Borgia-paus (1492-1503) en de Nederlandse paus Adrianus VI (1522-1523) waren alle pausen altijd Italiaan) kwamen uit een land met een groots verleden, maar daar is weinig meer van te merken. Italië is, schrijft Politi, al eeuwenlang een intens provinciaal land, en welke Italiaanse paus dan ook kwam in termen van de huidige geglobaliseerde wereld uit een dorp. Jorge Bergoglio’s blik op de wereld is die van een man die lichtjaren voor ligt op de verstofte curie waar alles nu al eeuwenlang z’n gangetje gaat, zo langs het tuinpad van mijn vader.

Politi legt uit: ‘Franciscus lijkt niet op een kardinaal. Hij lijkt op een discipel van Christus die over straat loopt, en die de overspelige vrouw redt van steniging, tot grote woede van de farizeeërs want het is tegen de wet. Hij is niet verkerkt. Jorge Bergoglio is de eerste paus die uit de geglobaliseerde maatschappij komt. Een complexe, multi-alles-maatschappij; alle religies, alle vormen van samenleving, alle vormen van seksualiteit, armoede en criminaliteit. Hij komt uit een megalopolis, uit de hedendaagse stadsmaatschappij. In die maatschappijen, van de megalopolissen, is het begrip “familie” al opgerekt tot het uiterste eindje. Mannen hebben er gedurende hun leven drie, vier vrouwen met wie ze vier keer een gezin stichten. En dus ook drie keer een vrouw verlaten, en drie keer hun kinderen. De houding van deze paus is niet de houding van een goedheiligman met oogkleppen. Hij weet hoe de mensen ervoor staan en hij stelt zichzelf de vraag hoe je ze in hun persoonlijke drama’s moet begeleiden.’

Was dat niet de bedoeling van de kerk, vraag ik, mensen begeleiden in hun persoonlijke drama’s? Marco Politi lacht vertederd, zoals wanneer een kind vraagt waarom de hemel blauw is. ‘Eh si!’ zegt hij, ‘dat was inderdaad de bedoeling. In ieder geval van Christus.’

In zijn boek staat een zinnetje dat ik heb onderstreept als de sleutelzin: ‘De innerlijke dimensie van Bergoglio ontgaat velen.’ Hij knikt als ik het hem voorleg. ‘Er is geen enkel vergelijk tussen de persoonlijke ervaring van Franciscus en die van de meesten bij de curie in Rome. Hij heeft met zijn voeten door de modder en het stof van de favela’s gelopen, en niet één keertje, voor de show met camera’s in zijn kielzog, maar hij is zijn hele leven lang naar de favela’s gegaan, gewoon anoniem met de metro, ook toen hij kardinaal was. Hij heeft mensen aangeraakt, hij heeft de armoede aangeraakt, hij heeft de smerigste ziektes aangeraakt, hij is nergens bang voor. Bij het Vaticaan vinden ze het nu maar zo-zo dat onder Bernini’s monumentale zuilen van het Sint Pietersplein een gratis kapper, doucheruimte en een magazijn met frisse kleren voor daklozen en zwervers is geopend. Want armoede stinkt, weet u wel. Het is één ding om er zondags hoog vanuit het raam in je blinkend witte gewaad tegen te preken, maar het is een heel ander ding om de stinkende sloebers dagelijks in de rij te moeten zien staan terwijl je in je gesteven habijt op weg bent naar je werk, want zo zien de meeste Vaticaan-functionarissen hun taak: als werk. Terwijl Bergoglio blijft hameren op de missie, die van binnenuit moet komen.’

De beroemde donderpreek vlak voor Kerst vorig jaar, waarin Franciscus de curie betichtte van spirituele alzheimer, narcisme, navelstaarderij, honger naar macht, is een veeg teken volgens Politi: ‘Een noodkreet van Bergoglio. Als je na twee jaar nog op die manier tegen je troepen tekeer moet gaan in het openbaar is er iets fundamenteel mis. Dat betekent dat de oppositie is toegenomen, en dat hij er niet doorheen komt, door het legendarische drijfzand van de curie, waar iedere poging tot verandering uiteindelijk gesmoord zal worden in de eeuwigheid. Het meest cynische maar ook meest gebruikte Italiaanse gezegde aller tijden, Morto un papa se ne fa un altro – “Als een paus sterft, komt er weer een nieuwe” – typeert de dodelijke inertie van Rome, regeringsstad en stad van de paus.’

In dat opzicht is het niet handig, vindt Politi, dat Bergoglio vanaf het begin van zijn pontificaat duidelijk heeft gemaakt dat ook hij, net als zijn voorganger Ratzinger, zal aftreden als hij vindt dat zijn tijd is geweest. Twee weken geleden kwam het ineens weer oppoppen als wereldnieuws, maar hij heeft het altijd gezegd. In Politi’s boek is er zelfs al een heel hoofdstuk aan gewijd, ‘Een eindig pontificaat’. ‘De tegenstanders zitten klaar met de stopwatch in de hand: nog even doorbijten, en dan zijn we van die lastpak af. En kunnen we alles weer lekker terugdraaien naar het oude. Hij heeft nog een paar jaar nodig, Francesco, om zijn hervormingen te bestendigen. Het gaat om het point of no return en dat is nog niet bereikt. Hou dan even je mond over aftreden, zou ik zeggen, want dat kun je altijd nog doen, toch?’

Misschien, suggereer ik, is hij het nu al zat, dat geklier van de verwende Romeinse curie waar hij toch al nooit wat mee had? Politi schudt beslist zijn hoofd: ‘Nee, vergis je niet! Tijdens mijn lange verblijf in Buenos Aires heb ik van iedereen te horen gekregen dat hij een politicus pur sang is, Bergoglio. Hij kan ook zigzaggen langs de plekken waar het drijfzand ligt. Ik acht zijn politieke inschattingsvermogen heel hoog. Hij weet meer dan ik, dan wij allemaal. En hij zegt ook over zichzelf: “Pas op, ik ben heel handig!” Met dat stoute lachje in zijn ogen. We gaan nog veel verrassingen tegemoet, denk ik.’


Beeld: (1) 15 februari, Vaticaan. Paus Franciscus creëert twintig nieuwe kardinalen (Luca Prizia / Pacific Press / HH) (2) Marco Politi – ‘Franciscus is nergens bang voor’ (truciolisavonesi.it)