Emeritus hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis, Rijksuniversiteit Groningen

Frank Ankersmit

De periode tussen de Val van de Muur in 1989 en de kredietcrisis van 2008 (plus nasleep) gaven de wereldwijde dominantie te zien van de zgn. ‘Washington Consensus’. D.w.z van het vertrouwen dat het Amerikaanse, c.q. Westerse model van democratie en kapitalisme wereldwijd ingang zou vinden, al dan niet ondersteund door Amerikaanse politieke en militaire macht. De toekomst zal de overgang te zien geven van dit unipolaire, door de VS beheerste wereldorde naar een multipolaire wereldorde, en waar de VS, Japan, China, Europa en (sommige) BRIC-landen min of meer ex aequo naast elkaar staan. Het betekent, in zekere zin, het einde van het Westen. De aanpassing aan die nieuwe politieke realiteit vind ik de meest dringende maatschappelijke kwestie van nu. Hoewel je hier misschien beter van een 'geo-politiek’ dan van een 'maatschappelijk’ probleem zou kunnen spreken.

Beperk je de blik tot Nederland, dan is naar mijn mening de verhouding publiek/privaat hier het meest onderschatte probleem. Ik bedoel daarmee het volgende. Voorwaarde voor ieder vorm van adequaat openbaar bestuur, fundamenteler nog dan de democratie zelf, is dat publieke bevoegdheden in publieke handen berusten en dat daar publiekelijk verantwoording over wordt afgelegd. Dat zijn wij met het neo-liberalisme en met alle aanverwante politieke en economische modes kwijtgeraakt. Het gevolg is dat zich in onze samenleving een proces van snelle oligarchisering voltrekt (waar de representatieve democratie trouwens sowieso een zekere geneigdheid toe heeft en waar je bijgevolg steeds zeer verdacht op moet zijn). Deze oligarchisering - en waarmee wij terugvallen in de bestuurlijke psychologie en tradities van het Ancien Regime - wordt niet, of nauwelijks opgemerkt. Het huidige kabinet is een duidelijke exponent van die tendens tot oligarchisering. Paradoxaal is daarbij is dat de rampen van het neo-liberalisme de aanzet vormen tot nog een extra dosis neo-liberalisme. Het is alsof we politiek masochistisch geworden zijn en ons aangeleerd hebben om van onze kwellers te gaan houden.

Dat laatste hangt samen met de vraag naar het meest overschatte probleem. Dat is m.i. de economie en waarbij 'economie’ staat voor consumptie en het niet nader te bevragen dogma van de economische groei. Alles is goed als het de economische groei dient en slecht als het die schaadt. Dat is de basale kortzichtigheid van onze samenleving. Daaraan wordt alles opgeofferd: ecologie, welzijn, natuurlijke hulpbronnen, de leefbaarheid van deze planeet en de toekomst van ons nageslacht. Onze kinderen zullen leven op een door ons, in naam van de economie aangerichte ruïne. Consumptie en economische groei zijn daarbij de 'panem et circenses’ waarbij die oligarchisering van daarnet aan het oog onttrokken wordt. De economie behoort daarentegen niet zin en raison d'être van alle politiek te zijn - zoals nu het geval is - maar slechts een neveneffect van het succes waarmee wij andere zaken allereerst nastreven, zoals beschaving, schoonheid, wetenschap, technologie en leefbaarheid. En meer dan dat alles tezamen, het continue besef van onze verantwoordelijkheid voor ons handelen. Wij hebben nu de meest onverantwoordelijke samenleving aller tijden opgebouwd- en onze exclusieve focus op de economie is daar de oorzaak en maatstaf van.


Lees ook de artikelen die Frank Ankersmit eerder publiceerde inDe Groene Amsterdammer of bekijk voor meer informatie zijn pagina bij de Rijksuniversiteit Groningen