Franco’s censuur leeft voort

Glasgow – ‘Kijk, er missen hele passages!’ Wetenschapper Jordi Cornella houdt Dr. No in zijn handen, Ian Flemings roman uit 1958 met als hoofdpersonage James Bond. Een Spaanstalige versie uit 2011. Ernaast ligt het Engelstalige origineel. Aan het einde beschrijft Fleming hierin hoe Bond op het punt staat seks te hebben met een vrouw, opgewonden geraakt door haar ‘puntige borsten, duidelijk zichtbaar door haar strakke blouse’. Die passage is in de Spaanse versie verdwenen. ‘Dat verandert het einde van het verhaal voor Spaanse lezers aanzienlijk’, zegt Cornella verontwaardigd. We zitten in zijn kantoor aan de universiteit van Glasgow, waar hij docent Spaanse taal en cultuur is.

Cornella werd in 1976 geboren in Catalonië, net na het einde van de ruim veertig jaar durende dictatuur. Het democratische Spanje werd lid van de EU en tijdens de nieuwe start was er geen ruimte om terug te kijken, een houding die maakte dat veel erfenissen uit de dictatuur niet zijn aangepakt. ‘En zo kan het dus zijn dat je vandaag de dag in Spanje een boekhandel inloopt en een roman koopt die in de jaren zestig of zeventig gecensureerd is door Franco’s censors.’

Fleming is niet de enige buitenlandse auteur die dit lot ten deel valt. De lijst is eindeloos, weet Cornella, die lange uren doorbracht in het grote archief net buiten Madrid, waar alle administratie van de dictatuur bewaard wordt. Hij bestudeerde honderden rapporten van gecensureerde boeken, met instructies voor de uitgevers over aanpassingen van ‘problematische’ passages. Hoewel aangeduid als anoniem, weet hij dat de censors allemaal mannen waren, ‘bijvoorbeeld gewonde oorlogsveteranen, plichtsgetrouwe priesters, universiteitsdocenten of journalisten’.

Cornella ontdekte zo ook de censuur van Rosemary’s Baby van de Amerikaanse schrijver Ira Levin, nog altijd erg populair in Spanje. In de vertaalde versie zijn de verwijzingen naar Satan, centraal personage in het boek, vrijwel verdwenen. ‘Seks, grof taalgebruik, beledigen van het Spaanse regime en de katholieke kerk, homoseksualiteit, het noemen van linkse ideologieën… Dat kon allemaal niet gepubliceerd worden.’

Sinds zijn ontdekking is Cornella op eenzame missie om de censuur te stoppen. Hij schrijft opiniestukken, verschijnt in radioprogramma’s en zet druk op bibliotheken en uitgevers om iets te doen tegen de verdere herdruk en verspreiding. ‘Ik doe wat ik kan. Maar nu ik weet dat veel klassiekers, in hun gecensureerde versie, ook als e-boek in omloop zijn, vrees ik dat het te laat is.’